RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/665125-17 (Promis) Datum uitspraak: 8 augustus 2018 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] in het Huis van Bewaring “ [naam huis van bewaring] ” te [plaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2018 en 11 juli 2018. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.E.P.M. Kersten en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. E.C. Gelok naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – na wijziging op de zitting van 24 april 2018 – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan: medeplegen van vernieling van computergegevens, door wachtwoorden van iCloud-accounts van aangeefsters [aangeefster 1] , [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] te wijzigen, in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017; medeplegen van computervredebreuk, door iCloud-accounts van aangeefsters [aangeefster 1] , [aangeefster 2] , [aangeefster 3] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] wederrechtelijk binnen te dringen en back-ups te downloaden in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017; medeplegen van het voorhanden hebben van een technisch hulpmiddel, te weten Elcomsoft Phone Breaker, dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt voor het plegen van computervredebreuk, in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017; medeplegen van poging tot afdreiging van [aangeefster 1] in de periode van 6 maart 2017 tot en met 6 april 2017; medeplegen van identiteitsfraude van [naam fotograaf] , in de periode van 15 maart 2017 tot en met 2 mei 2017; bezit van heimelijk gemaakte foto’s en filmpjes in de periode van 18 mei 2017 tot en met 22 augustus 2017; bezit van kinderpornografie in de periode van 22 november 2007 tot en met 18 mei 2017 op een computer en twee harde schijven; bezit van kinderpornografie in de periode van 22 november 2007 tot en met 18 mei 2017 op CD’s en DVD’s. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen 3.1 Ontvankelijkheid van de officier van justitie ten aanzien van medeplegen poging tot afdreiging (feit 4) In verband met het onder 4 ten laste gelegde voert de raadsvrouw primair aan dat dit feit niet wordt vervolgd dan op klacht, maar dat aangeefster niet binnen 3 maanden nadat zij van het gepleegde feit kennis had genomen klacht heeft gedaan. Ze verzoekt daarom het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren ten aanzien van dit feit. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. [aangeefster 1] heeft op 6 maart 2017 aangifte gedaan ter zake van poging tot afdreiging. De klacht is gedaan op 9 mei 2018. Dat is buiten de in artikel 66 Wetboek van Strafrecht op 3 maanden gestelde termijn. Met de officier van justitie is de rechtbank echter van oordeel dat uit de aangifte van [aangeefster 1] voldoende duidelijk blijkt dat zij de bedoeling had dat verdachte vervolgd zou worden, waarmee naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate is voldaan aan (de feitelijke betekenis van) het klachtvereiste als omschreven in artikel 318 Wetboek van Strafrecht. Aangeefster heeft immers in de aangifte te kennen gegeven dat zij wil dat de afdreiging stopt. Daaruit volgt dat aangeefster met het doen van aangifte de bedoeling heeft gehad dat verdachte vervolgd zou worden. Er is dus sprake van een tijdige klacht, ingediend op 6 maart 2017. De officier van justitie is voor wat betreft het vierde ten laste gelegde feit ontvankelijk in haar vervolging. 3.2 Nietigheid dagvaarding ten aanzien van feit 6 (bezit heimelijk gemaakte bestanden) Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw primair aangevoerd dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is, nu niet is opgenomen op welke foto’s en filmpjes dit verwijt betrekking heeft. De raadsvrouw heeft verzocht de dagvaarding voor feit 6 nietig te verklaren. De rechtbank stelt voorop dat krachtens artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering de tenlastelegging een zodanige opgave van het feit dient te zijn, dat het verdachte duidelijk is waartegen hij zich moet verdedigen. Verdachte heeft in het verhoor bij de