vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/612070 / HA ZA 16-706 Vonnis van 18 juli 2018 in de zaak van 1. de vereniging VERENIGING VAB, gevestigd te Weert, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid WARENHUIS BARNEVELD B.V., gevestigd te Barneveld, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [eiser 3] , gevestigd te [plaats] , eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. R.F.K. Visser te Bosch en Duin, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HEMA B.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. J.S. 't Hart te Rotterdam. Partijen zullen hierna VAB, Barneveld, [eiser 3] (tezamen VAB c.s.) en HEMA genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het vonnis in het incident van 4 januari 2017 en de daarin genoemde stukken de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie zijdens HEMA, met producties het tussenvonnis van 15 maart 2017 de conclusie van antwoord in reconventie van de zijde van VAB c.s., met producties het proces-verbaal van comparitie van 22 september 2017 en de daarin genoemde stukken en proceshandelingen de brieven van 6 oktober 2017 zijdens HEMA en van 9 oktober 2017 zijdens VAB c.s. naar aanleiding van dit proces-verbaal. 1.2. Aan het slot van de comparitie is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. HEMA is een onderneming die zich bezighoudt met de groot- en detailhandel in consumentengoederen, het verrichten van diensten en alles wat met deze activiteiten verband houdt. Zij exploiteert een winkelformule onder de naam HEMA, deels door middel van eigen vestigingen. De overige HEMA-winkels worden geëxploiteerd door de franchisenemers, ook aangeduid als aangesloten bedrijven. VAB is een belangenvereniging van de franchisenemers van HEMA. Barneveld en [eiser 3] drijven als franchisenemers van HEMA een warenhuis en zijn beide lid van VAB. 2.2. In 1997 hebben VAB en HEMA een standaard-franchiseovereenkomst vastgesteld, die hierna diverse malen is aangevuld met addenda. Een daarvan is een op of omstreeks 25 november 2005 overeengekomen addendum terzake van e‑commerce (hierna: het E‑commerce addendum). Met e‑commerce wordt in dat addendum gedoeld op de verkoop van artikelen en diensten via elektronische weg, ook als de levering plaatsvindt in een HEMA-winkel, door thuisbezorging of op andere niet elektronische wijze. 2.3. De (financiële) afspraken tussen HEMA en haar franchisenemers ingevolge de franchiseovereenkomst komen in grote lijnen op het volgende neer. De aangesloten bedrijven kopen de in hun winkels te verkopen zaken en diensten, behorend tot het productassortiment van HEMA, bij HEMA in, tegen de geadviseerde verkoopprijzen minus een zogenaamd rabat. Daarnaast zijn zij een dienstenvergoeding van 8 % en een Sales Promotion-bijdrage (SP-bijdrage) van 0,34 % van de bruto verkoopprijzen aan HEMA verschuldigd. 2.4. Ingevolge het E‑commerce‑addendum zal jaarlijks aan HEMA 50 % van de rabat berekend over de totale e‑commerce‑omzet (zowel van de eigen vestigingen als de aangesloten bedrijven) toekomen terzake van gepleegde en te plegen investeringen ten behoeve van e‑commerce. De overige 50 % van de rabat wordt tussen HEMA en franchisenemer verdeeld naar evenredigheid van het aandeel in de realisatie van de omzet via e‑commerce (artikel 2.1 tot en met 2.3). De aangesloten bedrijven genieten derhalve ook rabat uit e‑commerce‑omzet. Daarnaast is in het E‑commerce addendum onder meer bepaald: “(…) 2.4. De dienstenvergoeding (fee) en, (…) de SP-bijdrage is/zijn niet van toepassing op de rabat inzake de omzet via e‑commerce, zolang de in art. 2.1 t/m 2.3 weergegeven regeling van toepassing is. 3Duur e‑commerce regeling 3.1. HEMA zal jaarlijks aan de (…) VAB (…) inzage verschaffen inzake de investeringen als hiervoor bedoeld (…) [verwezen wordt naar investeringen die HEMA heeft gepleegd teneinde de verkoop via e‑commerce te faciliteren en bevorderen, rb.] 3.2. VAB is gerechtigd desverlangd en op eigen kosten de door HEMA aan de e‑commerce toegekende kosten te doen controleren door een registeraccountant. 