RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751193-17 (EAB II) RK nummer: 17/1906 Datum uitspraak: 21 juni 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 2 maart 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 augustus 2011 door de Sąd Okręgowy w Legnicy – III Wydział Karny (District Court of Legnica – III Criminal Department) in Polen en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] , Polen, op [geboortedag] 1969, niet ingeschreven in de Basisregistratie personen maar verblijvend op het adres [adres] hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 juni
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.A.E. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn advocaten, mrs. N.M.R. Slaghekke en R. Malewicz, advocaten in Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22 van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er door de aanhouding niet in is geslaagd binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft op de zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van: een judicial decision of Regional Court in Legnica of 26th April 2006 on institution of seeking by wanted notice in case file No. VII K 1269/05en een judgement of Regional Court in Legnica of 21st April 2005 in case file No. VII K 269/05 (date of becoming final: 29th April 2005). Zaaknummer: VII K 269/
- De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. 4De ontvankelijkheid van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB van 12 augustus 2011 met referentie III Kop 145/
- Het EAB is door de Poolse uitvaardigende autoriteit ingetrokken. De rechtbank volgt de officier van justitie en zal haar in de vordering niet-ontvankelijk verklaren. 5Beslissing VERKLAART HET OPENBAAR MINISTERIE NIET-ONTVANKELIJK met betrekking tot de vordering op grond van artikel 23 van de OLW inzake het EAB van 12 augustus
- HEFT OP het bevel tot overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en B. Poelert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 juni
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. [A/B/C]