politie verklaard dat hij pencamera’s in bezit heeft gehad. Tevens heeft hij verklaard hoe hij deze heeft gebruikt om heimelijk afbeeldingen en video’s te maken bij zijn vorige werkgever. Verdachte heeft ook ter terechtzitting van 11 juli 2018 een bekennende verklaring afgelegd. Hieruit volgt dat het verdachte duidelijk is geweest waar de tenlastelegging van feit 6 op ziet, en waartegen hij zich moest verweren. Daarbij komt dat slechts een aantal pagina’s in het omvangrijke dossier beschrijvingen omvatten van heimelijk gemaakte afbeeldingen en filmpjes. Ook in het licht van het dossier is de tenlastelegging voldoende concreet. De dagvaarding is zodoende geldig. De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie acht het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen op grond van het volgende. In de aangiftes van de in de tenlastelegging genoemde slachtoffers verklaren zij dat zij meldingen hebben ontvangen van ongewone aanmeldingsactiviteiten op hun iCloud- en e-mailaccounts en dat zij diverse keren niet konden inloggen op hun account. Op deze accounts is ingelogd op computers met IP-adressen in gebruik bij verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Daarnaast zijn tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] Kik gesprekken aangetroffen die verband houden met het hacken van deze accounts. Op de computer van verdachte is het programma Elcomsoft Phone Breaker aangetroffen met daarin mappen met kopieën van de iClouds van aangeefsters. Dit computerprogramma kan worden gebruikt om iCloud-backups te downloaden, zonder dat men daadwerkelijk de beschikking heeft over het Apple-device. Dit programma valt onder de delictsomschrijving van art 139d Sr, nu het geschikt is om op afstand wederrechtelijk iClouds van anderen te downloaden, aldus de officier van justitie. De officier van justitie acht ook de onder 4 ten laste gelegde afdreiging van [aangeefster 1] bewezen. Uit haar aangifte en de bijgevoegde e-mails blijkt dat gedreigd werd naaktfoto’s van haar op Social Media te plaatsen, tenzij zij mee zou werken aan de verzoeken van de afzender. De laatste logins op haar e-mail account zijn gedaan op het IP-adres in gebruik bij verdachte. Tevens zijn op de computer van verdachte bestandsmappen aangetroffen onder de naam van [aangeefster 1] en de naam [naam map] , met daarin de foto’s van aangeefster die in de e-mail berichten aan haar zijn meegestuurd. Tevens acht de officier van justitie de onder 5 ten laste gelegde identiteitsfraude bewezen. Op de telefoon van verdachte zijn schermafbeeldingen gevonden met daarop e-mailaccounts op naam van [naam fotograaf] . Daarnaast heeft verdachte bij de politie bekend dat hij zich heeft voorgedaan als fotograaf [naam fotograaf] en samen met medeverdachte [medeverdachte] mailtjes heeft opgesteld in de hoop dat meisjes pikante foto’s zouden sturen van zichzelf. De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat er sprake is van medeplegen bij de hiervoor onder 1 tot en met 5 ten laste gelegde feiten. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de Kik gesprekken blijk geven van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] . Deze samenwerking bestaat volgens de officier van justitie uit het uitwisselen van inloggegevens van slachtoffers, het uitwisselen van technische informatie om toegang te krijgen tot accounts, het verdelen van taken binnen het te plegen misdrijf en het delen van de buitgemaakte bestanden. De rollen van de verdachten zijn daarbij inwisselbaar geweest. Op grond van de pencamera’s gevonden bij verdachte acht de officier van justitie ook het onder 6 ten laste gelegde bewezen. Op de SD-kaarten behorende bij deze pencamera’s zijn diverse films met daarop heimelijk gefilmde personen aangetroffen. De officier van justitie acht ook het onder 7 en 8 ten laste gelegde bewezen, omdat op verschillende gegevensdragers in bezit bij verdachte een groot aantal bestanden met kinderporno is aangetroffen. 4.