← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:4483

RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht Team kanton zaaknummer: 6831963 EA VERZ 18-316 datum uitspraak: 1 juni 2018 func.: 454 proces-verbaal van mondelinge uitspraak in de zaak van [verzoekster] wonende te [woonplaats] verzoekster gemachtigde: mr. E. Zondervan t e g e n de vereniging Vereniging van Eigenaars [naam VvE] gevestigd te [vestigingsplaats] statutair gevestigd te [vestigingsplaats] verweerster gemachtigde: mr. T. Delmée Partijen worden hierna [verzoekster] en de VVE genoemd. Tegenwoordig zijn mr. C.W. Inden kantonrechter, en dhr. T. Weller griffier. Na uitroeping van de zaak verschijnen: [verzoekster] voornoemd, vergezeld door de gemachtigde Voor de VVE [naam 1] (namens de beheerder van de VVE ) en [naam 2] (voorzitter), vergezeld door de gemachtigde. 1De mondelinge behandeling: Partijen hebben hun standpunten toegelicht en op elkaars standpunten gereageerd. De kantonrechter sluit de behandeling van de zaak en deelt partijen mee dat hij mondeling uitspraak zal doen in het incident. De kantonrechter doet de volgende uitspraak. 2De gronden van de beslissing in het incident Naar het oordeel van de kantonrechter kan de vordering in het incident niet anders begrepen worden dan dat een verbod tot aanvang van de werkzaamheden is gevraagd totdat in de hoofdzaak is beslist. De VVE heeft zich hierover ook voldoende kunnen uitlaten. De verhouding tussen de eigenaren binnen een VVE worden beheerst door de redelijkheid en billijkheid. Dat brengt met zich dat als door een renovatie een lid van de VVE diens appartement niet kan gebruiken, de VVE als collectief belanghebbende bij die renovatie een redelijk voorstel moet doen. Het antwoord op de vraag wat een redelijk voorstel is hangt af van alle omstandigheden van het geval, waaronder de kosten van de verschillende mogelijke oplossingen. Van het betrokken lid van de VVE , in dit geval [verzoekster] , mag verwacht worden dat zij in beginsel het minst dure en bezwarende alternatief aanvaardt, ook als dat voor haar overlast – bijvoorbeeld door een verhuizing – met zich brengt en ook als zij daardoor tijdelijk niet alle voorzieningen ter beschikking heeft die zij thuis heeft. Het enige voorstel dat de VVE aan mevrouw [verzoekster] heeft gedaan is betaling van een bedrag van het equivalent in euro’s van 2500 gulden. Dat is in ieder geval geen redelijk voorstel, nu gesteld noch gebleken is dat [verzoekster] hiermee een alternatieve woonruimte kan betalen, terwijl voorts niet is gebleken dat een dergelijke ruimte beschikbaar is. De kantonrechter acht het gevorderde verbod de werkzaamheden aan te vangen totdat in de hoofdzaak is beslist dan ook toewijsbaar. Daaraan zal worden toegevoegd dat het verbod ook eindigt indien door de VVE een traplift tot de woning van [verzoekster] wordt geplaatst, nu de VVE terecht heeft aangevoerd dat die oplossing door [verzoekster] in ieder geval als redelijk voorstel wordt beschouwd, zo blijkt uit het verzoek ten gronde. Dat sluit overigens niet uit dat van [verzoekster] kan worden gevergd een ander – minder duur – redelijk voorstel te accepteren. 3De beslissing De kantonrechter: in het incident: 3.1. verbiedt bij voorlopige voorziening de VVE de voorgenomen werkzaamheden aan de liften uit te voeren totdat ofwel in de hoofdzaak is beslist, ofwel een traplift is geplaatst waarmee [verzoekster] de verdieping kan bereiken waarop haar appartement gevestigd is, op straffe van een dwangsom van € 30.000,00; 3.2. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad; 3.3. houdt iedere verdere beslissing aan; In de hoofdzaak: 3.4. houdt iedere beslissing aan tot 22 juni 2018. Waarvan proces-verbaal, De griffier De kantonrechter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.