vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/629551 / KG ZA 17-571 FB/AB Tussenvonnis in kort geding van 26 april 2018 in de zaak van [eiser] , domicilie kiezende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 31 mei 2017, advocaat mr. P.H.J. Körver te Den Haag, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROMONTORIA HOLDING 107 B.V., gevestigd te Baarn, gedaagde, advocaten mrs. T. Hekman en B.J.W.M. de Roy van Zuidewijn te Amsterdam. Partijen worden hierna [eiser] en Promontoria genoemd. 1De procedure 1.1. Deze procedure is aanvankelijk aanhangig gemaakt door [naam 1] , de vader van [eiser] (hierna verder [naam 1] ), en [eiser] Ter terechtzitting van 8 juni 2017 hebben eisers gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Promontoria heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. Na verder debat is de zaak aangehouden teneinde partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen. 1.2. Bij arrest van 15 juni 2017 is [naam 1] privé in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. [naam curator] als curator (hierna: de curator). Bij faxbericht van 3 juli 2017 heeft de curator om aanhouding van de procedure verzocht om te kunnen onderzoeken waarop deze procedure betrekking had, waarna de zaak nogmaals pro forma is aangehouden. Bij faxbericht van 13 september 2017 heeft de curator laten weten de procedure niet te zullen overnemen, aangezien dat niet in het belang van de boedel werd geacht. Vervolgens heeft de raadsman van Promontoria bij faxbericht van 14 september 2017 om ontslag van instantie op de voet van artikel 27 Faillissementswet (Fw), en doorhaling van de procedure verzocht. Hierop heeft mr. Körver bij faxbericht van 9 oktober 2017 laten weten dat [eiser] de procedure wenste voor te zetten. Vervolgens heeft de voorzieningenrechter ontslag van instantie verleend met betrekking tot [naam 1] en is beslist dat de procedure tussen [eiser] en Promontoria zou worden voortgezet op 9 november 2017. 1.3. Op verzoek van partijen bij faxbericht van 7 november 2017, is de zaak nogmaals pro forma aangehouden tot achtereenvolgens 7 december 2017, 7 februari 2018 en 28 februari 2018. Op 19 februari 2018 heeft de rechtbank mr. Körver verzocht om uiterlijk op 28 februari 2018 te berichten of [eiser] de zaak wenste te royeren, dan wel deze wilde voortzetten, met daarbij de mededeling dat bij gebreke van enige reactie de zaak ambtshalve zou worden doorgehaald. Bij faxbericht van 27 februari 2018 heeft mr. Körver om voortzetting van de procedure verzocht. De voortzetting is gepland op 9 april 2018. 1.4. Wegens ziekte van mr. Körver is de zaak ter zitting van 9 april 2018 verdaagd naar 12 april 2018. Ter terechtzitting van 12 april 2018 is verder debat gevoerd. Beide partijen hebben nadere producties in het geding gebracht en hebben het woord gevoerd aan de hand van een pleitnota. Vervolgens hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting van 8 juni 2017 waren aanwezig: [naam 1] en [eiser] , met mr. Körver en aan de zijde van Promontoria: mrs. Hekman en De Roy van Zuidewijn. Ter zitting van 12 april 2018 waren aanwezig: [eiser] , met mr. Körver en aan de zijde van Promontoria: mrs. Hekman en De Roy van Zuidewijn. 2De feiten 2.1. [naam 1] had ter financiering van zijn zakelijke vastgoedportefeuille sinds 2006 een rekening-courantfaciliteit en vier langlopende geldleningen met een totaal bedrag van € 7.642.000,- bij F. Van Lanschot Bankiers N.V. (hierna: Van Lanschot) afgesloten. Daarnaast had [naam 1] een betaalrekening bij Van Lanschot. 