3.3. HEMA zal jaarlijks een overzicht verschaffen van de totale bijdragen van de Franchisenemers als hiervoor in art. 2 omschreven. 3.4. Indien en zodra in enig jaar de totale bijdrage van de Franchisenemers de totale investeringen van HEMA in e‑commerce overschrijden, zal de in dit Addendum vastgelegde regeling vervallen en zal over de via e‑commerce behaalde omzet weer de reguliere dienstenvergoeding en in het voorkomende geval de SP-bijdrage door Franchisenemer aan HEMA verschuldigd worden (…)” In de bij het E‑commerce addendum behorende brief van VAB van 25 november 2005, namens HEMA voor akkoord getekend op 29 november 2005, staat voorts onder meer het volgende vermeld: “2. E‑commerce HEMA heeft een aantal investeringen gepleegd ten behoeve van de activiteiten op het gebied van E‑commerce. Wij hebben een regeling besproken waarbij aan deze investeringen wordt bijgedragen door de AB-en [aangesloten bedrijven, rb.]. De regeling laat zich als volgt samenvatten….: a. (…) e. indien in enig jaar een zodanig bedrag uit het rabat aan HEMA is toegevloeid dat de totale investering is geamortiseerd, dan wordt de regeling beëindigd. Vanaf dat moment zullen de normale – thans vigerende – afspraken gaan gelden. Dit impliceert dat de AB-en over de door hen gerealiseerde omzet recht hebben op het normale bruto rabat, terwijl over de gerealiseerde omzet 8 % dienstenvergoeding is verschuldigd en 0,34 % SP-bijdrage; (…) g. in de jaren waarin deze bijzondere regeling van toepassing is, is over de E‑commerce omzet geen dienstenvergoeding verschuldigd, noch de 0,34 % SP-bijdrage.” 2.5. De afspraken in het E‑commerce addendum zijn bij memorandum van 12 februari 2009 (de zogenaamde Handleiding-Pashouwers) nader uitgewerkt. Onder meer is daarin uitgewerkt wat als investering in e‑commerce heeft te gelden en welke operationele kosten ter zake van de e‑commerce bij de berekening van het e‑commerce rabat worden meegenomen. Over die investeringen is onder meer vermeld (onder “2.2 Investeringen”): “Het betreft hier investeringen in de website en het internet distributiecentrum op Lage Weide (het “EDC”)(bouw, inrichting en inventaris)”. Ook is (onder “4.1 E‑commerce”) onder meer opgenomen: “De afspraken met betrekking tot de verrekening van investeringen ten behoeve van e‑commerce gelden voor de jaren 2009 tot en met 2011.” 2.6. Tussen VAB en HEMA is gediscussieerd over de verdeling van kosten en opbrengsten van e‑commerce vanaf 2012, terwijl ook over andere onderwerpen geschillen zijn gerezen. Met betrekking tot één daarvan, de verdeling van HEMA’s Marketing Strategy Fund (MSF), hebben VAB c.s. in september 2014 een arbitrale procedure tegen HEMA aangespannen, waarbij HEMA in reconventie het onderwerp e‑commerce betrok en zich op het standpunt stelde dat vanaf 2012 over e‑commerce genoten rabat door de aangesloten bedrijven moest worden terugbetaald. In een notitie van VAB van 9 september 2015 is een overzicht gegeven van de circa 20 op dat moment levende geschilpunten tussen partijen. In de periode van 10 tot en met 24 oktober 2015 hebben partijen over en weer verschillende concepten voor een vaststellingsovereenkomst aan elkaar gezonden. 2.7. In een op 10 oktober 2015 door VAB c.s. aan HEMA toegezonden concept voor een vaststellingsovereenkomst was het volgende opgenomen: “E‑commerce (…) Partijen erkennen dat het E‑commerce Addendum ook na 2011 onverkort van toepassing is, inclusief de daarin vastgelegde rabatregeling. (…) Aangesloten Bedrijven verklaren bereid te zijn om ook na 2011 te blijven bijdragen in de investeringen en operationele kosten ter zake van E‑commerce conform de in het E‑commerce Addendum overeen gekomen regeling. Partijen hebben overeenstemming bereikt over de voor 2012 te betalen bijdrage in de investeringen en operationele kosten en hebben daartoe het volgende normenkader afgesproken voor de berekening van de over de jaren 2013 en volgende te betalen bijdragen:1 De voor de bijdrage regeling in aanmerking komende investeringen: a. [ ]; b. [ ]; De voor de bijdrageberekening in aanmerking komende operationele kosten: a. [ ]; b. [ ]; Over