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat het onderzoek aan de op 18 mei 2017 en 22 augustus 2017 onder verdachte inbeslaggenomen computers en aan de op 22 augustus 2017 inbeslaggenomen mobiele telefoon van verdachte, onrechtmatig was. Onder verwijzing naar het ‘smartphone arrest’ en naar een uitspraak van deze rechtbank van 16 mei 2018, stelt de raadsvrouw zich op het standpunt dat het geheel doorzoeken van de gegevens op die computers en de telefoon een meer dan beperkte inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. De rechter-commissaris heeft wel toestemming gegeven voor kennisneming van de volledige inhoud van de op 18 mei 2017 in beslaggenomen smartphones, maar niet voor de op die datum in beslaggenomen computers en evenmin voor de op 22 augustus 2017 inbeslaggenomen telefoon (Alcatel). Het Openbaar Ministerie heeft met opzet de computers en de telefoon onderzocht zonder dat daarvoor toestemming was. Er is een inbreuk gemaakt op het privéleven van verdachte (artikel 8 EVRM) en op het recht van verdachte op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM). De uitkomsten van de onderzoeken aan deze computers en deze telefoon moeten worden uitgesloten van het bewijs, aldus de raadsvrouw. Ten aanzien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat, ten aanzien van alle aangeefsters, niet vaststaat dat verdachte de accounts is binnengedrongen met behulp van het beantwoorden van beveiligingsvragen of dat hij wachtwoorden zou hebben gewijzigd. Ten aanzien van de bestanden op de computer van verdachte betreffende [aangeefster 1] , [aangeefster 2] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] , heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte deze bestanden niet zelf uit de iCloud van deze aangeefsters heeft gedownload maar van medeverdachte [medeverdachte] dan wel via Fileshare op een forum heeft ontvangen. Volgens de raadsvrouw kunnen deze feiten daarom niet wettig en overtuigend worden bewezen. Het onder 3 ten laste gelegde kan volgens de raadsvrouw niet worden bewezen, nu Elcomsoft Phone Breaker een legaal computerprogramma is, dat niet bedoeld of hoofdzakelijk geschikt is gemaakt om computervredebreuk mee te plegen. De raadsvrouw verzoekt verdachte voor het onder 4 ten laste gelegde vrij te spreken. Zij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte heeft op het e-mailaccount van [aangeefster 1] ingelogd. Echter zijn de afdreigende e-mails niet op de telefoon dan wel op de computer van verdachte aangetroffen. Ook uit de Kik gesprekken kan niet worden afgeleid dat verdachte de e-mails zou hebben gestuurd, aldus de raadsvrouw. Tevens is volgens haar niet uitgesloten dat verdachte niet de enige is geweest die over de inloggegevens van [aangeefster 1] beschikte. De raadsvrouw heeft ten aanzien van feit 6 aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu verdachte de heimelijk opgenomen filmpjes in de kleedkamer van de Rabobank al had verwijderd en deze dus niet in de ten laste gelegde periode in zijn bezit had, althans zich niet bewust was van het feit dat die filmpjes kennelijk niet volledig verwijderd waren. Ten aanzien van het onder 7 en 8 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Verdachte heeft enorm veel bestanden tegelijk gedownload, zonder te weten wat al die bestanden inhielden. Slechts een klein deel van die bestanden is achteraf aangemerkt als kinderpornografisch. Verdachte had geen opzet op het bezit van kinderpornografie. Tevens heeft de raadsvrouw aangevoerd dat een aantal specifiek genoemde bestanden niet als kinderpornografie kunnen worden aangemerkt. Dit geldt voor [bestand 1] .jpg, [bestand 2] , en [bestand 3] .jpg. Tot slot is zij van mening dat ten aanzien van feit 7 er geen bewijs is voor het bezit van kinderpornografie vóór de datum van 18 mei 2017. 