2.2. Tot zekerheid voor de terugbetaling van de kredietfaciliteit heeft [naam 1] ten behoeve van Van Lanschot onder meer een recht van eerste hypotheek gevestigd op onroerend goed – dat deels op naam van de kinderen van [naam 1] , onder wie [eiser] , staat – gelegen aan [adres 1] te Wassenaar, de [adres 2] te [plaats] , de [adres 3] te [plaats] en een woning in [plaats] ( [land] ). Tevens heeft [naam 1] de rechten uit de huurovereenkomsten met betrekking tot genoemde onroerende zaken verpand aan Van Lanschot. 2.3. Op de relatie tussen [naam 1] en Van Lanschot zijn algemene voorwaarden van Van Lanschot van toepassing die gelijkluidend zijn aan de Algemene Bankvoorwaarden van de Nederlandse Vereniging voor Banken (hierna ABV). Artikel 2 ABV luidt: “Zorgplicht bank en cliënt 1. De bank neemt bij haar dienstverlening de nodige zorgvuldigheid in acht en houdt daarbij naar beste vermogen rekening met de belangen van de cliënt. Geen van de bepalingen van deze algemene bankvoorwaarden of van de door de bank gebruikte bijzondere voorwaarden kan aan dit beginsel afbreuk doen.” Artikel 36 ABV luidt: “Contractsoverneming Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt, voor het geval van (gedeeltelijke) overdracht van de onderneming van de bank, er bij voorbaat medewerking aan verleend dat zijn rechtsverhouding met de bank in het kader van die (gedeeltelijke) overdracht (gedeeltelijk) op een derde overgaat.” 2.4. In de toelichting op de ABV is bij artikel 36 vermeld: “Wij kunnen onze onderneming (deels) overdragen aan een ander. Ook producten of diensten die u van ons afneemt kunnen mee overgaan. U wordt dan klant van degene die onze onderneming (deels) overneemt. Het kan gebeuren dat wij onze onderneming (deels) willen overdragen aan een ander. Mogelijk willen wij dan ook de rechtsverhouding mee overdragen die wij met u hebben uit een overeenkomst met u. U verleent nu alvast uw medewerking hieraan. Wij geven een voorbeeld: Wij dragen onze activiteiten over aan een andere bank. Dit kan betekenen dat overeenkomsten die wij met u hebben mee overgaan naar die andere bank. U krijgt hiervan een mededeling en wordt dan klant van die andere bank.” 2.5. Artikel 26 lid 2 van de algemene voorwaarden 2009 van Van Lanschot luidt: “Pand- en hypotheekrechten van de bank strekken voor het geval een andere bankinstelling als haar rechtsopvolgster onder algemene titel de bankrelatie van de bank met cliënt, geheel of gedeeltelijk voortzet mede ten gunste van die andere bankinstelling alsof deze de bank zelf was.” 2.6. Vanaf 2011 is [naam 1] nalatig in de nakoming van zijn betalings-verplichtingen jegens Van Lanschot, reden waarom Van Lanschot de kredietrelatie met hem heeft ondergebracht bij de afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed. 2.7. Op 6 augustus 2015 heeft Van Lanschot aan de markt en haar klanten bekendgemaakt dat de zakelijke vastgoedleningen die zijn ondergebracht bij Bijzonder Beheer Vastgoed, zouden worden verkocht aan Cerberus. 2.8. Promontoria behoort tot het concern van Cerberus Capital Management, een in de Verenigde Staten gevestigde private equity investeerder. Promontoria is volgens haar website betrokken bij de verwerving van vastgoed. Zij beschikt niet over een vergunning voor het verlenen of beheren van kredieten. 2.9. Promontoria heeft een derde aangesteld als dagelijks beheerder van de door Van Lanschot overgedragen kredietovereenkomsten. Die derde is Capita Banking and Debt Solutions (Netherlands) B.V. (Capita), thans genaamd Link Asset Services B.V. (Link). Na de overdracht aan Promontoria is de afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van Van Lanschot opgeheven. Een nieuwe afdeling van Van Lanschot beheert kredieten die, na de overdracht aan Promontoria van de kredietportefeuille die aanvankelijk was gebundeld in haar afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed, als ‘non performing’ zijn aangemerkt. 