RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/728230-16 (Promis) Datum uitspraak: 9 mei 2018 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , thans aldaar gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting (PI) “ [PI] ” te [plaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 28 juni, 8 september en 28 november 2017 alsmede 20 februari en 6, 7, 8, 9, 13, 14 en 15 maart en 26 april 2018. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officieren van justitie mrs. C. Cnossen en A. van de Venn (hierna gezamenlijk te benoemen als: officier van justitie) en van wat verdachte en zijn raadsman mr. C.J.B. Rijser naar voren hebben gebracht. De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van wat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] , met mr. Y. Moszkowicz, en [benadeelde partij 2] en [benadeelde partij 3] , met mr. R.A. Korver, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is na wijziging op de terechtzittingen van 20 februari en 6 maart 2018 – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan Het medeplegen van moord op [slachtoffer] , subsidiair de medeplichtigheid daaraan; Het medeplegen van poging tot moord op [benadeelde partij 1] en [naam dochter] , subsidiair de medeplichtigheid daaraan; Het medeplegen van opzetheling, dan wel schuldheling van een Volkswagen Caddy (met gestolen kentekenplaten [kenteken] ) en een Seat Leon (met gedupliceerde kentekenplaten [kenteken] ); Het voorhanden hebben van twee vuurwapens met munitie; De deelname aan een criminele organisatie; het medeplegen van witwassen van (in totaal) € 89.797,69. De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Waardering van het bewijs 3.1 Inleiding Op 8 oktober 2016 wordt de Mini Cooper met daarin [slachtoffer] , zijn vriendin [benadeelde partij 1] (hierna: [benadeelde partij 1] ) en hun tweejarige dochter [naam dochter] (hierna: het/hun kind) door zestien kogels beschoten in de parkeergarage onder hun appartementencomplex. [slachtoffer] overlijdt ter plaatse en [benadeelde partij 1] raakt zwaargewond, maar overleeft ternauwernood. Hun kind, dat op de achterbank zat, blijft wonderwel ongedeerd. Uit het onderzoek is gebleken dat sprake is geweest van een gerichte liquidatie, maar aangenomen moet worden dat de daders zich hebben vergist in de identiteit van de slachtoffers. Op basis van een uitvoerig onderzoek zijn zeven verdachten aangehouden, waarvan er vijf worden beschuldigd van het gezamenlijk plegen (medeplegen) van de liquidatie. Verdachte is één van die vijf. Drie bijkomende beschuldigingen, namelijk het helen van auto’s, het voorhanden van vuurwapens en het witwassen van een groot geldbedrag, zijn uit het onderzoek naar de liquidatie voortgekomen. Ook is de deelname aan een criminele organisatie tenlastegelegd, maar de officier van justitie heeft al in een vroeg stadium van het strafproces aangegeven geen bewijs te kunnen leveren voor die beschuldiging en daar dus vrijspraak voor te zullen vragen. Omdat de rechtbank zich kan verenigen met dat oordeel wordt aan die laatste beschuldiging in dit vonnis weinig aandacht besteed. 3.2 Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft, overeenkomstig het op schrift gestelde requisitoir, gemotiveerd het standpunt ingenomen dat verdachte als medepleger dient te worden veroordeeld voor de onder 1. primair ten laste gelegde moord op [slachtoffer] en de onder 2. primair ten laste gelegde poging tot moord op [benadeelde partij 1] en hun kind. Tevens acht de officier van justitie het onder 3. ten laste gelegde medeplegen van heling van de Volkswagen Caddy (met gestolen kentekenplaten [kenteken] ) en de Seat Leon (met gedupliceerde kentekenplaten [kenteken] ) wettig en overtuigend bewezen. Ook het onder 4. ten laste gelegde vuurwapenbezit en het onder 6. ten laste gelegde medeplegen van witwassen acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen. Ten slotte heeft de officier van justitie zich ten aanzien van de onder 5. ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie op het standpunt gesteld dat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken. 3.3 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich, aan de hand van zijn op schrift gestelde pleitaantekeningen, op het standpunt gesteld dat verdachte geen betrokkenheid heeft gehad bij de liquidatie. Hij moet dan ook worden vrijgesproken van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde. Dit geldt ook voor de onder 5. ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie. Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde vuurwapenbezit en het onder 6. ten laste gelegde witwassen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 3.4 Het oordeel van de rechtbank 3.4.1 Inleiding De rechtbank acht het voor een goed overzicht in deze zaak belangrijk om voorafgaand aan de juridische beoordeling een uiteenzetting te geven van de belangrijkste feiten die haar zijn gebleken. Naast een overzicht van telefoonnummers en auto’s is een tijdlijn van gebeurtenissen, beginnend in juni 2016, daarin opgenomen. Niet alle passages en daarbij genoemde verwijzingen naar het dossier maken deel uit van de bewijsconstructie. De rechtbank heeft over enkele gebeurtenissen naar aanleiding van de discussie daarover tussen het openbaar ministerie en de verdediging duidelijk willen maken wat zij wel, maar ook wat zij niet heeft kunnen opmaken uit het dossier en de terechtzitting. Daarbij wordt dus ook aangegeven wat de rechtbank, anders dan het Openbaar Ministerie heeft beargumenteerd, niet heeft kunnen vaststellen. 3.4.2 Feitenvaststelling De rechtbank zal beginnen met een overzicht van de verdachten, hun telefoonnummers, de betrokken voertuigen en de bij de moordaanslag gebruikte (prepaid)telefoons. De verdachten in onderzoek 13Mortel [verdachte] , hierna te noemen : [verdachte] ; [verdachte 2] , hierna te noemen : [verdachte 2] ; [verdachte 3] , hierna te noemen : [verdachte 3] ; [verdachte 4] , hierna te noemen : [verdachte 4] ; [verdachte 5] , hierna te noemen : [verdachte 5] ; [verdachte 6] , hierna te noemen : [verdachte 6] ; [verdachte 7] , hierna te noemen : [verdachte 7] . Telefoons in gebruik bij verdachten - [verdachte] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 1]; - [verdachte 2] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 2]; - [verdachte 3] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 3]; - [verdachte 4] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 4]; - [verdachte 5] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 5]; - [verdachte 6] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 6]; - [verdachte 7] maakt gebruik van het telefoonnummer : [telefoonnummer 7]. Voertuigen in gebruik bij verdachten - een Volkswagen Bora met kenteken [kenteken] (hierna: de Bora). Deze Bora staat op naam van [verdachte 4] en wordt door hem en [verdachte 2] gebruikt. Er zijn verder geen andere gebruikers van de Bora bekend geworden in het onderzoek. [verdachte 2] heeft verklaard dat alleen hij en [verdachte 4] de Bora gebruikten en dat er niet meer mensen waren die de Bora leenden. Ook [verdachte 4] heeft verklaard dat niemand anders dan hij en [verdachte 2] de Bora gebruikte, dat hij zelf de Bora aan niemand anders dan [verdachte 2] uitleende, en dat [verdachte 2] volgens hem niemand (anders) vertrouwde met die auto. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de Bora telkens wanneer die in het onderzoek rijdend is waargenomen, werd bestuurd door ofwel [verdachte 2] , ofwel [verdachte 4] . - een Mercedes Vito met kenteken [kenteken] (hierna: de Vito), gehuurd door [verdachte]; - een Mercedes V-Klasse met kenteken [kenteken] (hierna: de V-Klasse), gehuurd door [verdachte]; - een Volkswagen Jetta met kenteken [kenteken] (hierna: de Jetta), op naam van [naam vader] , de vader van [naam partner] , de partner van [verdachte 7] , (mede) in gebruik bij [verdachte 7] . Bij de moordaanslag gebruikte voertuigen en telefoons een Volkswagen Caddy voorzien van valse kentekenplaten [kenteken] (hierna: de Caddy); een Seat Leon voorzien van gedupliceerde kentekenplaten [kenteken] (hierna: de Seat). [prepaid 1] (hierna: prepaid 1); [prepaid 2] (hierna: prepaid 2); [prepaid 3] (hierna: prepaid 3). 3.4.3 Tijdlijn van gebeurtenissen en bewijsoverwegingen 15 juni 2016 Ophalen en verplaatsen van de Caddy In de nacht van 14 op 15 juni 2016 wordt in Leiden een Volkswagen Caddy met kenteken [kenteken] gestolen. Diezelfde nacht worden in Rotterdam kentekenplaten met kenteken [kenteken] gestolen van een andere Volkswagen Caddy. In de middag van 15 juni 2016 rijden [verdachte 2] en [verdachte 4] met de Bora van Amsterdam naar de woning van [verdachte 3] in [plaats 1] . Nadat zij [verdachte 3] hebben opgehaald rijden zij met de Bora naar Rotterdam. Daar stapt [verdachte 3] uit en hij rijdt met de in Leiden gestolen Caddy, inmiddels voorzien van de in Rotterdam gestolen kentekenplaten met kenteken [kenteken] , achter de Bora aan naar Alkmaar. [verdachte 2] wist de weg en heeft in Alkmaar met [verdachte 6] gesproken. De Caddy blijft in Alkmaar achter als een half uur later [verdachte 2] , [verdachte 4] en [verdachte 3] met de Bora naar Den Haag rijden en [verdachte 3] naar huis wordt gebracht. Daarna wordt met de Bora via Aalsmeer naar Hoofddorp gereden. [verdachte 4] is deze dag de bestuurder van de Bora, [verdachte 2] de bijrijder. 20 juni 2016 Verplaatsen van de Caddy van Alkmaar naar Aalsmeer Op 20 juni 2016 is de Caddy naar Aalsmeer gereden, in de buurt van de woning van [verdachte] . De telefoon van [verdachte 6] is met deze rit meebewogen. Later op de avond peilt de telefoon van [verdachte 6] weer uit in Alkmaar. De Caddy is niet geregistreerd rijdend richting Alkmaar maar rijdend vanaf Aalsmeer naar Amsterdam-Noord. De telefoon van [verdachte 5] is, voor vertrek van de Caddy, eveneens in Aalsmeer. Nadat de Caddy naar Amsterdam-Noord is verplaatst, peilt de telefoon van [verdachte 5] ook uit in Amsterdam-Noord. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat [verdachte 6] de Caddy van Alkmaar naar Aalsmeer heeft gereden en [verdachte 5] vervolgens de Caddy naar Amsterdam-Noord heeft gebracht. 27 en 28 juni 2016 De bewegingen van de Caddy en de Seat: een voorverkenning met de Caddy? De Caddy beweegt op 27 juni 2016 rond middernacht vanuit Amsterdam-Noord naar de omgeving van de latere plaats delict, de parkeergarage “Oranjekwartier” aan het Koningin Wilhelminaplein in Amsterdam. De Caddy wordt daar vlakbij geregistreerd om 00:26 uur en opnieuw om 01:19 uur en is om 21:30 uur weer in Amsterdam-Noord. In de tijdvakken tussen deze drie tijdstippen zijn er geen registraties van de Caddy. De rechtbank kan niet vaststellen dat de Caddy bij de parkeergarage is geweest, laat staan dat sprake was van een voorverkenning. De beweging is wel opvallend in het licht van de activiteiten op 28 juni 2016. Die dag om 22:37 uur, zijn [verdachte 2], [verdachte 4] en [verdachte 3] met de Bora in Den Haag en later die avond in Rotterdam. [verdachte 3] rijdt vanaf Rotterdam, hooguit enkele minuten achter de Bora, naar Amsterdam-Noord in de Seat. Deze is eerder in juni gestolen. Vervolgens rijdt de Bora richting Aalsmeer. De Seat is voor het eerst weer geregistreerd in de nacht van 12 op 13 juli 2016 toen de Seat van Amsterdam-Noord naar Alkmaar is verplaatst. 29 en 30 september en 2 oktober 2016 Reisbewegingen van de Jetta en de Bora naar Aalsmeer: is er een voorverkenning of voorbespreking van de moordaanslag? Op 29 september 2016 om 23:52 uur wordt de Jetta, waarin op dat moment [verdachte 7] rijdt, geregistreerd rijdende vanuit Wormerveer naar Aalsmeer, waar deze om 00:41 uur aankomt. Om 01:21 uur vertrekt [verdachte 7] en rijdt hij terug naar Wormerveer, waar de Jetta om 02:17 uur wordt geregistreerd. Op 2 oktober 2016, rond 21:10 uur, rijden zowel [verdachte 7] (in de Jetta vanuit Wormerveer), als de Bora (vanuit [plaats 2] , woonplaats van [verdachte 2] ), naar Aalsmeer. De Bora komt hier om 21:30 uur aan en de Jetta rond 22:00 uur. De telefoon van [verdachte 2] is met de Bora meebewogen. Even later, rond 22:10 uur vertrekt de Bora, om terug te komen rond 23:30 uur. Kort hierop vertrekken zowel de Bora als [verdachte 7] uit Aalsmeer. Zowel [verdachte] als [verdachte 7] hebben bevestigd dat zij elkaar kennen van de handel in softdrugs. Volgens [verdachte 7] hadden hun ontmoetingen ook nergens anders betrekking op. [verdachte 7] heeft ook verklaard dat hij [verdachte 2] niet kent. [verdachte] heeft ter terechtzitting aangevuld dat [verdachte 7] in deze periode wel eens bij hem kwam, maar dat ook dat te maken had met softdrugs. Hij weet niet meer precies wanneer [verdachte 7] allemaal bij hem langs is geweest. De rechtbank gaat ervan uit dat er zowel in de nacht van 29 op 30 september, als op 2 oktober 2016 een ontmoeting is geweest tussen [verdachte] en [verdachte 7] . De reden van deze ontmoetingen is niet vast komen te staan. Er zijn op 29/30 september geen (gelijktijdige) reisbewegingen van andere (mede)verdachten. Op 2 oktober 2016 zijn er wel bewegingen van de Bora maar niet kan worden vastgesteld dat [verdachte 7] en [verdachte 2] elkaar die avond (moeten) hebben gezien. Evenmin kan worden vastgesteld dat [verdachte 7] in de Bora is meegereden noch waar de Bora op 2 oktober tussen 22:10 en 23:30 uur is geweest. Dat er een voorverkenning en/of voorbereiding van de moordaanslag zou zijn geweest, kan dan ook niet worden vastgesteld. 4 oktober 2016 Een voorverkenning met de V-Klasse? [verdachte] heeft de V-Klasse gehuurd voor de periode tussen 30 september 2016 en 6 oktober 2016. Op 4 oktober 2016 heeft de V-Klasse overdag meerdere reisbewegingen gemaakt, waarbij de telefoon van [verdachte 5] (eindigend op # [nummer] ) is meebewogen. Om 20:04 uur wordt de V-Klasse geparkeerd vlakbij de woning van [verdachte 5] aan de [plaats 3] . Om 20:21 uur rijdt de V-Klasse vanaf deze locatie naar de woning van [verdachte] in [plaats 4] . Tegelijkertijd rijdt [verdachte 7] in de Jetta vanuit Wormerveer naar de woning van [verdachte] . De auto’s komen bijna gelijktijdig aan. Enkele minuten nadat beide auto’s bij de woning van [verdachte] zijn aangekomen, beweegt de V-Klasse in de richting van Amsterdam, waar deze om 21:17 uur op de Rijksweg A10 West nabij afslag S106/Cornelis Lelylaan wordt geregistreerd. Dit is op een afstand van ongeveer 600 meter vanaf de plaats delict. De eerstvolgende registratie is om 21:37 uur, op de Oostoever in Amsterdam. Deze locatie is ongeveer acht minuten rijden van de eerder genoemde afslag. De telefoon van [verdachte] (eindigend op # [nummer] ) is met de V-Klasse meebewogen vanuit Aalsmeer. Tussen 21:21 en 21:41 uur zijn er meerdere belbewegingen met deze telefoon naar contacten van [verdachte] . Vervolgens rijdt de V-Klasse, via de woning van [verdachte 5] in Amsterdam-Noord, terug naar de woning van [verdachte] , waarbij de telefoon van [verdachte 5] is meebewogen. Nadat de V-Klasse hier is aangekomen, vertrekken zowel de Jetta (naar Wormerveer) als de V-Klasse (naar Amsterdam) uit Aalsmeer, waarbij de telefoon van [verdachte 5] met de V-Klasse is meebewogen. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [verdachte 5] en [verdachte 7] die avond bij hem zijn geweest en softdrugs hebben opgehaald. Hij heeft deze softdrugs in een tas in de V-Klasse gezet waarna [verdachte 5] en [verdachte 7] met de V-Klasse zijn weggereden. Zijn telefoon was in deze bus achtergebleven en [verdachte 7] of [verdachte 5] moeten wel met zijn telefoon de belbewegingen hebben gemaakt. [verdachte 7] en [verdachte 5] hebben zijn telefoon later die nacht teruggebracht, nadat zij uren waren weggeweest. [verdachte 7] heeft ten aanzien van bovenstaande reisbewegingen verklaard dat hij de reisbeweging met de Jetta heeft gemaakt en dat dit gerelateerd was aan softdrugs. Verder heeft hij, zowel bij de politie, als ter terechtzitting, ontkend de reisbeweging met de V-Klasse te hebben gemaakt. Uit de beschreven bewegingen van de auto’s en telefoons leidt de rechtbank af dat in elk geval [verdachte 5] en [verdachte] op deze avond in de V-Klasse reden. [verdachte 5] beschikte die dag over de V-Klasse en deze auto is deze avond ook vertrokken vanaf zijn woning in [plaats 3] .De telefoons van zowel [verdachte 5] als [verdachte] hebben op meerdere momenten deze avond meebewogen met de V-Klasse en bovendien zijn van beide telefoons belbewegingen geregistreerd met contacten van [verdachte 5] en [verdachte] . De verklaring van [verdachte] , dat zijn telefoon per ongeluk door hem is achtergelaten in de V-Klasse, waarna [verdachte 5] of [verdachte 7] met zijn telefoon zou hebben gebeld, gelooft de rechtbank niet. Niet alleen is dat onlogisch, er is ook geen enkele aanwijzing dat de personen met wie telefonisch contact is geweest (ook) contacten zijn van [verdachte 7] en/of [verdachte 5] , terwijl daar wel onderzoek naar is gedaan. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat de V-klasse of de verdachten daadwerkelijk in of vlakbij de parkeergarage zijn geweest waar de moordaanslag later is gepleegd. Dat [verdachte] en [verdachte 5] die avond een voorverkenning hebben uitgevoerd is daarom niet vast komen te staan. Ten aanzien van [verdachte 7] kan de rechtbank niet vaststellen dat hij in de V-Klasse heeft (mee)gereden. De omstandigheid dat de V-Klasse kort na aankomst van [verdachte 7] in Aalsmeer is weggereden en [verdachte 7] kort nadat de V-klasse terug is in Aalsmeer met de Jetta is weggereden, is daarvoor onvoldoende. Zijn telefoon is ook niet in beeld bij deze reisbewegingen (zoals bij [verdachte 5] en [verdachte] wél het geval is). Bovendien heeft hij ontkend de reisbeweging te hebben gemaakt. 6 en 7 oktober 2016 Verplaatsing van de Seat naar de omgeving van de plaats delict [verdachte] heeft de Vito gehuurd voor de periode van 6 oktober 2016 tot 18 oktober 2016. Op 6 oktober 2016 rijdt [verdachte 2] met de Bora naar het station van Zoetermeer, waar hij [verdachte 3] ophaalt, waarna zij terugrijden naar Beverwijk. Die avond rijdt de Bora om 22:41 uur richting Alkmaar. [verdachte] is rond 20:30 uur al naar Alkmaar gereden in de Vito en hij is bij [verdachte 6] . [verdachte] heeft ook [verdachte 2] in Alkmaar gezien. De rechtbank gaat er daarom, in samenhang met het hierna volgende, vanuit dat [verdachte 2] deze avond de bestuurder is van de Bora. Rond 23:30 uur vertrekken de Bora, de Vito én de Seat vanuit Alkmaar. De Bora en de Seat rijden direct naar Hoofddorp en de Vito rijdt via de woning van [verdachte 5] ook naar [plaats 5] , naar de woning van de moeder van [verdachte] en [verdachte 2] , waar deze rond 00:30 uur aankomt. De Vito is kort na aankomst bij de woning in [plaats 5] weer geregistreerd rond 00.45 uur rijdend vanuit Hoofddorp in de richting van Amsterdam, waarbij de Vito enkele minuten voor de Seat uit rijdt. De Seat wordt voor het laatst geregistreerd om 01:02 uur en bevindt zich dan op de N200 ter hoogte van de afslag Kimpoweg. Om 01:50 uur maakt de Vito weer GPS-contact en de auto is dan onderweg naar een parkeerplaats in de buurt van de woning van [verdachte 5] , waar ook korte tijd wordt stilgestaan. Hierna keert de Vito terug naar de woning van de moeder van [verdachte] en [verdachte 2] in [plaats 5] om 02:44 uur. Vervolgens vertrekt de Vito om 03:04 uur naar de woning van [verdachte] in [plaats 4] en de Bora om 03:11 uur naar Beverwijk. In de Bora bevinden zich [verdachte 2] en [verdachte 3] , omdat zij om 03:45 uur door de politie samen in deze auto worden gecontroleerd. De Seat is die nacht door iemand bestuurd en de rechtbank gaat ervan uit dat dit [verdachte 3] moet zijn geweest. Hij is immers eerder deze dag opgehaald door [verdachte 2] en heeft de Seat al eerder, op 28 juni 2016, bestuurd. Verder staat vast dat de Bora pas om 03:11 uur uit Hoofddorp is vertrokken nadat de Vito daar rond 03:00 uur is teruggekeerd. Het kan niet anders zijn dan dat [verdachte 3] de Seat heeft achtergelaten, in de Vito is gestapt en in Hoofddorp aangekomen vervolgens in de Bora. Door de politiecontrole staat immers vast dat [verdachte 2] en [verdachte 3] samen in de Bora uit Hoofddorp zijn vertrokken. De Seat is op 7 oktober 2016 rond 08:00 uur aangetroffen op de parkeerplaats van de Wittgensteinlaan. De Seat heeft op die plek gestaan tot de middag van de moordaanslag. De voorgaande bewegingen en het aantreffen van de Seat op de parkeerplaats in onderlinge samenhang bezien leiden de rechtbank tot de volgende conclusies. De Seat is in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 klaargezet nabij de plaats delict. De Vito is die nacht hierbij gebruikt. De Seat is die nacht bestuurd door [verdachte 3] , terwijl ook [verdachte 2] en [verdachte] betrokken zijn geweest bij het ophalen van de Seat in Alkmaar. [verdachte 2] heeft in Hoofddorp op [verdachte 3] gewacht en nadat hij terugkwam om 02:44 uur in de Vito zijn zij naar Beverwijk gereden. De vraag is wie er nog meer betrokken is/zijn geweest bij het klaarzetten van de Seat. [verdachte] heeft over deze nacht verschillend verklaard. Eerst heeft hij de Vito op 6 oktober 2016 voor [verdachte 5] gehuurd en deze rond middernacht bij de woning van [verdachte 5] in [plaats 3] aan hem overgedragen. Later heeft hij hieraan toegevoegd dat [verdachte 5] hem niet thuis wilde brengen en dat hij de Vito een paar uur later weer heeft opgehaald bij [verdachte 5] . Vervolgens heeft [verdachte] verklaard dat hij, nadat hij de Vito had gehuurd, naar huis is gereden en er ’s avonds mee naar Alkmaar is gegaan, naar [verdachte 6] . Hier is hij, toevalligerwijs, [verdachte 2] tegengekomen. Vanuit Alkmaar is hij naar Amsterdam-Noord gereden om de Vito bij [verdachte 5] af te leveren, waarna hij met een vriend naar een pokerlocatie in Sloterdijk is gereden om daar te gaan pokeren. Bij die pokerlocatie heeft [verdachte] ook [verdachte 5] met de Vito gezien, waarna hij met de hiervoor genoemde vriend weer naar de woning van [verdachte 5] is gereden. Daar aangekomen wilde [verdachte 5] hem niet thuis afzetten, waarna hij de Vito zelf heeft meegenomen naar Hoofddorp. Hier is hij [verdachte 2] wederom tegengekomen. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat hij naar [plaats 5] was gereden om van [verdachte 2] de sleutel van de woning van hun moeder over te nemen. [verdachte 5] heeft verklaard dat hij niet meer weet of [verdachte] op 6 oktober 2016 de Vito bij hem heeft achtergelaten. Hij heeft echter ook verklaard dat hij weet dat hij vóór 8 oktober 2016 niet in deze Vito heeft gereden. [verdachte 5] kan zich niet herinneren of hij in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 in Hoofddorp is geweest. Hij kent daar niemand en heeft daar eigenlijk niets te zoeken. Pas op 8 oktober 2016 zou [verdachte 5] de Vito van [verdachte] hebben geleend. Ook heeft hij verklaard dat hij op 8 oktober de Vito niet heeft gezien. De rechtbank gelooft niet dat [verdachte] de Vito aan [verdachte 5] heeft overgedragen, waarna hij zelf zou zijn gaan pokeren. Deze verklaring van [verdachte] wordt door niets ondersteund. [verdachte] wil niet verklaren door wie hij naar de pokerlocatie zou zijn gebracht, om welke pokerlocatie dit gaat en met wie hij zou hebben gepokerd. Ook zou [verdachte] later die nacht de Vito weer hebben teruggenomen, omdat [verdachte 5] hem niet thuis had willen brengen. Echter, op het moment dat [verdachte] weer de beschikking krijgt over de Vito, rijdt hij niet naar huis, maar naar Hoofddorp. De rechtbank neemt aan dat [verdachte] de Vito niet heeft overgedragen, maar ermee vanuit Alkmaar, via de woning van [verdachte 5] , naar Hoofddorp is gereden. Omdat de Vito vervolgens ook betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat, en [verdachte] hier geen enkele aannemelijke alternatieve verklaring voor heeft gegeven, leidt dit de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] ook betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat. [verdachte 5] heeft verschillende verklaringen afgelegd die elkaar bovendien tegenspreken. De rechtbank acht de verklaringen van [verdachte 5] ongeloofwaardig. Uit de reisbewegingen blijkt dat de Vito in de nacht van 6 op 7 oktober 2016 bij de woning van [verdachte 5] is gestopt, waarna is doorgereden naar Hoofddorp. Vervolgens is de Vito later die nacht, nadat de Seat is klaargezet, via de woning van [verdachte 5] naar Hoofddorp teruggereden. Het kan niet anders zijn dan dat [verdachte 3] toen ook in de Vito heeft gezeten. Nu voor deze tussenstops bij de woning van [verdachte 5] geen enkele aannemelijke verklaring is gegeven, gaat de rechtbank ervan uit dat [verdachte 5] rond middernacht door [verdachte] met de Vito is opgehaald, waarna zij samen naar Hoofddorp zijn gereden. De rechtbank acht verder aannemelijk dat [verdachte 5] weer thuis is afgezet. Dit leidt de rechtbank tot de conclusie dat ook [verdachte 5] betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat. Opvallend is dat [verdachte 7] de nacht van 6 op 7 oktober 2016, nog voordat de Bora, de Vito en de Seat uit Alkmaar vertrokken, met de Jetta om 23:02 uur uit Wormerveer is vertrokken in zuidelijke richting. Hoewel niet bekend is geworden waar de Jetta naar toe is gereden, rijdt deze om 03:07 uur, en dat is binnen een tijdsbestek van tien minuten met de Bora en de Vito, uit Hoofddorp terug naar Wormerveer. De rechtbank kan hieruit niet concluderen dat [verdachte 7] ook betrokken is geweest bij het klaarzetten van de Seat. Er is geen zicht op zijn handel en wandel tussen 23.00 en 03.07 uur. [verdachte 7] kan dan ook, anders dan [verdachte] , [verdachte 2] , [verdachte 5] en [verdachte 3] , niet in de Bora, de Vito of de Seat worden geplaatst en zijn betrokkenheid bij het ophalen of klaarzetten van de Seat kan dus niet worden vastgesteld. 