de over 2012 verschuldigde bijdragen zal geen rente verschuldigd zijn. Op basis van de berekening van de bijdrage 2012 zullen Partijen een schatting maken van de bijdragen over 2013, 2014 en 2015 en die schatting zal worden meegenomen in de betalingsregeling als verwoord in artikel XXI. Partijen streven er naar om de berekeningen van de bijdragen voor 2013 en 2014 gereed te hebben voor 1 december 2015. Op basis daarvan zullen Partijen een schatting maken voor de bijdrage voor 2015. (…) De Aangesloten Bedrijven betalen geen dienstenvergoeding noch een extra SP bijdrage zoals die van 0,34% zolang wordt bijgedragen in de betreffende investeringen. Toekomstige ontwikkelingen Partijen zijn het er over eens, dat de succesfactor van E‑commerce ligt in de gezamenlijke benadering en synergie tussen HEMA en de Aangesloten Bedrijven, (…). Gezien de complexiteit en voortdurende ontwikkelingen binnen de E‑commerce markt is zorgvuldigheid ten aanzien van het maken van structurele afspraken daaromtrent van eminent belang. Partijen onderkennen in dat kader, dat het in het belang van de HEMA-formule noodzakelijk is dat zowel HEMA als de Aangesloten Bedrijven aansluiting blijven zoeken bij voornoemde ontwikkelingen. Partijen zullen daarom binnen afzienbare tijd met elkaar in gesprek treden om in constructief overleg de bestaande afspraken te evalueren en vervolgens te bezien of die bestaande afspraken niet meer aansluiten bij de gesignaleerde ontwikkelingen en of op grond daarvan aanpassing van de bestaande afspraken noodzakelijk is. De evaluatie zal plaats vinden op basis van onderling tussen partijen uitgewisselde transparante en volledige informatie over de kosten en opbrengsten van de verschillende kanalen en –activiteiten, opdat een goed inzicht bestaat in de gehele e‑commerce operatie, inclusief de kosten van retouren. Transparantie, samenwerking en de benodigde flexibiliteit om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen binnen de E‑commerce markt zullen hierbij een wezenlijke doelstelling zijn. In dat kader zullen de Aangesloten Bedrijven en de VAB, middels het vormen van werkgroepen actief betrokken worden bij de gedachtenvorming binnen HEMA over de ontwikkelingen op het gebied van E‑commerce (en eventuele andere ontwikkelingen die alsdan een effect (kunnen) hebben op de tussen Partijen bestaande afspraken). Zolang Partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een aanpassing van de bestaande afspraken volgens het E‑commerce Addendum, zullen die afspraken blijven gelden. 1 Nader te bepalen en in te vullen n.a.v. de van HEMA te ontvangen cijfers voor 2012 en het op 14/10 geplande overleg met [naam 1] en [naam 2] ” 2.8. Op 14 oktober 2015 heeft een bespreking tussen HEMA en VAB c.s. plaatsgevonden over de e‑commerce verrekening over de jaren 2012 tot en met 2015. De avond daarvoor heeft HEMA aan VAB c.s. per e‑mail een voorstel gezonden voor de e‑commerce afrekening over 2012 en voor de systematiek voor de e‑commerce afrekening over 2013-2015, voorzien van de uitgangspunten die bij de berekening voor 2012 waren gehanteerd. Als uitgangspunten voor de berekening voor 2012 was onder meer vermeld dat onder operationele kosten niet werden meegenomen “de kosten van de afdeling e‑commerce, met name salariskosten” en “de kosten van sales promotion ten behoeve van e‑commerce”; deze kosten werden volledig door HEMA gedragen. Als operationele kosten en investeringen werden daarentegen wél meegenomen “de operationele kosten betreffen[de] de kosten van het EDC (e‑commerce distributiecentrum) en de website hosting kosten”, en de met dat centrum en die website gemoeide investeringen. Ook was vermeld dat investeringen voor buitenlandse websites niet werden doorbelast aan de aangesloten bedrijven. 2.9. VAB c.s. heeft naar aanleiding van deze afrekening per e‑mail van 19 oktober 2015 aan HEMA verschillende vragen gesteld en inzage verlangd in onderliggende stukken. Op 20 oktober 2015 heeft HEMA aan VAB c.s. bericht dat zij niet in staat zou zijn om de vragen voor de gestelde deadline van 23 oktober 2015 af te handelen, dat partijen dus evenmin voordien tot een door beide geaccepteerd “normenkader” zouden komen en dat partijen dus moesten afstemmen wat dit betekende “voor een eventuele afronding van de overeenkomst”. 