4.3 Oordeel van de rechtbank 4.3.1 Bespreking van de verweren over bewijsuitsluiting De feitelijke gang van zaken In de woning van verdachte is twee keer een doorzoeking geweest: op 18 mei 2017 en op 22 augustus 2017. Aan de doorzoeking van 18 mei 2017 ligt een vordering van de officier van justitie van 11 mei 2017 ten grondslag. Die vordering vermeldt onder andere: “De officier van justitie vordert tevens dat de rechter-commissaris zijn in de inbeslagnemingsbevoegdheid besloten liggende bevoegdheid tot het verrichten van onderzoek aan de in beslag te nemen elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken uitoefent en de politie opdracht geeft bovengenoemd onderzoek te verrichten.” Bij de aanvraag is een proces-verbaal gevoegd waarin staat omschreven dat ten aanzien van verdachte een verdenking van (onder andere) computervredebreuk bestaat en dat het in het belang van de opsporing noodzakelijk is dat digitale gegevensdragers worden gezocht, omdat die kunnen zorgen voor aanvullend bewijs. De beschikking van de rechter-commissaris van 11 mei 2017 luidt hierop als volgt: “Ik heb de vordering toegewezen en bepaal doorzoeking te doen op het adres”. In het proces-verbaal van doorzoeking, dat vervolgens is opgemaakt door de rechter-commissaris die de leiding heeft gehad over de doorzoeking, staat: "(…) heeft de hulpofficier contact opgenomen met de rechter-commissaris en meegedeeld dat er goederen waren aangetroffen die vatbaar waren voor inbeslagname (...) Deze goederen zijn door de rechter-commissaris in beslag genomen en ter beschikking gesteld aan de hulpofficier. De rechter-commissaris geeft tevens toestemming kennis te nemen van de volledige inhoud van de inbeslaggenomen smartphones". Aan de huiszoeking van 22 augustus 2017 ligt een vordering van de officier van justitie van 16 augustus 2017 ten grondslag, waarin de officier van justitie vordert dat de rechter-commissaris ter inbeslagneming de woning van verdachte doorzoekt. Daarbij een proces-verbaal aanvraag doorzoeking ter inbeslagneming, waarin is omschreven dat al eerder een grote hoeveelheid gegevensdragers onder verdachte in beslag is genomen en dat daarop persoonlijke informatie van derden is gevonden, en kinderpornografisch materiaal. In het belang van het onderzoek is het noodzakelijk dat opnieuw een doorzoeking wordt verricht waarbij onder andere dient te worden gezocht naar gegevensdragers. Deze vordering is door de rechter-commissaris toegewezen op 16 augustus 2017. Beoordeling van het verweer Allereerst is de stelling van de raadsvrouw dat de rechter-commissaris op 22 mei 2017 alleen toestemming heeft gegeven kennis te nemen van de inhoud van de smartphone (en dus niet van de inhoud van andere gegevensdragers) feitelijk onjuist. In het proces-verbaal van 22 mei 2017 staat dat de rechter-commissaris tevens toestemming geeft voor het kennisnemen van de inhoud van de smartphones, zoals hierboven geciteerd. Er staat niet “enkel” voor de smartphones. Los daarvan is de rechtbank van oordeel dat deze expliciete toestemming van de rechter-commissaris van 22 mei 2017 tot kennisnemen van de inhoud van de smartphones, overbodig was. Er lag immers al toestemming tot doorzoeking ter inbeslagname van gegevensdragers. Deze toestemming is zowel voorafgaand aan de huiszoeking van 18 mei 2017 als voorafgaand aan de huiszoeking van 22 augustus 2017 door de rechter-commissaris gegeven. De rechter-commissaris heeft in beide gevallen de toestemming gegeven op basis van de vordering van de officier van justitie en het daaraan ten grondslag liggende proces-verbaal, waarin in beide gevallen expliciet vermeld stond dat het ging om een verdenking van computervredebreuk en dat men wilde zoeken naar digitaal bewijs. De toestemming gold in beide gevallen dus juist ook voor gegevensdragers. Wellicht dat de expliciete vermelding van smartphones in het proces-verbaal van 22 mei 2017 was ingegeven door het feit dat kort daarvoor, op 4 april 2017, door de Hoge Raad het smartphone arrest was gewezen en er nog veel onduidelijkheid was over de implicaties van dat arrest. Hoe dan ook, nodig was het niet. Toestemming tot inbeslagname van gegevensdragers met het oog op de waarheidsvinding impliceert tevens toestemming tot het kennisnemen van de inhoud van die gegevensdragers. Anders gezegd: als een computer voor de waarheidsvinding in beslag wordt genomen ligt het beslag (mede) op de gegevens die op die computer staan, niet alleen op de fysieke computerkast. En mag de inhoud van die computer dus worden bekeken. Een ander oordeel zou de toestemming tot inbeslagname nutteloos maken. Zowel voor de computers die op 18 mei 2017 bij verdachte in beslag zijn genomen, als