7 oktober 2016 Ontmoeting [verdachte] , [verdachte 2] , [verdachte 7] en [verdachte 3] ? In de middag van 7 oktober 2016 bevinden [verdachte 2] en [verdachte 3] zich kennelijk, in Beverwijk, aangezien hun telefoons daar uitpeilen. Vervolgens haalt [verdachte 2] met de Bora [verdachte 4] op in Amsterdam, waarna wordt doorgereden naar Amsterdam-Noord. Het is onbekend of [verdachte 3] is meegereden. ’s Avonds rijdt de Bora richting Aalsmeer, waar deze om 20:52 uur aankomt. Om 21:10 uur wordt de Jetta geregistreerd, rijdend van Wormerveer naar Aalsmeer, waar deze om 21:57 uur aankomt. Om 23:08 uur vertrekt de Bora uit Aalsmeer en de Bora rijdt richting de woning van [verdachte 4] . De telefoon van [verdachte 2] beweegt mee met de Bora. Om 23:36 uur maakt de telefoon van [verdachte 3] een connectie met het WiFi-netwerk van [verdachte 4] . Vervolgens wordt doorgereden naar Beverwijk, waarbij de telefoons van [verdachte 2] en [verdachte 3] meebewegen. Ondertussen is de Jetta om 23:21 uur vertrokken uit Aalsmeer, waarna deze om 00:21 uur aankomt in Wormerveer. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard dat [verdachte 7] wel eens bij hem kwam en dat dat te maken had met softdrugs. Hij weet niet meer precies wanneer [verdachte 7] allemaal bij hem langs is geweest. De rechtbank stelt vast dat er een ontmoeting is geweest tussen [verdachte] en [verdachte 7] . Ook stelt de rechtbank vast dat [verdachte 2] in Aalsmeer is geweest, in dezelfde periode dat [verdachte 7] zich in Aalsmeer bevond. De rechtbank kan echter niet vaststellen dat [verdachte 3] die avond in Aalsmeer is geweest, of dat er een ontmoeting is geweest tussen [verdachte 2] en [verdachte 7] , noch dat zij elkaar moeten hebben gezien. Wel kan worden vastgesteld dat [verdachte 2] en [verdachte 7] afzonderlijk van elkaar naar Aalsmeer zijn gereden, waar in elk geval [verdachte 7] [verdachte] heeft ontmoet, en dat [verdachte 7] en [verdachte 2] afzonderlijk van elkaar weer zijn vertrokken. 8 oktober 2016 De dag van de moordaanslag [verdachte 2] brengt [verdachte 3] naar de schutters en activatie prepaid 1, 2 en 3 Rond 15:10 uur rijdt de Bora met [verdachte 2] als chauffeur naar de omgeving van het Buikslotermeerplein, waar [verdachte 3] wordt afgezet. Gedurende deze rit wordt prepaid 1, in gebruik bij [verdachte 3] , om 15:12 uur geactiveerd. Vervolgens worden rond 15:20 uur ook prepaid 2 en 3 geactiveerd en alle drie de prepaidtelefoons maken dan gebruik van de zendmast op het adres [adres 1] , in de omgeving van het Buikslotermeerplein. Vervolgens vertrekt [verdachte 2] met de Bora rond 15:29 uur in de richting van Aalsmeer, waar deze om 15:51 uur wordt geregistreerd (in de buurt van de woning van [verdachte] ). [verdachte 2] heeft verklaard dat hij, nadat hij [verdachte 3] heeft afgezet in Amsterdam-Noord, naar de woning van de dochter van [verdachte 4] aan de [adres 2] is gegaan, waar hij de hele dag is gebleven. Dat [verdachte 2] , nadat hij [verdachte 3] had afgezet, naar de woning van de dochter van [verdachte 4] zou zijn gereden gelooft de rechtbank niet. De Bora wordt immers om 15:51 uur geregistreerd in Aalsmeer. Gelet op de reistijd die hiermee gemoeid is moet de Bora direct naar Aalsmeer gereden zijn. Bovendien weerspreken getuigen dat [verdachte 2] al in de middag op het feestje van de dochter van [verdachte 4] was. [verdachte 3] vervoert de schutters met de Caddy naar de parkeergarage Om 15:32 uur wordt de Caddy geregistreerd, rijdende over de A10 richting de Coentunnel. Vervolgens rijdt [verdachte 3] , die de bestuurder is, de Caddy met daarin nog twee andere inzittenden, om 15:41 uur de parkeergarage “Oranjekwartier” (de plaats delict) in. Na enkele rondjes te hebben gereden, wordt de Caddy geparkeerd en stapt [verdachte 3] uit en verlaat hij om 15:53 uur te voet de parkeergarage. [verdachte 3] is naar de Seat gelopen, die geparkeerd stond op het parkeerterrein bij de Wittgensteinlaan. Hier moest hij stand-by staan totdat hij een seintje kreeg. Om 16:04 uur peilen zowel prepaid 1, als prepaid 2 uit in de buurt van de plaats delict. Om 16:38 uur is de Caddy (waar zich, gelet op de verklaring van [verdachte 3] , nog twee personen in bevinden) in de parkeergarage verplaatst naar een andere parkeerplaats. Deze parkeerplaats bevindt zich schuin tegenover de parkeerplek waar de Mini Cooper van de (latere) slachtoffers bijna altijd stond geparkeerd. [verdachte 2] brengt prepaid 3 naar [verdachte] Rond 16:35 uur vertrekken de Bora en de Vito vlak na elkaar vanuit de omgeving van de woning van [verdachte] in Aalsmeer. De Vito beweegt naar de woning van de zus van [verdachte] en [verdachte 2] , [naam zus] , aan de [adres 3] , waar de Vito om 16:42 uur aankomt en tot 17:44 uur stilstaat. Vervolgens stuurt prepaid 3 om 16:45 uur een sms-bericht naar prepaid 2, waarbij prepaid 3 gebruikmaakt van een zendmast in de buurt van de [adres 3] . Waar de Bora heenrijdt is niet bekend, nu deze pas later op de avond voor het eerst weer in beeld komt. De rechtbank heeft eerder vastgesteld dat [verdachte 2] na het afzetten van [verdachte 3] direct is doorgereden naar Aalsmeer in de Bora. Deze werd bovendien alleen gebruikt door [verdachte 2] en [verdachte 4] . Van [verdachte 4] staat vast dat hij de hele middag op het verjaardagsfeest van zijn dochter was. Dit leidt tot de conclusie dat [verdachte 2] rond 16.35 uur vanuit Aalsmeer met de Bora is weggereden. [verdachte] heeft ontkend met de Vito vanuit Aalsmeer naar de woning van zijn zus in [plaats 5] te zijn gereden. [verdachte 5] heeft verklaard dat hij met een snorder naar de woning van [verdachte] is gegaan, omdat hij de Vito wilde lenen. Hij had niet met [verdachte] afgesproken, maar wist wel dat hij thuis was. Vervolgens heeft hij rond 17:00 of 18:00 uur bij de woning van [verdachte] de Vito opgehaald. Deze wilde hij gebruiken voor het vervoer van een door hem bij de Praxis aan te schaffen tafelblad. Toen hij wilde wegrijden werd hij in Aalsmeer aangesproken door een bekende van hem die hem vroeg of hij wat mensen kon ophalen bij de McDonald’s in Hoofddorp. Vervolgens zijn zij allebei (al dan niet in aparte voertuigen) naar Hoofddorp gereden om deze mensen (waarvan [verdachte 5] pas later bleek dat zij pech hadden gekregen) op te halen. Ten aanzien van de verklaring van [verdachte 5] overweegt de rechtbank als volgt. De Vito bevindt zich, nadat deze is weggereden uit Aalsmeer, tussen 16:42 en 17:42 uur in [plaats 5] bij de woning van de zus van [verdachte] en [verdachte 2] . De Vito blijft in [plaats 5] uitpeilen tot 18:28 uur. Het kan dus niet zo zijn dat [verdachte 5] de Vito rond 17:00 of 18:00 uur heeft opgehaald bij de woning van [verdachte] in [plaats 4] , laat staan dat hij deze vervolgens vanuit Aalsmeer (op instructie) naar de McDonald’s in Hoofddorp heeft gereden. Hetgeen [verdachte 5] heeft verklaard over zijn rit met de Vito komt verder geheel niet overeen met de rit die de Vito volgens de track & trace-gegevens heeft gereden. Bovendien wil of kan [verdachte 5] zijn verklaring op detailniveau op geen enkele manier onderbouwen. Zo wil hij niet verklaren wie hem naar Aalsmeer zou hebben vervoerd, wie hem in Aalsmeer zou hebben gevraagd om mensen in Hoofddorp op te halen of hoe hij wist dat hij specifiek deze mannen moest oppikken. Bovendien bevreemdt de verklaring over het lenen van de bus voor de aanschaf van een tafelblad. Dit alles maakt dat geen enkel element van de verklaring van [verdachte 5] wordt ondersteund door het dossier en dat deze door de wel bekende feiten en omstandigheden krachtig wordt weersproken. Kort gezegd gelooft de rechtbank helemaal niets van de verklaring van [verdachte 5] dat hij in de Vito heeft gereden. Nu [verdachte 5] niet heeft gereden in de Vito blijft enkel [verdachte] over als logische gebruiker van deze auto. [verdachte] is immers de huurder en gebruiker van de auto. De auto beweegt bovendien die dag van de omgeving van [verdachte] woning naar de omgeving van de woning van zijn zus (en vervolgens verder door Hoofddorp) en gaat daarna weer terug naar de omgeving van de woning van [verdachte] . De verklaring die ook [verdachte] hierover heeft afgelegd, namelijk dat [verdachte 5] de auto bestuurde, volgt het oordeel van de verklaring van [verdachte 5] hierover en is dus ongeloofwaardig. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat [verdachte] de Vito naar de [adres 3] moet hebben gereden. Nu prepaid 3 om 16:45 uur, drie minuten na aankomst van de Vito aldaar, in de directe omgeving van de [adres 3] uitpeilt, kan het niet anders zijn dan dat [verdachte] op dat moment over deze telefoon beschikte. Dit maakt bovendien dat [verdachte 2] deze telefoon in Aalsmeer aan [verdachte] moet hebben overgedragen. Hij is immers degene die vanaf de omgeving van het Buikslotermeerplein, waar prepaid 3 voor het laatst uitpeilde rond 15:20 uur, naar Aalsmeer is gereden. Vervolgens peilt prepaid 3 daar om 16:20 uur uit, dus voordat [verdachte 2] en [verdachte] afzonderlijk uit Aalsmeer wegrijden. De sms-berichten tussen prepaid 1, 2 en 3 De rechtbank heeft vastgesteld dat [verdachte 3] de gebruiker van prepaid 1 was en [verdachte] de gebruiker van prepaid 3. [verdachte 3] heeft na zijn aanhouding verteld waar hij zijn prepaid had weggegooid, waarna deze op de door hem genoemde locatie werd aangetroffen. De ontvangen en verzonden sms-berichten tussen prepaid 1 en 2 en tussen prepaid 1 en 3 konden dan ook worden uitgelezen, waarvan de inhoud hieronder staat vermeld: Prepaid 2 (schutters) Prepaid 1 ( [verdachte 3] ) Prepaid 3 ( [verdachte] ) 16:16 Zit achter in die waggie 16:17 Ja 16:48 Zit je goed 16:51 Nee en het is druk 16:52 Ok em nu 16:53 Bikkelen 16:53 Waar zijndie andere 16:54 Binnen 16:55 Hun hebben bereik 16:56 Ja 16:57 Ok heb ze gesproken 16:58 Ok 17:28 Kan ik me benen ff gaan strekken 17:29 Krijg kramp [verdachte 3] heeft verklaard dat hij, nadat hij de garage uitliep, direct naar de Seat is gelopen. Hier is hij achterin gaan zitten en moest hij wachten. Omdat hij het erg warm had, besloegen de ramen en hij was bang dat het op zou vallen. Hij heeft daarom de Seat verplaatst naar een minder opvallende plek. Ook wilde hij op enig moment weten of het nog lang zou duren, omdat hij heel nodig moest urineren. Nadat hij dat had gedaan, zag hij links van hem een Caddy in brand staan, waarna hij naar de Seat is gerend en is weggereden. Uit de verschillende sms-berichten over en weer leidt de rechtbank het volgende af. Het gegeven dat met prepaid 2 aan [verdachte 3] het bericht wordt gestuurd of hij “achter in die waggie” zit, geeft aan dat de schutters weten dat [verdachte 3] stand-by is in een tweede vluchtauto. Weliswaar is de inhoud van de sms-berichten tussen prepaid 2 en prepaid 3 niet bekend geworden, maar er is meermalen sms-contact geweest in aanloop naar de moordaanslag. Zo heeft prepaid 3 tussen 16:20 uur en 17:06 uur vijf berichten verzonden naar prepaid 2, terwijl prepaid 2 drie berichten naar prepaid 3 heeft verstuurd. Bovendien is gebleken dat slechts één minuut nadat er telefonisch contact is geweest tussen prepaid 2 en 3, het contact van de Vito aangaat, waarna de schutters (uiteindelijk) met deze auto worden opgehaald. Bovendien heeft [verdachte] (als gebruiker van prepaid 3) de schutters (de gebruikers van prepaid 2), ook gesproken, getuige het sms-bericht van 16:57 uur aan prepaid 1. Uit voornoemde berichten blijkt naar het oordeel van de rechtbank ook dat [verdachte] een coördinerende rol bekleedde. Zo had hij middels prepaid 3 meermalen contact met zowel prepaid 1 als prepaid 2. Tussen prepaid 1 en 2 was minder contact. Uit het beperkte contact tussen prepaid 1 en 2 leidt de rechtbank af dat [verdachte 3] wel degelijk wist dat er iets te gebeuren stond. Hij vroeg immers niet aan [verdachte] , maar aan de personen in de Caddy of hij zijn benen kon gaan strekken. Ten slotte blijkt uit de omvang en de inhoud van het sms-contact tussen de drie prepaidtelefoons dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de gebruikers van de telefoons, te weten [verdachte] , [verdachte 3] en de twee schutters. De moordaanslag Om 17:29 uur rijdt het gezin [naam ] met hun Mini Cooper de parkeergarage “Oranjekwartier” binnen en de auto wordt geparkeerd op de plek waar zij hun auto altijd neerzetten. [slachtoffer] is de bestuurder, zijn vriendin [benadeelde partij 1] zit op de bijrijdersstoel en achterin zit hun tweejarige dochter, [naam dochter] . Direct nadat de Mini is geparkeerd, komen (om 17:30:11 uur) twee mannen, respectievelijk met lichte broek (NN1) en donkere broek (NN2) van links en rechts uit de Caddy. Beide mannen rennen direct in de richting van de zwarte Mini Cooper, waarna deze veelvuldig, en in een tijdsbestek van slechts enkele seconden, wordt beschoten. Vervolgens keren deze schutters respectievelijk om 17:30:17 (NN2) en 17:30:21 uur (NN1) terug, waarbij zij allebei aan de rechterkant van de Caddy instappen. Op de plaats delict worden zestien kogelhulzen aangetroffen, wat er op duidt dat (minimaal) zestien keer is geschoten. Veertien van deze hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een (semi)automatisch werkend machinepistool van het kaliber 9mm Parabellum, merk Heckler & Koch, model MP5. Ten aanzien van deze veertien hulzen is het minimaal zeer veel waarschijnlijker dat ze uit één en dezelfde loop zijn afgevuurd. Twee hulzen zijn vermoedelijk verschoten met een semiautomatisch werkend pistool van het kaliber 9mm Browning Kort. In de motorkap van de Mini worden twee schotsbeschadigingen aangetroffen en bij het openen van de motorkap worden twee kogels van het kaliber 9mm Browning Kort aangetroffen in/op het motorblok. Ten aanzien van deze twee kogels is het minimaal zeer veel waarschijnlijker dat ze uit één en dezelfde loop zijn afgevuurd. De schotsbeschadigingen aan de voorzijde van de Mini impliceren dat één van de schutters van linksvoor het voertuig naar rechtsachter op het voertuig geschoten. Ook is gebleken dat één van de schutters van links, van de kant van de bestuurder, naar rechts op het voertuig geschoten. Gezien de looprichtingen van de schutters en de korte afstand tussen de Caddy en Mini is het waarschijnlijker dat de man met de lichte broek (NN1) aan de bestuurderszijde heeft gestaan en met het (semi-)automatisch werkend machinepistool heeft geschoten op de Mini Cooper en de slachtoffers. De man met de donkere kleding (NN2) heeft waarschijnlijk links voor de Mini Cooper gestaan en geschoten met een semiautomatisch werkend pistool. Bij dit vuurwapengeweld is [slachtoffer] door acht kogels geraakt, waarvan vier kogels in het hoofd, waardoor hij is overleden. [benadeelde partij 1] wordt door zes kogels geraakt en overleeft de aanslag ternauwernood. De tweejarige [naam dochter] blijft wonderwel ongedeerd. Er is wel een kogel aangetroffen vlak boven haar kinderzitje. Vlucht met de Caddy naar de Wittgensteinlaan en vlucht met de Seat Nadat de twee schutters weer in de Caddy zijn gestapt, rijdt deze zo snel mogelijk, met een andere auto mee onder de slagboom door, de garage uit. Vervolgens wordt gezien dat de Caddy met hoge snelheid via het fietspad van de Fregelaan naar het parkeerterrein op de Wittgensteinlaan rijdt. De bestuurder had een donkere huidskleur. Even later wordt op ditzelfde parkeerterrein de Caddy brandend aangetroffen. Vervolgens wordt door verschillende getuigen gezien dat twee mannen in zwarte jassen vanuit de richting van de brandende Caddy langs de flats op de Wittgensteinlaan rennen. Er worden geen andere mensen in de buurt gezien. Eén van deze mannen zou een donkere huidskleur hebben, terwijl de andere man blank of lichtgetint zou zijn. Een andere getuige heeft vanuit zijn woning omstreeks 17:39 uur de twee