RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13-689323/17 (Promis) Datum uitspraak: 8 juni 2018 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte], geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1996, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland. 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 25 mei
- De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. D. Jironet-Loewe. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat zij zich heeft schuldig gemaakt aan het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [slachtoffer] op 02 september 2017 te Amsterdam. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het ten laste gelegde, het openlijk in vereniging geweld plegen tegen [slachtoffer] , kan worden bewezen. De rechtbank grond haar beslissing op de aangifte, het gegeven dat de verdachte op aanwijzing van de aangever is aangehouden, de waarnemingen van de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , de verklaring van getuige [getuige] en de overeenkomsten van de kleding die verdachte ten tijde van haar aanhouding droeg en de kleding van één van de openlijk geweldplegers. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: op 02 september 2017 te Amsterdam, met anderen, op of aan de openbare weg, te weten het Centraal Station en/of de Prins Hendrikkade, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer] , welk geweld bestond uit - het achter [slachtoffer] aanrennen en vervolgens - het vastpakken bij de nek, waardoor voornoemde [slachtoffer] ten val is gekomen en - het meermalen met kracht trappen en slaan tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] (terwijl voornoemde [slachtoffer] op de grond lag) terwijl dit gepleegde geweld enig lichamelijk letsel, te weten een wond op de hand voor voornoemde [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 6De strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 7De strafbaarheid van verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar. 8Motivering van de straf 8.1 Eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. 8.2 Oordeel van de rechtbank De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, een en ander zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging door samen met anderen het slachtoffer [slachtoffer] op de openbare weg te slaan en trappen waarbij hij een wond aan zijn hand heeft opgelopen. Verdachte heeft hierbij inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dit soort strafbare feiten veroorzaakt daarnaast gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving, zeker als ze plaatsvinden op of aan de openbare weg en er mensen getuigen van zijn, zoals blijkt uit het dossier. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het strafblad van verdachte van 1 mei 2018 waaruit weliswaar blijkt dat aan verdachte enige maanden geleden een geldboete is opgelegd voor een Opiumwetdelict, maar dat zij niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk misdrijf. Het strafblad van verdachte heeft daardoor geen strafverzwarende invloed. De rechtbank heeft als uitgangspunt bij het bepalen van de straf acht geslagen op de oriëntatiepunten die zijn vastgesteld door het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Deze geven als oriëntatiepunt voor openlijke geweldpleging zonder lichamelijk letsel een taakstraf van 120 uur en voor openlijke geweldpleging, lichamelijk letsel ten gevolge hebbend een taakstraf van 150 uur. De rechtbank ziet, gelet op het geringe letsel – aangever heeft een schaafwond op de rug van zijn hand opgelopen – en de jeugdige leeftijd van verdachte aanleiding om aansluiting te zoeken bij het oriëntatiepunt voor openlijke geweldpleging zonder lichamelijk letsel. Verdachte heeft geen bekende vaste woon- of verblijfplaats hetgeen een contra indicatie is voor het opleggen van een taakstraf. Nu verdachte voorgaande jaren altijd heeft ingeschreven gestaan in de Basisregistratie Personen zal de rechtbank verdachte toch een kans geven een taakstraf te verrichten. De rechtbank ziet, anders dan de officier van justitie, geen aanleiding tot oplegging van een voorwaardelijke straf als stok achter de deur. Alles afwegende acht de rechtbank een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, passend en geboden. 9Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 63 en 141 van het Wetboek van Strafrecht. 10Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen, terwijl het door de schuldige gepleegde geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft. Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar. Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 120 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen. Dit vonnis is gewezen door mr. A.R.P.J. Davids, voorzitter, mrs. E.G. Fels en L. Dolfing, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 08 juni
- […]