← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:2995

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751731-16 RK nummer: 16/8583 Datum uitspraak: 19 april 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 december 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 17 mei 2016 door de leidende hoofdofficier van justitie in Kleve (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1973, ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] , [plaats] ; hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 februari

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk, advocaat te Almere, en door een tolk in de Duitse taal. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de uitkomst van de behandeling van het verzoek om strafovername van de Duitse officier van justitie af te wachten. De rechtbank heeft het onderzoek hervat op de zitting van 19 april 2018 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.A.E. Weitzel. De opgeëiste persoon en zijn raadsman mr. W.R. Jonk, advocaat te Almere, zijn met bericht niet verschenen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er door de aanhouding niet in is geslaagd binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft op de zitting van 28 februari 2018 verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Geldern van 24 januari 2008, rechtsgeldig sinds 25 maart 2008, referentie 6 Ds 403 Js 728/03 (1054/03). De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van dertien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. 3De ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB van 17 mei
  2. De tenuitvoerlegging van de straf is aan Nederland overgedragen en staat inmiddels ook al vermeld op het Nederlandse strafblad als een zaak van het parket Oost-Brabant. De opgeëiste persoon moet zich op 20 april 2018 melden bij de penitentiaire inrichting [locatie] . Het EAB moet als ingetrokken worden beschouwd. De rechtbank volgt de officier van justitie en zal haar in de vordering niet-ontvankelijk verklaren. 4Beslissing VERKLAART HET OPENBAAR MINISTERIE NIET-ONTVANKELIJK met betrekking tot de vordering op grond van artikel 23 van de OLW inzake het EAB van 17 mei
  3. HEFT OP het geschorste bevel tot overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. A.J. Dondorp, voorzitter, mrs. E.M.M. Glerum en A.K. Glerum, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april
  4. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. [A/B/C]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.