wegrennende personen gefilmd met zijn mobiele telefoon. Uit deze beelden blijkt dat één persoon een lichte (spijker)broek draagt (NN1), terwijl de andere persoon volledig in het zwart is gekleed (NN2). Deze laatste persoon houdt tijdens het rennen zijn hand bij zijn oor, waarna hij zijn hand weghaalt, voor zich houdt en ernaar kijkt. De rechtbank merkt ten aanzien hiervan op dat prepaid 1 (in gebruik bij [verdachte 3] ) een oproep van prepaid 2 (in gebruik bij de schutters) heeft gemist om 17:38:34 uur, waardoor aannemelijk is dat de schutters hebben geprobeerd [verdachte 3] op dat moment te bereiken. Een tweede filmopname van deze getuige toont dat aan de linkerzijde van de Wittgensteinlaan een donker gekleurde auto staat geparkeerd met verlichte remlichten. Een persoon met hetzelfde signalement als NN1, namelijk een lichte broek, zwarte jas, donker(blauwe) capuchon en zwarte schoenen met een lichte zijkant van de zool, stapt linksachter in deze auto (achter de bestuurder). De getuige heeft aanvullend verklaard dat de andere persoon (NN2) rechtsachter in de auto (achter de bijrijdersstoel) is ingestapt. De rechtbank stelt op basis van de beelden en verklaringen, waaronder ook die van [verdachte 3] , vast dat de schutters de Caddy brandend op de parkeerplaats van de Wittgensteinlaan hebben achtergelaten, waarna zij naar de Seat zijn gerend. Vervolgens zijn de schutters bij [verdachte 3] in de Seat gestapt en is [verdachte 3] vervolgens met hen weggereden. De Caddy en de Seat zijn in juni 2016 opgehaald in Rotterdam en vervolgens enige tijd koudgezet. Op 7 oktober 2016 is de Seat klaargezet nabij de plaats delict en vervolgens, net als de Caddy, gebruikt bij de moordaanslag op 8 oktober 2016. Nu niet is gebleken dat één van de auto’s in de tussentijd een andere bestemming heeft gehad, komt de rechtbank tot de conclusie dat zowel de Caddy als de Seat in Rotterdam zijn opgehaald met het specifieke doel om gebruikt te worden bij het plegen van de moordaanslag. Vlucht met en het stranden van de Seat De Seat rijdt richting Rijksweg A10 en om 17:43 uur belt prepaid 2 (de schutters) met prepaid 3 ( [verdachte] ), waarbij een zendmast in de buurt van de A10 wordt aangestraald. Prepaid 3 is dan nog in de buurt van de [adres 3] . Direct daarna, om 17:44 uur, gaat het contact van de Vito aan en de Vito maakt een rit van vijf minuten. Om 17:48 uur strandt de Seat op de N196 in Hoofddorp, waarna de drie inzittenden, waaronder [verdachte 3] , uitstappen en de Seat achterlaten. De drie inzittenden van de Seat zijn te voet verder gegaan, waarbij hun route door middel van verschillende camerabeelden inzichtelijk is gemaakt. Tijdens deze looproute probeert prepaid 2 meerdere malen te bellen met prepaid 3 (namelijk om 17:52 en om 17:53 uur). Beide keren wordt niet opgenomen. Prepaid 2 straalt op dat moment een mast aan op het adres [adres 4] . Uit camerabeelden blijkt dat NN2 (de donkere schutter) rond 17:52 uur zijn hand aan zijn oor heeft. De derde poging, om 17:54:35 uur, is succesvol en het gesprek duurt 318 seconden. Uit camerabeelden blijkt dat NN2 (de donkere schutter) rond 17:54 uur zijn hand aan zijn oor heeft. Prepaid 3 bevindt zich op dat moment nabij de Paviljoenlaan in Hoofddorp. Een halve minuut nadat het gesprek is afgelopen komt de Vito in beweging vanaf de Paviljoenlaan. Vervolgens vindt om 18:09 uur nogmaals een telefooncontact plaats tussen prepaid 2 en 3, waarbij zij dezelfde paal aanstralen en dus in elkaars nabijheid zijn. Dit telefoongesprek duurt tot ongeveer 18:16 uur. In deze omgeving heeft [verdachte 3] prepaid 1 weggegooid. Om 18:20 uur rijdt de Vito over de Burgemeester van Pabstlaan en enkele minuten later parkeert de Vito op de [adres 3] . Om 18:28 uur rijdt de Vito naar Aalsmeer, waar uiteindelijk bij de woning van [verdachte] wordt geparkeerd. Op hetzelfde tijdstip wordt de achtergelaten Seat op de N196 aangetroffen met vier lege banden. Bovendien wordt op de voetenplank voor de bijrijdersstoel een PET-fles aangetroffen die is gevuld met een gele vloeistof, die later benzine blijkt te zijn. Al eerder heeft de rechtbank vastgesteld dat [verdachte] gebruik maakte van de Vito en van prepaid 3. Direct nadat hij door de schutters wordt gebeld om 17:43 uur, vertrekt hij met de Vito naar de kennelijk afgesproken plaats om de drie personen op te pikken, te weten de Paviljoenlaan in Hoofddorp. Het ligt voor de hand dat door niemand was voorzien dat de Seat met pech langs de kant van de weg kwam te staan. De inzittenden van de Seat hadden dan ook plotseling en onmiddellijk vervangend vervoer nodig, waarop [verdachte] werd gebeld, die direct met de Vito in actie is gekomen. [verdachte 3] , de twee schutters en [verdachte] treffen elkaar, hetgeen blijkt uit het bij elkaar komen van de drie prepaidtelefoons, waarna in de Vito wordt teruggereden naar de [adres 3] (en uiteindelijk naar de woning van [verdachte] in [plaats 4] ). Forensisch onderzoek aan en in de Seat Het forensisch onderzoek heeft bevestigd dat [verdachte 3] de Seat heeft bestuurd. Zijn DNA is immers, met een matchkans kleiner dan één op één miljard, aangetroffen op een deel van de handgreep van het portier linksvoor. De rechtbank brengt in herinnering dat is vastgesteld dat de twee schutters achter in de Seat zijn ingestapt, waarbij NN1 links achter de bestuurder plaatsnam, terwijl NN2 rechts achter de bijrijdersstoel instapte. Nadat de Seat op de N196 verlaten was aangetroffen is deze onderzocht. Hierbij is een DNA-spoor aangetroffen op de armsteun rechtsachter dat matcht met [verdachte 5] . De matchkans is kleiner dan één op één miljard. Op de binnenkant van de dop van de met benzine gevulde colafles werd eveneens DNA van [verdachte 5] aangetroffen, met wederom een matchkans kleiner dan één op één miljard. De rechtbank hecht geen geloof aan de eerst ter terechtzitting door [verdachte 5] afgelegde verklaring. Kijkend naar de plekken waar het DNA van [verdachte 5] is aangetroffen, te weten op de plek waar de donkere schutter moet hebben gezeten en op de binnenkant van de dop van een met benzine gevulde colafles, is de rechtbank van oordeel dat beide DNA-sporen zijn aan te merken als dadersporen. De rechtbank is er dan ook van overtuigd dat [verdachte 5] degene is die achter de bijrijdersstoel is ingestapt in de Seat die op 8 oktober 2016 stond geparkeerd op de Wittgensteinlaan. Dit betekent dat [verdachte 5] ook degene is geweest die van de Caddy naar de Seat is gerend en de persoon die de Caddy heeft gereden vanuit de parkeergarage naar het parkeerterrein op de Wittgensteinlaan. Ten slotte stelt de rechtbank vast dat [verdachte 5] de hierboven als NN2 beschreven man is geweest die in de parkeergarage uit de Caddy is gerend en samen met NN1 de Mini Cooper onder vuur heeft genomen. Het voorgaande onderstreept de eerdere conclusie van de rechtbank dat niet [verdachte 5] maar [verdachte] de persoon is geweest die de Vito naar Hoofddorp heeft gereden, de prepaid 3 in gebruik heeft gehad en die [verdachte 3] , [verdachte 5] en de tweede schutter heeft opgehaald in Hoofddorp. De groep gaat uit elkaar Vanaf de woning van [verdachte] rijdt de Vito rond 19:15 uur naar de woning van [verdachte 5] in [plaats 3] . Ongeveer twintig minuten na aankomst rijdt de Vito naar een garagebox op de Klipperstraat, waarna wordt doorgereden naar de [adres 2] , waar op dat moment het verjaardagsfeest van de dochter van [verdachte 4] nog gaande is. Hier komt de Vito om 20:27 uur aan. Een klein kwartier later vertrekt de Vito naar het adres van een vriendin van [verdachte 5] , waar hij, gelet op zijn telecomgegevens, de rest van de avond doorbrengt. Vervolgens is de Vito bijna de gehele nacht actief in de weer, waarbij de telefoon van [verdachte 5] meebeweegt. Direct nadat de Vito is vertrokken vanaf de woning van [verdachte] , vertrekt ook een op naam van de zus van [verdachte] gehuurde Volkswagen Passat (met kenteken [kenteken] ) uit [plaats 4] . Een nota voor de huur van deze Volkswagen Passat is in [verdachte] woning aangetroffen. Nadat deze Passat verschillende keren van en naar Aalsmeer is gereden (steeds richting of komende uit de richting Hoofddorp), rijdt deze richting de [adres 2] in [plaats 3] . De telefoon van [verdachte] beweegt mee en hij is volgens getuigenverklaringen ook op het