2.10. Bij een in het Engels opgemaakte notariële akte getiteld ‘Deed of Transfer of Contract and Assignment’ (contractsoverneming en cessie) van 30 september 2015 (hierna ook: de deed) heeft Van Lanschot de in ‘Schedule 1’ gespecificeerde kredietovereenkomsten overgedragen aan Promontoria. ‘Schedule 1’ is ter zitting met [eiser] besproken. In deze akte (deed) staat dat de overdracht strekt ter uitvoering van een ‘sale and purchase agreement’ (SPA) tussen partijen gesloten op 5 augustus 2015. Deze SPA is in dit kort geding niet overgelegd. Daarnaast is in de akte vastgelegd dat, voor zover de wederpartij bij de over te dragen kredietovereenkomst een ‘Excluded Counterparty’ is, alle rechten (‘all rights en benefits’) worden overgedragen door middel van cessie. De ‘Excluded Counterparties’ worden in de akte aangeduid als wederpartijen die niet hebben ingestemd met de contractsovername en daartegen volgens de rechter terecht hebben geprotesteerd, zoals gespecificeerd in een bijlage genaamd ‘Schedule 2’. ‘Schedule 2’ is in dit kort geding niet overgelegd. 2.11. Van Lanschot heeft [naam 1] bij brief van 7 oktober 2015 op de hoogte gesteld van de contractsovername en de cessie. 2.12. Bij brief van 2 maart 2016 heeft Capita aan [naam 1] medegedeeld dat hij niet aan zijn verplichtingen jegens Promontoria heeft voldaan, zodat Promontoria het krediet van [naam 1] heeft opgezegd, als gevolg waarvan de vordering van Promontoria op [naam 1] onmiddellijk opeisbaar is geworden. Tevens is [naam 1] gesommeerd het openstaande bedrag van € 5.757.296,91 uiterlijk op 31 augustus 2016 te voldoen, bij gebreke waarvan zekerheden zullen worden uitgewonnen. Voorts schrijft Capita op grond van artikel 16 van de AVGZ (Algemene Voorwaarden voor Geldleningen Zakelijk) en artikel 9 van de AVRC (Algemene Voorwaarden Rekening-Courant voor niet-consumenten) bevoegd te zijn om het krediet op te zeggen wanneer sprake is van een tekortkoming. 2.13. Op 16 december 2016 heeft Promontoria onder meer de executoriale verkoop van de panden aan de [adres 3] te [plaats] aangezegd. De datum van de executieverkoop van de panden is daarna gewijzigd en stond gepland voor 20 juni 2017, maar is thans opgeschort wegens het faillissement van [naam 1] (zie hiervoor in 1.2). 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert, kort gezegd: Promontoria te verbieden het onroerend goed aan [adres 3] te [plaats] te verkopen (te veilen); Promontoria te verbieden om de kredietovereenkomst met [eiser en naam 1] op te eisen dan wel op te zeggen dan wel het nemen van rechtsmaatregelen te verbieden waaronder begrepen uitwinning van zekerheden, in verband met een opeising dan wel opzegging van de kredietovereenkomst met [eiser en naam 1] ; te bepalen dat [eiser en naam 1] ten minste een termijn van 60 maanden wordt vergund voor het aflossen van de kredietovereenkomst; subsidiair Promontoria te gelasten de kredietovereenkomst voort te zetten tot aan de datum waarop die overeenkomst rechtsgeldig zal zijn beëindigd; Promontoria te veroordelen tot nakoming van hetgeen hiervoor onder A tot en met C is opgenomen op straffe van dwangsommen; veroordeling van Promontoria in de proceskosten. 