← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:5115

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751245-18 RK nummer: 18/2254 Datum uitspraak: 12 juni 2018 TUSSEN-UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 4 april 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 24 januari 2018 door the Republic of Croatia, Ministry of Justice, Varaždin County Court (Kroatië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Kroatië) op [geboortedatum] , zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, thans gedetineerd in de [detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 mei 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. B.A.A. Postma, advocaat te Amersfoort en door een tolk in de Kroatische taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Kroatische nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van 15 februari 2016 van the Municipal Court in Varaždin, met kenmerk: K-597/15-5. Tevens wordt in het EAB melding gemaakt van een vonnis van the County Court in Split van 19 mei 2016, met kenmerk: Kž-262/16. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Voornoemde uitspraken betreffen het feit zoals dat is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Artikel 12 OLW; heropening onderzoek In het EAB wordt – zoals hiervoor in punt 3 omschreven – melding gemaakt van 2 vonnissen. Het EAB vermeldt dat het vonnis van the Municipal Court in Varaždin van 15 februari 2016 confirmed the judgement of County Court in Split van 19 mei 2016. De rechtbank constateert allereerst dat – gelet op de data – vermoedelijk sprake is van een verschrijving of vertaalfout en dat wellicht bedoeld is te vermelden dat het vonnis van 15 februari 2016 was confirmed by het vonnis van 19 mei 2016. In onderdeel
  2. d)van het EAB is vermeld dat de opgeëiste persoon aanwezig is geweest bij de procedure die tot het vonnis heeft geleid. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij bij de procedure in eerste aanleg bij the Municipal Court in Varaždin aanwezig is geweest. De informatie in onderdeel
  3. d)van het EAB ziet kennelijk op die procedure in eerste aanleg. De opgeëiste persoon heeft verklaard dat hij niet bij de procedure in hoger beroep in Split aanwezig is geweest. De raadsvrouw heeft verzocht om aanhouding omdat nadere informatie vereist is omtrent de gang van zaken in hoger beroep. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat niet is gebleken van een inhoudelijke behandeling in hoger beroep en – omdat de opgeëiste persoon bij zijn verhoor bij de rechter commissaris heeft verklaard dat hij geprobeerd heeft om hoger beroep in te stellen – dit kennelijk niet is gelukt omdat de opgeëiste persoon niet is ontvangen in zijn hoger beroep. De rechtbank is met de raadsvrouw van oordeel dat nadere informatie vereist is omtrent de gang van zaken in hoger beroep, zodat beoordeeld kan worden of de beslissing van the County Court in Split onder de reikwijdte van artikel 12 OLW valt en zo ja, of is voldaan aan de vereisten van dit artikel. De rechtbank merkt op dat zij op dit moment niet ingaat op het door de raadsvrouw gedane verzoek om aanhouding op grond van de detentieomstandigheden in Kroatië, omdat eerst onderzocht moet worden of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW geldt. De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. 5 5. Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen: bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te vragen wat de gang van zaken in hoger beroep is geweest, resulterend in de beslissing van the County Court in Split van 19 mei 2016; met het oog op toetsing aan artikel 12 OLW de uitvaardigende justitiële autoriteit het zogenoemde kruisjesformulier te doen invullen met betrekking tot die beslissing van 19 mei 2016. BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon en een tolk in de Kroatische taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsvrouw. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.T.C. de Vries en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juni 2018. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.