voor de mobiele telefoon die op 22 augustus 2017 bij verdachte in beslag is genomen, geldt dus dat die inbeslagname is voorafgegaan door toestemming van de rechter-commissaris. Die toestemming gold tevens het kennisnemen van de inhoud van de inbeslaggenomen computers en telefoons. Het smartphone-arrest, waar de raadsvrouw een beroep op doet, is in het geval van verdachte niet aan de orde. Het smartphone arrest ziet op het zelfstandig in beslag nemen en bekijken van de inhoud van een smartphone door de politie, en de vraag of het algemene artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering voldoende basis biedt voor een uitgebreid onderzoek in een smartphone. Het ziet niet op de situatie dat er toestemming is voor inbeslagname door de rechter-commissaris. Ook de uitspraak van deze rechtbank van 16 mei 2018 ziet op een andere situatie dan de onderhavige. In die zaak was door de rechter-commissaris geen toestemming verleend voor het doorzoeken van de computer. In de zaak tegen verdachte is die toestemming wel gegeven. Slotsom Het kennisnemen van de inhoud van de inbeslaggenomen computers en telefoon is niet onrechtmatig geweest. Er is dan ook geen reden over te gaan tot bewijsuitsluiting. De rechtbank verwerpt het verweer. 4.3.2 Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde (gebruik Elcomsoft Phone Breaker) In artikel 139d Wetboek van Strafrecht is strafbaar gesteld het gebruik of voorhanden hebben etc. van een technisch hulpmiddel, dat hoofdzakelijk geschikt is gemaakt voor of ontworpen tot het plegen van (kort gezegd) computervredebreuk. Uit de wetsgeschiedenis ten aanzien van artikel 139d volgt dat het moet gaan om “de naar objectieve maatstaven vast te stellen gebruiksmogelijkheden” van de software, terwijl aan de andere kant de bedoeling van de producent wordt genoemd: “uit de inrichting en de eigenschappen van het middel dient te blijken dat dit door de producent ook bedoeld is om een dergelijk delict te begaan”. Verdachte heeft aangevoerd dat het programma Elcomsoft Phone Breaker een legaal programma is dat niet speciaal is gemaakt of ontworpen voor het plegen van computervredebreuk, en heeft ter onderbouwing van dit standpunt een aantal documenten overgelegd. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte wel degelijk artikel 139d heeft overtreden, nu het met dit programma mogelijk is om van afstand in te loggen in de accounts van anderen. Het feit dat dit mogelijk is maakt echter nog niet dat dit programma daarvoor is ontworpen. De officier van justitie is verder niet ingegaan op het standpunt van de verdediging over legale toepassingen. De rechtbank stelt vast dat niet is gebleken dat het programma Elcomsoft Phone Breaker door de producent is ontworpen met het doel het plegen van computervredebreuk. De site van Elcomsoft heeft het over legale toepassingen van het programma waarbij het gebruik om gemakkelijker bij eigen gegevens te komen wordt benadrukt. Evenmin is gebleken dat verdachte wijzigingen heeft aangebracht in het programma of het op een andere manier heeft geschikt gemaakt in de zin van artikel 139d. Verdachte zal om die reden van het onder 3 tenlastegelegde worden vrijgesproken. 4.3.3 bewijsoverweging ten aan zien van het onder 1 en 2 ten laste gelegde (computervernieling en computervredebreuk) Computergegevens De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. Op de computer van verdachte is informatie aangetroffen met betrekking tot inloggen en downloaden van gegevens van 524 iCloudaccounts. Hierbij is het softwareprogramma Elcomsoft Phone Breaker gevonden. Wanneer het e-mailadres van een slachtoffer hierin voorkomt is er daadwerkelijk op de iCloud van het slachtoffer ingelogd. Met behulp van dit softwareprogramma zijn gegevens uit de iCloud van aangeefster [aangeefster 1] gedownload. Er zijn twee mappen op haar naam aangetroffen met daarin foto’s, Whatsapp historie en inloggegevens van haar e-mailaccount, dropbox-, Digi-D- en ING-account. Verdachte heeft ook gegevens van [aangeefster 2] gedownload met behulp van Elcomsoft Phone Breaker. Van haar is een map met daarin foto’s, snapchat gegevens en WhatsApp historie