feestje geweest. Aan het eind van de avond beweegt de Passat weer terug naar de woning van [verdachte] . De Bora wordt om 20:46 uur geregistreerd, rijdende vanaf de omgeving van de woning van de dochter van [verdachte 4] richting de woning van [verdachte 3] in [plaats 1] . Dit is de eerste registratie sinds de reisbeweging vanuit Aalsmeer om 16:37 uur (nadat [verdachte 2] prepaid 3 aan [verdachte] had overgedragen). [verdachte 4] heeft verklaard dat hij, nadat hij in het begin van de middag op de [adres 2] was afgezet, daar de hele dag en avond is gebleven. Later op de avond kwamen, afzonderlijk van elkaar, achtereenvolgens [verdachte 2] , [verdachte 3] en [verdachte] langs. [verdachte 5] is niet langsgekomen. [verdachte 3] is maar kort gebleven en hij is door [verdachte 2] thuisgebracht met de Bora, waarna [verdachte 2] is teruggekomen. Tussen 24:00 en 01:00 uur is [verdachte 4] vervolgens met de Bora thuisgebracht door [verdachte 2] . De rechtbank stelt op grond van het voorgaande vast dat drie auto’s naar de [adres 2] zijn gereden, te weten de Vito, de Bora en de Passat. Ook stelt de rechtbank vast dat [verdachte 3] , [verdachte 2] en [verdachte] pas in de avond op het feestje van de dochter van [verdachte 4] aanwezig zijn geweest. Kijkend naar de reisbewegingen van de Vito kan het niet anders dan dat [verdachte 5] de Vito tot zijn beschikking heeft gehad en dat [verdachte 3] door [verdachte 5] is afgezet in de [adres 2] . [verdachte 3] is immers op het feestje aanwezig geweest en [verdachte 5] niet, terwijl de Vito daar wel heeft stilgestaan. De Bora is door [verdachte 2] bestuurd en hij heeft [verdachte 3] naar huis gebracht. Dit volgt uit de reisbewegingen en wordt bevestigd door de verklaring van [verdachte 4] . Uit de bekend geworden informatie omtrent de Passat leidt de rechtbank af dat [verdachte] daarmee op deze avond heeft gereden. Later die nacht wordt een Suzuki Alto met kenteken [kenteken] om 01:28 uur geregistreerd, rijdend richting Wormerveer. Deze auto staat op naam van de moeder van [verdachte 7] en hij gaat ervan uit dat hij de auto op dat moment heeft bestuurd, al heeft hij daaraan geen concrete herinnering. De rechtbank kan geen andere reisbewegingen vaststellen in relatie tot deze registratie van de Alto. 11 oktober 2016 Reisbeweging Alto naar Aalsmeer Op 11 oktober 2016, om 06:52 uur, wordt de Alto geregistreerd, rijdende richting Aalsmeer. Een uur later, om 07:52 uur rijdt de Alto weer Aalsmeer uit, richting Hoofddorp. [verdachte 7] heeft verklaard dat hij een afspraak had, maar dat hij daar niks meer over had gehoord. Daarom is hij op de bonnefooi naar Aalsmeer gereden, maar kreeg daar geen gehoor. De rechtbank kan slechts vaststellen dat [verdachte 7] op die dag met de Alto naar en uit Aalsmeer is gereden. 3.4.4 De onder 5. ten laste gelegde deelname aan een criminele organisatie Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is geweest van een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband tussen verdachte en zijn medeverdachten. Het bestaan van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht is dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. 3.4.5 Het onder 1. primair ten laste gelegde medeplegen van moord De rechtbank heeft onder 3.4.3 vastgesteld dat verdachte de gebruiker was van prepaid 3 op 8 oktober 2016 en dat hij daarmee actief contact onderhield met [verdachte 5] , een andere schutter (hierna: NN1) en [verdachte 3] . [verdachte 5] en NN1 waren op toen in de parkeergarage ‘Oranjekwartier, waar zij de Mini Cooper onder vuur hebben genomen, waarna zij met [verdachte 3] zijn gevlucht. Bij het vuurwapengeweld is [slachtoffer] door kogels geraakt, waardoor hij is overleden. Ook heeft verdachte met de door hem gehuurde Vito de schutters en [verdachte 3] opgehaald nadat zij tijdens hun vlucht met de Seat waren gestrand. Voor een bewezenverklaring van het medeplegen van moord moet komen vast te staan dat er sprake is van: opzet op de dood van [slachtoffer] ; voorbedachte raad, en dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking, gericht op het voltooien van het delict, tussen de verschillende mededaders. Opzet op de dood De auto van het gezin [naam ] is gericht, van korte afstand en veelvuldig beschoten met (semi)automatische vuurwapens. Het is duidelijk, gezien de schotrichtingen en de locaties van de aangetroffen kogels, dat de schutters in ieder geval de bestuurder van deze auto dodelijk wilden raken. Die bestuurder bleek uiteindelijk [slachtoffer] te zijn; daarmee is er dus het opzet op zijn dood. Uit niets is gebleken dat [slachtoffer] het oorspronkelijk beoogde doelwit was. De omstandigheid dat er sprake is van een verwisseling van het beoogde slachtoffer maakt de beoordeling van het opzet op de dood niet anders. De rechtbank acht de opzet op de dood bewezen. Voorbedachte raad Voor een bewezenverklaring van dit bestanddeel moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling. De verdachte moet de gelegenheid hebben gehad over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te hebben gegeven. Ook hier staat een verwisseling van het beoogde slachtoffer staat niet aan het aannemen van voorbedachte raad in de weg. In dit geval is er kennelijk geen enkele voorzorg genomen om dit risico uit te sluiten. Verdachte heeft gehandeld volgens een gedurende langere tijd beraamd en in stappen uitgevoerd plan. De voorbereiding daarvan is voor het eerst zichtbaar als in de nacht van 14 op 15 juni 2016 de Caddy, waarin [verdachte 5] en NN1 op 8 oktober 2016 het slachtoffer in de garage hebben opgewacht, wordt opgehaald en naar Alkmaar gebracht. Op 20 juni 2016 is de Caddy vanuit Alkmaar naar Aalsmeer, in de buurt van de woning van verdachte, verplaatst door [verdachte 6] , een bekende van verdachte, en van daaruit naar Amsterdam-Noord door [verdachte 5] , ook een goede bekende van verdachte. In de nacht van 6 op 7 oktober 2016 is verdachte betrokken geweest bij het klaarzetten van de Seat op de Wittgensteinlaan. Op 8 oktober 2016 zijn [verdachte 3] , [verdachte 5] en NN1 naar de parkeergarage gereden, er zijn drie prepaid telefoons gebruikt - verdeeld over [verdachte 3] in de Seat, de schutters in de Caddy en verdachte in de Vito - en heeft [verdachte 5] met NN1 in de Caddy gewacht op de komst van de auto waarin [slachtoffer] reed. In dit tijdvak heeft verdachte contact gehad via prepaid 3 met de prepaids 1 en 2, op dat moment in gebruik bij respectievelijk [verdachte 3] en de schutters. Vervolgens hebben [verdachte 5] en NN1 minimaal zestien kogels afgevuurd op (de inzittenden van) de auto. Hierna zijn zij gevlucht in de Caddy, die brandend is achtergelaten, waarna zij zijn overgestapt in de gereed staande Seat. Nadat deze was gestrand zijn [verdachte 5] , [verdachte 3] en NN1 verder te voet gevlucht, waarbij [verdachte 5] met prepaid 2 contact heeft onderhouden met verdachte. Hierdoor konden zij door verdachte, die aanvankelijk op een andere plaats klaar stond, na het stranden met de Seat worden opgehaald met de Vito. De rechtbank komt gelet op het voorgaande in onderlinge samenhang bezien tot een bewezenverklaring van de voorbedachte raad. Medeplegen De betrokkenheid bij een strafbaar feit kan als medeplegen worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verschillende mededaders, welke samenwerking is gericht op het voltooien van het delict. Uit hetgeen onder 3.4.3 is vastgesteld leidt de rechtbank af dat verdachte bij de onder feit 1 tenlastegelegde moord nauw en bewust heeft samengewerkt met NN1, [verdachte 5] en [verdachte 3] . Verdachte is immers zowel tijdens de (voorbereiding van), als tijdens de vlucht na de moordaanslag zeer actief betrokken geweest bij de uitvoering van het plan. Zo heeft verdachte de Seat helpen klaarzetten en actief contact onderhouden met de schutters, ook in de parkeergarage, en met [verdachte 3] , de bestuurder van de vluchtauto. De rechtbank slaat ook acht op de aard en inhoud van de contacten tussen de 3 prepaids. Verdachte heeft [verdachte 3] , [verdachte 5] en NN1 vervolgens opgehaald nadat zij op hun vlucht waren gestrand met de Seat. Zijn bijdrage aan de delicten was dan ook van voldoende gewicht om als medeplegen te kunnen worden aangemerkt. Dat betekent dat hij strafrechtelijk niet alleen verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen, maar ook voor dat van zijn mededaders. