vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/641065 / KG ZA 17-1380 FB/EB Vonnis in kort geding van 30 januari 2018 in de zaak van [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser bij dagvaarding van 8 januari 2018, advocaat mr. T.G. Gijtenbeek te Amsterdam, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid GERMA INVEST MANAGEMENT, gevestigd te Amsterdam, 2. [gedaagde sub 2], wonende te [woonplaats] , gedaagden, advocaat mr. R.G. Meester te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en Germa c.s. worden genoemd. Afzonderlijk zullen gedaagden worden aangeduid als Germa Invest Management en [gedaagde sub 2] . 1De procedure Ter zitting van 16 januari 2017 heeft [eiser] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Ter zitting heeft hij zijn eis schriftelijk vermeerderd als onder 3.1. vermeld. Germa c.s. heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht en hun standpunten toegelicht aan de hand van pleitaantekeningen. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting was mr. Gijtenbeek namens [eiser] aanwezig. Aan de zijde van Germa c.s. waren aanwezig, voor zover van belang, [naam 1] (manager van [Club] ) en mr. Meester. 2De feiten 2.1. Met ingang van 1 augustus 2010 verhuurde [eiser] aan [gedaagde sub 2] de bedrijfsruimte aan de [adres] te [plaats] . Op verzoek van [gedaagde sub 2] is deze huurovereenkomst in onderling overleg beëindigd en is met ingang van 1 augustus 2014 een nieuwe huurovereenkomst tot stand gekomen tussen [eiser] en Germa Invest Management, van welke vennootschap [gedaagde sub 2] middellijk bestuurder is. [gedaagde sub 2] heeft zich daarbij hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor de nakoming van de verplichtingen die voor Germa Invest Management voortvloeien uit de huurovereenkomst. 2.2. In het gehuurde exploiteert Germa c.s. een seksclub, [Club] geheten. 2.3. Op 26 juli 2017 heeft de burgemeester van Amsterdam, ter handhaving van de openbare orde, de club voor onbepaalde tijd gesloten wegens overtreding van de Opiumwet. Deze beslissing is in de bezwaarprocedure in stand gelaten, onder verbetering van de motivering in die zin dat de passages waarin aan Germa c.s. een verwijt van de overtreding van de Opiumwet is gemaakt, zijn geschrapt. Een door Germa c.s. bij de voorzieningenrechter te Amsterdam ingesteld verzoek tot schorsing van het besluit tot sluiting is afgewezen. 2.4. Germa c.s. heeft de huur over de maanden augustus tot en met november 2017 slechts gedeeltelijk betaald en de huur over de maanden december 2017 en januari 2018 in het geheel niet, ook niet na sommatie. 2.5. [gedaagde sub 2] heeft een nieuw bedrijfsplan voor de club ingediend bij de gemeente. Onder voorbehoud is bepaald dat dit plan op 29 januari 2018 tijdens de eerstkomende stafvergadering aan de burgemeester zal worden voorgelegd. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert na vermeerdering van eis, kort gezegd: Germa Invest Management te veroordelen tot ontruiming van het gehuurde; Germa c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 41.873,37 (in plaats van € 41.129,61, zoals in het petitum van de dagvaarding staat); Germa c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de huurpenningen vanaf 1 februari 2018 tot de dag van de ontruiming; Germa c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling van € 1.435,42 aan buitengerechtelijk incassokosten. Gera c.s. hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten. 3.2. Germa c.s. voert verweer. 3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. Een vordering tot ontruiming is in kort geding toewijsbaar indien voldoende aannemelijk is dat die vordering in een bodemprocedure zal worden toegewezen en indien van de eisende partij niet kan worden gevergd dat deze de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. 4.2. Partijen zijn het erover eens dat de huurachterstand, berekend tot en met januari 2018, € 41.873,37 bedraagt. Beiden gaan ervan uit dat de maandelijkse huurprijs met ingang van augustus 2017 € 11.929,76 bedraagt en dat deze in het voorafgaande jaar € 11.097,73 bedroeg. Een achterstand van € 41.873,37 komt dan neer op een achterstand van meer dan drie maanden, wat in beginsel ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt. Het verweer van Germa c.s. komt erop neer dat zij verwacht de achterstand binnen korte termijn in één keer te kunnen betalen. De achterstand is volgens Germa c.s. uitsluitend een gevolg van de sluiting. Zij verwacht dat de burgemeester op 29 januari 2017 het besluit tot sluiting zal intrekken en het nieuwe bedrijfsplan voor de club, waarover met gemeenteambtenaren uitvoering overleg is gevoerd, zal goedkeuren. Daarmee is de weg vrijgemaakt voor heropening van de club. Germa c.s. stelt een investeerder bereid te hebben gevonden om, onder de voorwaarden (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.