RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751.076-18 RK-nummer: 18/1059 Datum uitspraak: 12 juni 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 6 februari 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 25 januari 2017 (de rechtbank begrijpt: 2018) door de Generalstaatsanwaltschaft Frankfurt (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , verblijvende op het adres: [adres] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 april
- De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. K.B.H. Welvaart, advocaat te Maastricht. Op 5 april 2018 is het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst teneinde de toestemming tot doorlevering van de Spaanse justitiële autoriteit af te wachten. Het onderzoek is voortgezet op de openbare zitting van 29 mei
- Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman mr. K.B.H. Welvaart. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een Untersuchungshaftbefehl uitgevaardigd door het Amtsgericht Wiesbaden van 25 januari 2018 met zaaknummer 71 Gs 86-18 – 6290 Js 12464/18 (7 ER 294/17). De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Duitsland strafbaar feitencomplex. Dit feitencomplex is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Strafbaarheid Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feitencomplex niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, 2e OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feitencomplex levert naar Nederlands recht op: medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak medeplegen van opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een andere toebehoort vernielen 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De Staatsanwalt te Frankfurt am Main heeft bij schrijven van 19 maart 2018 de volgende garantie gegeven: “(…) I hereby guarantee as the competent prosecutor with regard to the corresponding mutual legal assistance matter that pursuant to Article 5 para. 3 of the Council Framework Decision on the European arrest warrant the accused, [opgeëiste persoon] , after being heard, will be returned to the Netherlands as the EU member state executing the relevant European arrest warrant, in order to serve there any custodial sentence passed against him in Germany as the issuing EU member state.” Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. Aan deze voorwaarde is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 6Doorlevering Op 22 januari 2018 is de opgeëiste persoon vanuit Spanje aan Nederland overgeleverd. Voor doorlevering aan Duitsland is op grond van artikel 28 Kaderbesluit EAB, toestemming vereist van de Spaanse autoriteiten. Deze toestemming is op 24 april 2018 gegeven door de Centrale Onderzoeksrechtbank van de Nationale Rechtbank te Madrid. 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 47, 157, 311 en 350 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Generalstaatsanwaltschaft Frankfurt ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juni
- Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. Kaderbesluit 2002/584/JBZ betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten