vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/639816 / HA ZA 17-1262 Vonnis van 1 augustus 2018 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SPUIVESTE HOLDING B.V., gevestigd te Haarlem, eiseres, advocaat mr. J.N.M. van Trigt te Amsterdam, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. J.M. de Bruin te Amsterdam. Partijen zullen hierna Spuiveste en [woonplaats] genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: De dagvaarding van 28 november 2017 met producties, De conclusie van antwoord van 17 januari 2018 met producties, het tussenvonnis van 25 april 2018 waarin een verschijning van partijen is bepaald, het proces-verbaal van comparitie van 2 juli 2018 en de daarin genoemde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [woonplaats] kocht in 1989 het pand aan de [adres] te [plaats] . Dit pand bestaat uit drie woningen (nummer [nummer 1] , [nummer 2] en [nummer 3] ). De woningen op [nummer 1] en [nummer 2] zijn verhuurd toen [woonplaats] het pand in 1989 kocht en diezelfde huurders wonen er nog steeds. [woonplaats] heeft goed contact met zijn huurders. [woonplaats] is zelf op de woning op nummer [nummer 3] gaan wonen. In 1992 kocht [woonplaats] ook het naastgelegen pand (nummer [nummer 4] ). [woonplaats] is toen zelf op nummer [nummer 4] gaan wonen met zijn partner en jonge kinderen en zijn zoon is op nummer [nummer 3] gaan wonen. Inmiddels is de zoon verhuisd. De panden [nummer 1, 2 en 3] en [nummer 4] zijn tot op heden ongesplitst. 2.2. Spuiveste is een professionele vastgoedhandelaar. De heren [naam 1] en [naam 2] zijn verbonden aan Spuiveste. 2.3. Op 15 augustus 2017 stond [naam 1] zonder vooraankondiging bij [woonplaats] voor de deur. Hij gaf aan het pand nummer [nummer 4] van [woonplaats] te willen kopen. Op 18 augustus 2017 bracht [naam 1] per e-mail een bod van € 800.000,-- uit op dit pand. Hierop is door [woonplaats] niet gereageerd. 2.4. Op 16 oktober 2017 kwam [naam 1] onaangekondigd langs bij [woonplaats] . Hij deed namens Spuiveste een bod op beide panden, nummers [nummer 1, 2 en 3] en [nummer 4] . Later op de dag mailt hij naar [woonplaats] : “Leuk je vanmorgen weer gezien te hebben. Zoals je weet ben ik erg gecharmeerd van je panden aan de [adres] , nummer [nummer 1, 2 en 3] en [nummer 4] en heb ik er zin in om dit project op te pakken. Om een en ander concreet te maken, zou ik even wat punten op papier zetten en naar je mailen. Dan hebben we allebei meer houvast om op voort te borduren. Zoals besproken ligt de aankoopprijs van de twee panden op € 1.600.000,-- k.k. plus de kosten voor uitkoop. Er zitten momenteel nog twee aparte huurders op nummer [nummer 1] begane grond en 1 hoog. Ik ben bereid € 50.000,-- beschikbaar te stellen voor uitkoop en/of uitplaatsing. Hetgeen wij samen hopelijk tot een succesvol resultaat kunnen brengen. Ik heb nagedacht wat je nog als laatste tegen mij zei vanmorgen en daarom wil ik het volgende met je bespreken en afspreken, dat als het jou voor minder dan die € 50.000,-- lukt om het leeg te krijgen, het verschil voor jou is. Op het moment dat het leeg komt kunnen we op korte termijn de levering laten plaatsvinden. […]” 2.5. Op 23 oktober 2017 en op 24 oktober 2017 spreken partijen elkaar nader. Bij een van deze ontmoetingen biedt Spuiveste diverse mogelijkheden aan: een koopprijs van € 1.550.000,-- k.k. met beide huurders, een koopprijs van € 1.600.000,-- k.k. met één huurder of een koopprijs van € 1.650.000,-- k.k. zonder huurders. 2.6. [woonplaats] spreekt met zijn huurders over een eventueel vertrek uit de woning. 2.7. Op 3 november 2017 09:42 uur stuurt een notaris op verzoek van Spuiveste een concept koopovereenkomst (hierna: concept 1). Als koopsom is genoemd een bedrag van € 1.585.000,--. Als leveringsdatum is opgenomen 2 april 2018. In artikel 15 van concept 1 staat onder meer: “- Indien (een van) de huurovereenkomsten vóór de levering […] onvoorwaardelijk is beëindigd en leeg wordt opgeleverd per ………….. 