3.2. Promontoria voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Het gaat in deze zaak in de kern erom of Promontoria bevoegd is de kredietovereenkomsten/leningen op te zeggen en de tot zekerheid daarvan verhypothekeerde onroerende zaken uit te winnen. Promontoria stelt dat de leningen op haar zijn overgegaan als gevolg van contractsoverneming op de voet van artikel 36 ABV 2009, dan wel aan haar zijn overgedragen door cessie. [eiser] betwist beide grondslagen van de gestelde overdracht en vordert daarom in dit kort geding, kort samengevat, een verbod de onderhavige kredietovereenkomsten/ leningen op te zeggen en de daaraan verbonden zekerheden uit te winnen. Contractsoverneming 4.2. In herinnering wordt geroepen dat artikel 36 ABV 2009 als volgt luidt: Artikel 36 Contractsoverneming Door het van toepassing worden van deze algemene bankvoorwaarden heeft de cliënt, voor het geval van (gedeeltelijke) overdracht van de onderneming van de bank, er bij voorbaat medewerking aan verleend dat zijn rechtsverhouding met de bank in het kader van die (gedeeltelijke) overdracht (gedeeltelijk) op een derde overgaat. 4.3. Contractsoverneming is een driepartijenovereenkomst waarvoor ook de medewerking van de schuldenaar is vereist (artikel 3:159 lid 1 BW). Deze medewerking kan bij voorbaat worden verleend. Geschiedt dit laatste krachtens een beding in de algemene voorwaarden, tot stand gekomen tussen, kort gezegd, een ondernemer en een consument (B2C), dan wordt het beding krachtens hetwelk de wederpartij aan de gebruiker bij voorbaat toestemming voor de contractsoverneming verleent, als onredelijk bezwarend aangemerkt (artikel 6:236, aanhef en onder e, BW) op grond van de volgende overwegingen: “Voorkomen moet worden dat zo’n toestemming bij voorbaat zonder beperking via algemene voorwaarden, dus zonder enige waarborg dat zij op een echte wilsbepaling van de wederpartij berust, zou kunnen worden verkregen. Dit zou er immers toe leiden dat de wederpartij steeds zou kunnen worden overvallen met de mededeling dat zij een nieuwe schuldenaar heeft gekregen, die zij wellicht – om redenen van kredietwaardigheid, betrouwbaarheid of anderszins – zelf niet zou hebben geaccepteerd (…). Hier staat echter tegenover dat het belang dat gebruikers van algemene voorwaarden hebben bij een soepele mogelijkheid tot het overdragen van de contractuele rechtspositie onder omstandigheden niet kan worden ontkend; men denke aan het geval dat het gehele bedrijf aan een derde wordt overgedragen.” (M.v.T. Inv., Parl. Gesch. Boek 6 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1696) 4.4. Naar aanleiding van de vrees van de Kamercommissie II dat door de voorgestelde bepaling de overdracht van bedrijven zou worden bemoeilijkt, is bij Invoeringswet alsnog aan de tekst van artikel 6:236, aanhef en onder e, BW toegevoegd: “(…) tenzij (…) de overgang plaatsvindt in verband met de overdracht van een onderneming waartoe zowel die verplichtingen als de daartegenover bedongen rechten behoren”. 4.5. In het onderhavige geval is geen sprake van een B2C transactie omdat [naam 1] , ook voor zover niet handelend met inschakeling van een door hem gecontroleerde vennootschap maar in privé, niet is aan te merken als consument in voormelde zin, maar als bedrijfsmatig handelende partij. Dit neemt niet weg dat de hiervoor in 4.3 geciteerde overwegingen niet geheel van belang zijn ontbloot bij de uitleg van artikel 36 ABV 2009. 4.6. Aan de in de M.v.T. Inv. – in ander verband dan hier aan de orde – genoemde bezwaren dat de wederpartij, doordat de gebruiker van de algemene voorwaarden een op voorhand gegeven medewerking aan contractsoverneming inroept als gevolg waarvan die wederpartij met een nieuwe contractspartij wordt geconfronteerd die zij wellicht om redenen van (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.