2.10. Op 24 oktober 2015 zijn partijen de vaststellingsovereenkomst (hierna: de VOK) aangegaan. De arbitrage is daarop beëindigd. Artikel VIII. van de VOK, op de pagina’s 8-11 daarvan, luidt als volgt: “VIII. E‑commerce Partijen zijn het erover eens, dat E‑commerce onderdeel is van en onlosmakelijk verbonden is met de HEMA formule. Ten aanzien van het door HEMA gecreëerde of te creëren aparte kanaal voor online‑only artikelen (…), online diensten (…) en/of andere (nieuwe of toekomstige) E‑commerce activiteiten van HEMA, zal de rabatsystematiek op de leveringen op basis van het postcodegebied van toepassing zijn, tenzij Partijen anders overeenkomen. Partijen erkennen dat het E‑commerce Addendum ook na 2011 onverkort van toepassing is, inclusief de daarin vastgelegde rabatregeling. HEMA zal geen vorderingen instellen ter zake van sedert 2011 door de Aangesloten Bedrijven ten onrechte ontvangen E‑commerce rabat. De reeds gestuurde facturen (inclusief BTW) zullen door HEMA worden gecrediteerd. Aangesloten Bedrijven verklaren bereid te zijn om ook na 2011 te blijven bijdragen in de investeringen en operationele kosten ter zake van E‑commerce conform de in het E‑commerce Addendum overeengekomen regeling. HEMA stelt VAB jaarlijks een investeringsplanning en budget voor E‑commerce voor het daaropvolgende boekjaar ter kennisneming ter beschikking. Materiële afwijkingen van die planning zullen vooraf met de VAB worden besproken. Daarnaast zal HEMA haar strategische visie ten aanzien van E‑commerce, na vaststelling ervan voor een bepaalde periode, aan de VAB ter kennisneming ter beschikking stellen. Partijen hebben overleg gehad over de voor 2012 door de Aangesloten Bedrijven aan HEMA te betalen bijdrage in de investeringen en operationele kosten van E‑commerce van HEMA zal door partijen worden voortgezet om in dat kader gezamenlijk tot een normenkader ten aanzien van 2012, 2013, 2014 & 2015 (en daaropvolgende jaren) te komen. Partijen zijn het er over eens dat Aangesloten Bedrijven uitsluitend zullen bijdragen in de door of namens HEMA te plegen investeringen in de E‑commerce activiteiten en de operationele kosten van de afdeling E‑commerce Distributiecentrum (“EDC”) van Hema. In het gezamenlijk af te spreken normenkader zal onder meer worden vastgelegd op welke wijze allocatie van uitgaven van HEMA aan E‑commerce activiteiten plaatsvindt en welke uitgaven door of namens HEMA kwalificeren als een “investering” in E‑commerce activiteiten of als aan die activiteiten toe te rekenen “operationele kosten”. Partijen stellen vast dat de volgende uitgangspunten en criteria, rekening houdend met de gehanteerde gedragslijn in de afrekeningen t/m 2011, daarbij van belang zijn: Kwalificeert een bepaalde uitgave van HEMA als een “investering” of als “kosten”, waarbij om als een investering gekwalificeerd te kunnen worden tenminste vereist is dat de uitgave beoogt effect te hebben over meerdere jaren; Als sprake is van een investering, wordt vastgesteld of die investering kwalificeert als een e‑commerce investering; Wordt de investering aangemerkt als een e‑commerce investering, dan wordt vastgesteld of deze betrekking heeft op uitsluitend Nederland of uitsluitend het buitenland of op beiden betrekking heeft; Aangesloten Bedrijven dragen uitsluitend bij aan investeringen van of namens HEMA in E‑commerce activiteiten in Nederland Aangesloten Bedrijven dragen alleen bij in de operationele kosten van de afdeling E‑commerce Distributiecentrum (“EDC”) van HEMA en uitdrukkelijk niet in de algemene of overhead kosten van (het hoofdkantoor van) HEMA, waaronder onder meer de kosten van de afdeling E‑commerce op het hoofdkantoor, (met name de salariskosten vaan de afdeling E‑commerce op het hoofdkantoor van HEMA) en de kosten van de Sales Promotion van HEMA ten behoeve van de E‑commerce activiteiten. Het normenkader zal bepalen dat en op elke wijze