2018 zal Koper per huurder (als extra koopsom) aan Verkoper een bedrag vergoeden ad € 10.000,00. - Indien (een van) de huurovereenkomsten vóór de levering […] onvoorwaardelijk is/zijn ontbonden vergoedt Koper aan huurder maximaal een bedrag ad € 22.500,00 per huurder als verhuisvergoeding;” 2.8. Later die dag spreken partijen elkaar op kantoor van Spuiveste en nog later om 17.21 uur stuurt de notaris een tweede concept koopovereenkomst naar partijen (hierna: concept 2). Hierin staat als koopprijs opgenomen € 1.595.000,-- en is als leveringsdatum genoemd 29 december 2017. Verder staat in artikel 15 onder meer: “Indien de huurovereenkomst betreffende de begane grond vóór 1 juli 2018 onvoorwaardelijk is beëindigd en leeg wordt opgeleverd per uiterlijk laatstgemelde datum zal Koper aldan onverwijld aan Verkoper een bedrag vergoeden ad € 10.000,00” 2.9. Op 7 november 2017 stuurde [naam 2] na overleg met [woonplaats] een e-mail naar de notaris: “Zo je nav overleg met de heer [woonplaats] (verkoper) het volgende willen aanpassen? Toevoegen: As is where is clausule Ouderdomsclausule Bij de uit te zoeken bedragen: p.m. Aangeven. (Zouden jullie dit tzt willen uitzoeken?) De borgsom zal de heer [woonplaats] zelf doorgeven. Verder is de koopakte akkoord.” 2.10. Op 7 november 2017 stuurde de notaris een derde concept koopovereenkomst naar partijen (hierna concept 3). Hierin zijn genoemde clausules opgenomen. 2.11. Op 7 november 2017 kwamen partijen bij elkaar op de [adres] . De concept koopovereenkomst wordt door partijen bekeken maar niet getekend. Er worden foto’s gemaakt van het rijbewijs van [woonplaats] en van [woonplaats] en [naam 1] met concept 3 aan de keukentafel. 2.12. Op 9 november 2017 spraken partijen af op het kantoor van Spuiveste. Hier vindt een uren durend gesprek plaats dat door Spuiveste zonder medeweten van [woonplaats] is opgenomen. 2.13. Op 13 november 2017 is door Spuiveste conservatoir beslag gelegd op de panden. 2.14. Op 15 november 2017 wordt [woonplaats] schriftelijk gesommeerd om de koopovereenkomst te tekenen. Hieraan is geen gehoor gegeven. 3Het geschil 3.1. Spuiveste vordert - samengevat - een verklaring voor recht dat tussen partijen een bindende koopovereenkomst tot stand is gekomen met betrekking tot de panden [nummer 1, 2 en 3] en [nummer 4] en dat [woonplaats] wordt veroordeeld tot ondertekening van de koopovereenkomst en medewerking aan de levering. 3.2. Spuiveste stelt zich op het standpunt dat tussen partijen een koopovereenkomst tot stand is gekomen op 3 november 2017 op het kantoor van Spuiveste. Over alle essentialia was toen overeenstemming. Verder blijkt de instemming uit de volgende feiten: de verklaringen van de zijde van Spuiveste, er meerdere malen een concept koopovereenkomst door een notaris is gestuurd, [woonplaats] zijn rijbewijs heeft laten fotograferen en er is een foto is waar partijen elkaar de hand schudden. Verder heeft hij in het gesprek op 9 november 2017 zelf aangegeven dat er een koopovereenkomst tot stand is gekomen, aldus Spuiveste. 3.3. [woonplaats] voert primair aan dat er geen koopovereenkomst tot stand is gekomen. Hij heeft vanaf het begin een voorbehoud gemaakt dat niets was overeengekomen totdat sprake was van een schriftelijke overeenkomst. Spuiveste heeft zich gewiekst gedragen door steeds weer met nieuwe biedingen te komen en almaar nieuwe concept-koopakten toe te sturen met verschillende voorwaarden. [woonplaats] heeft op geen enkel moment bevestigd dat hij met enig aanbod instemde. Hij heeft alleen maar aangegeven dat hij de panden niet voor minder dan € 1.600.00,00 zou verkopen. Over de essentialia (onder meer de koopprijs, leveringsdatum, de vraag of verkocht wordt met of zonder huurders en de beschikbare uitkoopsom voor de huurders) waren partijen het niet eens. Hij wilde het concept nog door een jurist laten beoordelen en hij wilde nadenken over wat moest gebeuren met de huurders. Subsidiair wordt een beroep gedaan op het ontbreken van een schriftelijke koopovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:2 lid 1 BW. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. Deze zaak gaat om de vraag of er een koopovereenkomst tot stand is gekomen. 4.2. Een koopovereenkomst is pas tot stand gekomen indien sprake is van een aanbod en de aanvaarding daarvan als bedoeld in artikel 6:217 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Aanbod en aanvaarding kunnen in elke vorm geschieden en kunnen besloten liggen in een of meer gedragingen. Het antwoord op de vraag of sprake is van een aanbod dat is aanvaard dient te worden vastgesteld aan de hand van de zogeheten wilsvertrouwensleer. Daarbij is van belang wat partijen jegens elkaar hebben verklaard, en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen, hebben afgeleid (artikel 3:36 BW). Bij de beoordeling is van belang:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.