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van het medeplegen. 3.4.6 Het onder 2. primair ten laste gelegde medeplegen van pogingen tot moord Op het moment dat [slachtoffer] in de auto werd beschoten zat zijn partner [benadeelde partij 1] naast hem op de bijrijdersstoel en hun kind op de achterbank. Ten aanzien van [benadeelde partij 1] en hun kind gaat de rechtbank er niet vanuit dat het de planners van de moordaanslag er van tevoren om te doen was hen te doden. Ook kan de rechtbank niet met zekerheid vaststellen dat gericht op [benadeelde partij 1] of hun kind is geschoten met de bedoeling hen te doden. Vast staat dat opzettelijk veelvuldig van dichtbij, in korte tijd met (semi)automatische wapens op een auto in een parkeergarage is geschoten. Dit hield een groot risico in dat, naast de bestuurder, ook nog andere inzittenden van de auto of passanten zouden komen te overlijden. Juridisch merkt de rechtbank dat risico aan als een aanmerkelijke kans. De daders hebben deze aanmerkelijke kans kennelijk bewust aanvaard, aangezien zij het plan hebben uitgevoerd op de wijze zoals hiervoor beschreven. Juridisch is dan sprake van voorwaardelijk opzet op het doden van alle overige inzittenden van de auto, en dus ook [benadeelde partij 1] en hun kind. De rechtbank neemt bovendien aan dat er gezien de lange voorbereidingstijd ruimschoots gelegenheid is geweest om na te denken over het risico op de mogelijke dood van meerdere slachtoffers. (Semi)automatisch schieten op een auto in een parkeergarage draagt dat risico immers evident in zich. Het is dan ook redelijk aan te nemen dat de verdachte daadwerkelijk gebruik van deze gelegenheid heeft gemaakt. Er is evenwel niet gebleken dat op enigerlei wijze een voorzorgsmaatregel is getroffen om het risico op meerdere slachtoffers te voorkomen. De onder 3.4.6. ten aanzien van feit 1 bewezen geachte voorbedachte raad geldt daarom evenzeer voor deze twee pogingen. Wat betreft het medeplegen geldt hetzelfde als onder 3.4.6. ten aanzien van feit 1 is overwogen; daarvan is ook hier sprake en daarom komt de rechtbank dan ook bij de pogingen tot moord op [benadeelde partij 1] en hun kind tot een bewezenverklaring van het medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen van zowel de moord op [slachtoffer] als de pogingen tot moord op [benadeelde partij 1] en [naam dochter] wettig en overtuigend bewezen. 3.4.7 De onder 3. ten laste gelegde heling Verdachte is op verschillende momenten betrokken geweest bij het verplaatsen dan wel gebruik van twee gestolen auto’s, namelijk de Caddy (op 20 juni 2016) en de Seat (6 en 7, en 8 oktober 2016), in het kader van de voorbereiding en uitvoering van een moordaanslag zoals hiervoor (in rubriek 3.4.3) beschreven. Gelet op de rol die verdachte bij de moordaanslag speelde, zoals hierboven uiteen is gezet, moet ook zijn betrokkenheid bij de genoemde verplaatsingen van deze auto’s zodanig zijn geweest dat verdachte als medepleger van het voorhanden hebben van deze auto’s kan worden aangemerkt. Dat bij een dergelijk plan gebruik wordt gemaakt van gestolen auto’s en gestolen of gedupliceerde kentekenplaten ligt zodanig in de lijn der verwachtingen dat verdachte die herkomst ten tijde van het voorhanden krijgen van deze auto’s telkens redelijkerwijs moet hebben vermoed. Verdachte heeft zich dan ook, samen met zijn mededaders, schuldig gemaakt aan het medeplegen van (schuld)heling van deze auto’s. 3.4.8 De bewijsmiddelen ten aanzien van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde De heling van de Caddy en de Seat is op een dusdanige manier verweven met de voorbereiding en de uitvoering van de moordaanslag, dat de onderlinge bewijsmiddelen niet los van elkaar kunnen worden gezien. De rechtbank heeft ten aanzien van het onder 1., 2. en 3. ten laste gelegde dan ook gebruikgemaakt van de relevante bewijsmiddelen die in de volgende voetnoten staan vermeld: 2 t/m 35, 44 t/m 50, 62 t/m 73, 76, 82 t/m 128. 3.4.9 Het onder 4. ten laste gelegde wapenbezit Bij een doorzoeking van de woning van verdachte zijn op 28 maart 2017 twee vuurwapens met bijbehorende munitie aangetroffen, te weten een pistool, merk Glock, model 19C, 9 mm Luger met 28 patronen en een pistool, merk Star, model S 380, .380Auto met negen patronen. Na onderzoek blijkt het te gaan om wapens en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie Verdachte heeft het vuurwapenbezit ter terechtzitting bekend. De rechtbank acht het onder feit 4. ten laste gelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen. 3.4.10 Het onder 6. ten laste gelegde witwassen Verdachte heeft (met zijn vriendin [naam vriendin] (hierna: [naam vriendin] )) in korte tijd, namelijk ongeveer vijftien maanden, grote geldbedragen uitgegeven aan verschillende (luxe) goederen. Ook zijn grote geldbedragen in contanten zijn gestort op de bankrekening van [naam vriendin] . 3.4.10.1 Uitgaven Huur woning In de ten laste gelegde periode is vanaf de rekening van [naam vriendin] € 15.191,96 is betaald voor de huur van de woning van verdachte en [naam vriendin] aan de [adres 5] . Huurauto’s Tussen 13 januari 2016 en 13 februari 2017 heeft verdachte bij [verhuurbedrijf 4] voertuigen gehuurd voor een bedrag van € 7.686,33. Tussen 30 maart en 29 april 2016 is een BMW met kenteken [kenteken] gehuurd bij [naam verhuurbedrijf 1] te [plaats 5] voor een bedrag van € 1.500,-. Deze zelfde BMW is tussen 18 mei en 21 juni 2016 en tussen 21 juni en 6 juli 2016 nogmaals gehuurd bij [naam verhuurbedrijf 2] Alle drie de keren is de BMW gehuurd door de zus van verdachte, [naam zus] en twee keer stond verdachte als bestuurder vermeld. Tussen 4 januari en 11 mei 2016 zijn door [naam zus] bij [naam verhuurbedrijf 3] drie voertuigen gehuurd met een totale huurprijs van € 5.880,79. Alle drie de keren stond verdachte vermeld als bestuurder. Tussen 6 juli en 30 december 2016 zijn door [naam zus] bij [naam verhuurbedrijf 2] acht voertuigen gehuurd met een totale huurprijs van € 5.852,83. Vijf keer stond verdachte vermeld als bestuurder. Uit het dossier is niet gebleken dat [naam zus] daadwerkelijk in één van de door haar gehuurde voertuigen heeft gereden, terwijl in het merendeel van de gevallen verdachte als bestuurder van de gehuurde auto’s staat vermeld. Bovendien is wél gebleken dat verdachte in meerdere door [naam zus] gehuurde auto’s heeft gereden. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [verdachte] ten aanzien van alle gehuurde voertuigen in de ten laste gelegde periode de feitelijke gebruiker was en dat hij ook voor deze voertuigen betaalde. Aankoop Audi ( [kenteken] ) Verdachte heeft van [verdachte 6] een gepantserde Audi gekocht voor € 14.500,-. Verdachte heeft dit ter terechtzitting bevestigd en heeft andermaal aangegeven geen afstand van de auto te doen. Tevens heeft hij verklaard dat hij het aankoopbedrag contant heeft betaald. Hotelovernachtingen Verdachte heeft in de periode van 3 december 2016 tot en met 11 februari 2017 € 6.677,80 uitgegeven aan hotelovernachtingen. Hij heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij deze hotelovernachtingen contant heeft betaald. Overige luxe goederen Tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte in [plaats 4] zijn diverse luxe goederen aangetroffen. Zo is een aankoopbon van een Woolrich-jas (à € 1.099,-) en een bonnetje van de aankoop van een iPhone 7 (à € 650,-) aangetroffen. Ook zijn beleenovereenkomsten aangetroffen van verschillende sieraden (te weten vier armbanden en een ring), met een totaalwaarde van € 870,-. Deze beleenovereenkomsten zijn overigens op naam gesteld van [naam vriendin] . 3.4.10.2 Inkomsten Van verdachte zijn geen (legale) inkomsten bekend. Vanaf 2011 tot en met 2017 heeft hij geen aangifte inkomstenbelasting gedaan en ook is niet gebleken dat hij een schenking of erfenis heeft ontvangen. Hij heeft bovendien sinds 2012 geen bankrekening meer en de rechtbank constateert dan ook dat geen sprake is van enig legaal vermogen. [naam vriendin] heeft overigens vanaf 2015 geen (legaal) inkomen meer en hoewel zij in het bezit is van vier bankrekeningen blijken daar ook geen andere legale inkomsten uit. Dit betekent niet dat er op haar rekening(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.