← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:5182

ECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751551-15 RK nummer: 16/981 Datum uitspraak: 12 juli 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 februari 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 21 januari 2016 door the Office of the Prosecutor of the Republic of Lecce (Italië) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1970, verblijvend op het adres [verblijfadres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang Zitting 22 maart 2016 De vordering is behandeld op de openbare zitting van 22 maart

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. A. Oswald. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de behandeling van de vordering voor onbepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen het dossier aan te vullen met de antwoorden van de Italiaanse autoriteiten op vragen, die door het IRC voorafgaande aan de zitting al waren gesteld. Zitting 3 mei 2016 De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 3 mei
  2. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. U. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de behandeling van de vordering wederom voor onbepaalde tijd aangehouden. Zitting 22 september 2016 De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 22 september
  3. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. U. Weitzel. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam. Bij tussenuitspraak van 6 oktober 2016 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd aangehouden om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen nadere vragen over de van toepassing zijnde verzetgarantie te vragen. Zitting 12 juli 2018 De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 12 juli
  4. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. J. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. B.R. Koenders, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de beslistermijn, die al met dertig dagen was verlengd, op grond van artikel 22, vierde lid, van de OLW voor onbepaalde tijd verlengd. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een verstekvonnis van 16 december 1999 van the Court of Lecce 1st Criminal Division, met kenmerk: 754/
  5. De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 12 jaar. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Artikel 12 van de OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Artikel 6, tweede lid, van de OLW verbiedt de overlevering van een Nederlander als de overlevering is gevraagd voor de tenuitvoerlegging van een hem bij onherroepelijk vonnis opgelegde vrijheidsstraf. De overlevering kan dan ook alleen worden toegestaan als het vonnis bij verstek is gewezen en de opgeëiste persoon de mogelijkheid geboden wordt enig rechtsmiddel tegen het vonnis in te stellen om in persoon ter terechtzitting te verschijnen. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat overlevering geweigerd dient te worden omdat de Italiaanse autoriteiten op grond van hun wetgeving in dit geval geen onvoorwaardelijke verzetgarantie kunnen verstrekken. Standpunt raadsman De raadsman heeft betoogd dat geen onvoorwaardelijke verzetgarantie is verstrekt. De weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 van de OLW is daarom aan de orde. Oordeel rechtbank De rechtbank stelt vast dat in deze zaak in het EAB een verzetgarantie is gegeven inhoudende dat de opgeëiste persoon binnen 60 dagen na betekening van het vonnis verzet kan aantekenen. Onder verwijzing naar haar uitspraken van 5 april 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:2088) en 8 mei 2018 (niet gepubliceerd, parketnummer 13/751055-18) is de rechtbank er ambtshalve van op de hoogte dat op een verzetgarantie het Italiaanse recht van toepassing is, zoals dat gold ten tijde van het betrokken vonnis, gelet op het in het Italiaanse recht geldende beginsel “tempus regit actum”. Het vonnis dateert in dit geval van 16 december
  6. Gelet op de toen van toepassing zijnde tekst van artikel 175 van het Italiaanse Wetboek van Strafrecht betekent dit dat de opgeëiste persoon niet alleen dient te voldoen aan de eisen voor het tijdig instellen van verzet tegen het verstekvonnis, te weten zodra hij kennis neemt van het verstekvonnis, maar eveneens dat de opgeëiste persoon dient te bewijzen dat hij niet op de hoogte was van de datum en plaats van de terechtzitting en/of dat hij niet op de hoogte was van de inhoud van het vonnis en de mogelijkheid om daartegen appel in te stellen. Daarmee is geen sprake is van een onvoorwaardelijke verzetgarantie. Nu sprake is van een verstekvonnis en zich geen van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder a tot en met d, van de OLW zich voordoen, dient de overlevering te worden geweigerd op grond van artikel 12 van de OLW. 5Slotsom De overlevering dient gelet op het bepaalde in artikel 12 van de OLW te worden geweigerd. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 6 en 12 van de OLW. 7Beslissing WEIGERT de overlevering van [opgeëiste persoon] , aan the Office of the Prosecutor of the Republic of Lecce (Italië) ten behoeve van het in Italië tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek in verband met het nog niet onherroepelijke vonnis wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. HEFT OP het – geschorste – bevel tot overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. A.E.J.M. Gielen en A.W.C.M. van Emmerik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 juli 2018 Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.