Aangesloten Bedrijven zullen worden gecompenseerd voor de in hun filialen retour gekomen artikelen; Partijen spreken af dat ieder een eigen deskundig adviseur aanstelt die Partijen gezamenlijk zullen adviseren en bijstaan bij het op- en vaststellen van het voornoemde E‑commerce normenkader. In het geval de beide adviseurs van Partijen niet tot een gemeenschappelijk eensluidend advies (kunnen) komen over het E‑commerce normenkader zullen zij gezamenlijk een derde deskundig adviseur benoemen die Partijen bindend adviseert over de inhoud van het door Partijen vast te stellen E‑commerce normenkader. De kosten van de eigen deskundig adviseur draagt iedere Partij zelf. De eventueel door de beide adviseurs van Partijen gezamenlijk aan te wijzen derde (bindend) deskundig adviseur wordt door Partijen ieder voor de helft gedragen. Op basis van de berekening van de bijdrage 2012 hebben Partijen een schatting gemaakt van de bijdragen over 2013, 2014 en 2015 en die schatting zal worden meegenomen in de betalingsregeling als verwoord in artikel XXI. Het totale geschatte bedrag over 2012 tot en met 2015 bedraagt 5.200.000,- exclusief BTW (€ 6.300.000,- inclusief BTW). Partijen streven ernaar om de berekeningen van de bijdragen voor 2013 en 2014 gereed te hebben voor 1 januari 2016. Over de uiteindelijk vast te stellen bijdragen 2012 tot en met 2015 zal door de Aangesloten Bedrijven geen rente verschuldigd zijn aan HEMA. Partijen stellen vast dat zij nog tot een afrekening zullen komen terzake de e‑commerce activiteit HEMA Financial Services (“HFS”) vanaf 2009. Over de periode tot en met 2011 is door de Aangesloten Bedrijven met betrekking tot de afrekening E‑commerce, exclusief de afrekening van HFS, een bijdrage verschuldigd van EUR 1.558.948,- (…) exclusief BTW (= € 1.886.327,- inclusief BTW). Over deze verschuldigde bijdrage wordt door HEMA aan de Aangesloten Bedrijven geen rente berekend en deze bijdrage zal samen met de over 2012 berekende bijdrage en de voorlopige vaststelling van de bijdragen over 2013 tot en met 2015 worden verrekend in overeenstemming met het bepaalde in artikel XXI. Toekomstige ontwikkelingen Partijen zijn het er over eens, dat de succesfactor van E‑commerce ligt in de gezamenlijke benadering en synergie tussen HEMA en de Aangesloten Bedrijven, waarbij het algemene streven is dat de “bricks” en “clicks” door middel van deze gezamenlijke benadering elkaar versterken. Versterking van de interactie met de klant is van groot belang en hierbij is het van belang dat de mensen uit de fysieke winkeloperatie mee kunnen denken en mee kunnen werken aan de Omnichannel-strategie van HEMA. Gezien de complexiteit en voortdurende ontwikkelingen binnen de E‑commerce markt is zorgvuldigheid ten aanzien van het maken van structurele afspraken daaromtrent van eminent belang. Partijen onderkennen in dat kader, dat het ten aanzien van die structureel afspraken in het belang van de HEMA-formule noodzakelijk is dat zowel HEMA als de Aangesloten Bedrijven aansluiting blijven zoeken bij voornoemde ontwikkelingen. Partijen zullen daarom binnen een maand na ondertekening van deze Vaststellingsovereenkomst met elkaar in gesprek treden om in constructief overleg de bestaande afspraken te evalueren en aan de hand daarvan te bezien of die bestaande afspraken nog aansluiten bij de gesignaleerde ontwikkelingen danwel de bestaande afspraken in het belang van de HEMA-formule, HEMA en de Aangesloten Bedrijven aanpassing behoeven. De evaluatie zal plaats vinden op basis van onderling tussen partijen uitgewisselde transparante informatie over de kosten en opbrengsten van de verschillende (online en offline verkoop)kanalen en –activiteiten voor zover relevant voor die evaluatie, opdat goed inzicht bestaat in de gehele E‑commerce operatie, inclusief de kosten van retouren. Transparantie, samenwerking en de benodigde flexibiliteit om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen binnen de E‑commerce markt is hierbij de doelstelling. In dat kader zullen de Aangesloten Bedrijven, middels het vormen van werkgroepen actief betrokken worden bij de ontwikkelingen op het gebied van E‑commerce (en eventueel daaraan gerelateerde ontwikkelingen die alsdan een effect (kunnen) hebben op de tussen Partijen bestaande afspraken). Zolang Partijen geen overeenstemming hebben bereikt over een aanpassing van de bestaande afspraken volgens het E‑commerce Addendum, zullen die afspraken blijven gelden.” 