RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/659101-17 RK-nummer: 18 /102 BESCHIKKING op het op 5 januari 2018 ter griffie van deze rechtbank ingekomen bezwaarschrift tegen de dagvaarding van: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1980, ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres] . 1. Inhoud van het bezwaarschrift Het bezwaarschrift richt zich tegen de op 30 december 2017 aan verdachte betekende dagvaarding onder bovenvermeld parketnummer, waarbij aan haar ten laste wordt gelegd dat zij op of omstreeks 12 februari 2017 te [geboorteplaats] , althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [persoon ] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen één of meerdere ma(a)l(
- en)met een (Stanley)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen het hoofd, althans diens lichaam, heeft gestoken en/of gesneden en/of geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; subsidiair zij op of omstreeks 12 februari 2017 te [geboorteplaats] , althans in Nederland, [persoon ] opzettelijk heeft mishandeld door één of meerdere ma(a)l(
- en)met een (Stanley)mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in/tegen het hoofd, althans diens lichaam, te steken en/of te snijden en/of te slaan waardoor [persoon ] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2. Procesgang Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. Verdachte is dus ontvankelijk in haar bezwaar. De rechtbank is ook bevoegd het bezwaar te behandelen. De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak onder bovengenoemd parketnummer en heeft op 23 januari 2018 de officier van justitie en de raadsman van verdachte, mr. J. Ruijs, advocaat te Amsterdam, in raadkamer gehoord. De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een schriftelijke reactie op het bezwaarschrift aan de rechtbank en aan de raadsman van verdachte toegezonden. In raadkamer heeft de raadsman verklaard geen behoefte te hebben het door hem schriftelijk ingediende bezwaarschrift nader toe te lichten. 3Standpunt verdediging Het bezwaarschrift houdt – kort en zakelijk weergegeven – in dat verdachte lichtvaardig is gedagvaard. De verklaring van verdachte staat lijnrecht tegenover de verklaring van aangever. Het dossier bevat geen steunbewijs dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de haar verweten gedragingen. 4Standpunt Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft – kort en zakelijk weergegeven- betoogd dat het bezwaarschrift ongegrond moet worden verklaard. 5Beoordeling De rechtbank overweegt dat artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering beoogt een waarborg te bieden tegen een lichtvaardige dagvaarding en daarmee tegen een nodeloze openbare terechtzitting voor de verdachte. Het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een bezwaarschrift als bedoeld in artikel 262 van het Wetboek van Strafvordering draagt een summier karakter. De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier meer omvat dan enkel de verklaringen van verdachte en aangever en daarom geen aanleiding geeft aan te nemen dat er sprake is van onvoldoende aanwijzing van schuld. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet hoogst onaannemelijk is dat de strafrechter later oordelend, het ten laste gelegde geheel of gedeeltelijk bewezen dan wel strafbaar zal achten. 6. Beslissing Verklaart het bezwaarschrift ongegrond. Deze beschikking is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 23 januari 2018 door mr. R.A. Sipkens, voorzitter, mrs. C.F. de Lemos Benvindo en O.P.M. Fruytier, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, griffier.