2.11. HEMA en VAB hebben gezamenlijk een Werkgroep E‑commerce opgericht. Naast representanten van partijen zelf hadden daarin zitting vertegenwoordigers van de adviseurs die partijen in de arm hadden genomen. Voor VAB was dat bureau Berenschot en voor HEMA bureau Spark Optimus . 2.12. Berenschot heeft namens VAB op 28 januari 2016 een presentatie aan HEMA en Spark Optimus gegeven met als titel “Concept Normenkader E‑Commerce”. HEMA heeft haar zienswijze hier tegenover gesteld in een op 21 maart 2016 door Spark Optimus gegeven presentatie getiteld “HEMA zienswijze verdeling inkomsten en kosten e‑commerce”. De zienswijzen lagen uiteen. Een gemeenschappelijk eensluidend advies over het E‑commerce normenkader is niet tot stand gekomen. 2.13. Bij brief van 18 april 2016 heeft VAB onder meer het volgende aan HEMA geschreven: “(…)Vervolgens heeft Berenschot op basis van dat overleg de roadmap verder uitgewerkt in een zeer concreet allocatiemodel en dat is ook uitvoerig op 28 januari 2016 aan HEMA gepresenteerd. Nimmer is ter gelegenheid van de bijeenkomsten en presentaties met VAB/ Berenschot door HEMA het standpunt ingenomen, dat VAB en Berenschot ten onrechte de tot nu toe door HEMA gehanteerde gedragslijn hadden uitgewerkt. Groot was dan ook de verrassing voor VAB dat HEMA – na herhaald uitstel gevraagd te hebben – op 21 maart 2016 ineens met een geheel andere benadering kwam die in feite een uitwerking is van de eerste inbreng van HEMA aan het begin van de VOK onderhandelingen en die met gezamenlijke instemming is verwezen naar een toekomstig overleg dat zou moeten gaan plaats vinden na evaluatie van de bestaande E‑Commerce Addendum afspraken op basis van eerst door HEMA aan te leveren transparante informatie en ervaringen van in te stellen werkgroepen. HEMA neemt thans het standpunt in, dat ook de jaren 2012 en volgende op basis van een geheel nieuw overeen te komen e‑commerce bijdrage model zouden moeten worden afgerekend. Dat is in strijd met de verplichtingen van HEMA uit hoofde van de VOK en voor VAB niet acceptabel. (…)” 2.14. Bij brief van 24 april 2016 heeft HEMA op de onder 2.13 bedoelde brief gereageerd. Daarna is verder tussen VAB en HEMA gecorrespondeerd, ook na het aanspannen van deze procedure op 8 juli 2016, waarbij partijen elkaar onder meer over en weer beschuldigd hebben van het blokkeren van overleg over e‑commerce, maar geen regeling daarvoor hebben getroffen in afwijking van of aanvulling op (artikel VIII. van) de VOK of de daarin opgenomen procedures. 3Het geschil in conventie en in reconventie 3.1. VAB c.s. vorderen in conventie, na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (I) te verklaren voor recht dat tussen VAB c.s. en HEMA het E‑commerce addendum onverminderd vanaf 2011 van toepassing is en dat het door partijen op te stellen normenkader terzake van het E‑commerce addendum dient te worden opgesteld met toepassing van - verkort weergegeven - de uitgangspunten en criteria zoals die in het hierboven onder 2.10 weergegeven citaat van artikel VIII van de VOK, voorafgegaan door zes bulletpoints, zijn weergegeven. (II) HEMA te veroordelen om binnen veertien dagen mee te werken aan een afrekening van de door de aangesloten bedrijven verschuldigde bijdrage uit hoofde van het E‑commerce addendum over de jaren 2012 en volgende en ten aanzien van HEMA Financial Services over de jaren 2009 en volgende, op basis van de tot en met 2011 toegepaste criteria en het bepaalde in artikel VIII. van de VOK met inachtneming van de onder I. bedoelde verklaring voor recht, op straffe van dwangsommen. (III) HEMA te veroordelen de volgende stukken ter beschikking te stellen, eveneens op straffe van dwangsommen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.