aangetroffen. Ook zijn op de computer van verdachte mappen aangetroffen met daarin uit de iCloud gedownloade gegevens van aangeefsters [aangeefster 4] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] Dertien iCloudaccounts komen op zowel de lijst van verdachte als op die van medeverdachte [medeverdachte] voor, waaronder die van aangeefsters [aangeefster 2] en [aangeefster 4] . Verdachte heeft ook middels Elcomsoft Phone Breaker ingelogd op de iCloudaccount van [aangeefster 3] . Maar nu er geen map van haar op zijn harde schijf is aangetroffen, is het onzeker of er ook bestanden uit haar iCloud zijn gedownload. Kik gesprekken Verdachte en medeverdachte gebruikten Kik Messenger om met elkaar te communiceren. Verdachte maakte gebruik van gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam] ’ en schermnaam ‘ [schermnaam] ’.Medeverdachte [medeverdachte] maakte gebruik van de gebruikersnaam ‘ [gebruikersnaam medeverdachte] ’ of ‘ [gebruikersnaam medeverdachte] ’en schermnaam ‘ [schermnaam medeverdachte] ’. Deze gesprekken gingen over technische informatie om toegang te krijgen tot iCloudaccounts, zoals software programma’s die daarbij gebruikt kunnen worden of hoe de beveiliging van Apple werkt. Tevens is er gesproken over het downloaden en/of rippen van back-ups en bestanden uit iCloudaccounts. Ook zijn inloggegevens, zoals e-mailadressen, antwoorden op beveiligingsvragen en wachtwoorden met elkaar gedeeld. Uit de gesprekken volgt dat verdachten met name op zoek waren naar pikante foto’s en video’s, die ‘wins’ werden genoemd. Verdachten hebben ook fotobestanden uitgewisseld. Zo vroeg medeverdachte [medeverdachte] aan verdachte of hij nog wel accounts had om te rippen. Waarop verdachte heeft geantwoord dat hij er nog een paar had. Ook liet verdachte aan medeverdachte [medeverdachte] weten dat hij vier snapchataccounts had gevonden, maar zonder ‘wins’. [medeverdachte] reageerde daarop dat hij er ook een aantal had gevonden, maar ook nog geen ‘wins’ had. Medeverdachte [medeverdachte] heeft verdachte geadviseerd om in de WhatsApp gesprekken van [aangeefster 2] te kijken, zij zou mooie vriendinnen hebben. Verdachte heeft hier later op gereageerd en gezegd dat daar niks tussen zat. Het beantwoorden van beveiligingsvragen [naam 1] heeft verklaard dat hij in opdracht van medeverdachte [medeverdachte] antwoorden op beveiligingsvragen op moest zoeken op Facebook. Wanneer [naam 1] deze juist had beantwoord moest hij het e-mailadres, geboortedatum en de antwoorden doorgeven aan [medeverdachte] . [medeverdachte] heeft hem voorgesteld aan verdachte, daar moest hij dezelfde social engineering voor verrichten als voor [medeverdachte] , aldus [naam 1] . Ook uit de Kik gesprekken blijkt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] zich bezighielden met het raden van antwoorden op beveiligingsvragen. Zo heeft verdachte aan medeverdachte [medeverdachte] gevraagd of hij kan helpen met het raden van antwoorden, waarop [medeverdachte] heeft verteld op welke vragen hij nog antwoorden zocht. Tevens heeft [medeverdachte] antwoorden op beveiligingsvragen met verdachte gedeeld.De rechtbank oordeelt dat op grond van het voorgaande vast is komen te staan dat verdachte en zijn medeverdachte de beveiliging van digitale accounts hebben doorbroken middels het beantwoorden van beveiligingsvragen. Het wijzigen van wachtwoorden Aangeefster [aangeefster 2] heeft verklaard dat zij diverse keren niet automatisch op haar Apple ID kon inloggen. Apple vroeg haar om opnieuw in te loggen, maar dat lukte niet, waarop zij werd gevraagd haar wachtwoord te wijzigen. Uit de e-mails van Apple blijkt dat meerdere keren kort na elkaar het wachtwoord is gewijzigd. Volgens aangeefster heeft zij slechts een deel van deze wachtwoordwijzigingen zelf doorgevoerd. Ook aangeefsters [aangeefster 3] , [aangeefster 5] en [aangeefster 6] hebben verklaard dat zij regelmatig niet konden inloggen op hun Apple ID of iCloudaccount, omdat de door hun gekozen wachtwoorden onjuist zouden zijn. Van deze aangeefsters zijn e-mailadressen teruggevonden in het programma Elcomsoft Phone Breaker op de computers van verdachte. In de Kik-gesprekken tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] is gesproken over het resetten en aanpassen van wachtwoorden. Zo heeft medeverdachte [medeverdachte] een aantal keer gezegd dat hij wachtwoorden ging veranderen, waarop verdachte heeft ingestemd.Door het veranderen van de wachtwoorden waren de accounts voor de rechtmatige gebruikers tijdelijk ontoegankelijk. Computervredebreuk Verdachten spraken in Kik gesprekken over het downloaden van back-ups. Zo heeft verdachte gezegd dat hij gewoon de complete back-ups downloadt. Verdachte heeft ook eens aan medeverdachte [medeverdachte] gevraagd hoe groot een bepaalde back-up was, waarop [medeverdachte] geantwoord heeft dat hij de back-up nog niet volledig binnen had.Op de computer van verdachte zijn iCloud back-ups van [aangeefster 1] , [aangeefster 2] , [aangeefster 4] , [aangeefster 5] , [aangeefster 6] gevonden. Medeplegen Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat de samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bestaat uit het uitwisselen van e-mailadressen en buitgemaakte inloggegevens, het delen van technische informatie om toegang te krijgen tot accounts en bestanden van slachtoffers. Verdachte en zijn medeverdachte maakten gebruik van elkaars kennis, verdeelden de taken en wisselden buitgemaakte gegevens en bestanden uit. De rollen van verdachten zijn hierin inwisselbaar geweest, nu er sprake was van een zekere onderlinge gelijkwaardigheid. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat er sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte en dat de materiële en/of intellectuele bijdrage van verdachte van voldoende gewicht is geweest bij het plegen van het onder 1 en 2 ten laste gelegde. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen. Slotsom ten aanzien van de feiten 1 en 2 De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 1 en 2 ten laste gelegde bewezen. Nu [aangeefster 1] en [aangeefster 4] niet hebben verklaard dat zij niet konden inloggen op hun accounts, acht de rechtbank echter het onder 1 ten laste gelegde wijzigen van wachtwoorden ten aanzien van deze aangeefsters niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Verder zijn op geen van de gegevensdragers van verdachten gedownloade bestanden gevonden van [aangeefster 3] . Ten aanzien van het onder 2 te laste gelegde computervredebreuk zal de rechtbank verdachte daarom vrijspreken ten aanzien van aangeefster [aangeefster 3] . 4.3.4 Ten aan zien van het onder 4 ten laste gelegde (poging tot afdreiging) Bewijsoverweging [aangeefster 1] heeft in haar aangifte verklaard dat zij mailtjes ontving waarin werd gedreigd naaktfoto’s van haar en haar vriend openbaar te maken, indien zij niet aan het verzoek van de afzender zou voldoen nog meer pikante foto’s en filmpjes te sturen. Zij heeft daarop een IP-adres kunnen achterhalen. Dit IP-adres blijkt in gebruik bij verdachte. Vervolgens zijn op de computer van verdachte verschillende bestandmappen gevonden met foto’s en gegevens van [aangeefster 1] . Waaronder een map met de naam [naam map] met daarin 9 pikante foto’s van [aangeefster 1] . De naam [naam map] komt terug in het e-mailadres en onderwerp van de afdreigende e-mails naar [aangeefster 1] . De foto’s die naar [aangeefster 1] zijn gestuurd in de afdreigende e-mails zijn tevens teruggevonden op de computer van verdachte. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank de onder 4 ten laste gelegde afdreiging bewezen. Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen van dit feit, nu een bewuste en nauwe samenwerking met medeverdachte [medeverdachte] voor dit feit niet vast is komen te staan. 4.3.5 Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde (identiteitsfraude) De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit. E-mailcontact Aangeefster [aangeefster 5] heeft verklaard dat zij e-mail contact heeft gehad met een fotograaf die haar vroeg om lingerie-, topless- en naaktfoto’s te sturen. De e-mail was afkomstig van het adres [e-mail adres 1]. Aangeefster [aangeefster 6] heeft verklaard dat zij tevens voor het sturen van pikante foto’s is benaderd via het e-mailadres [e-mail adres 2]. Hierna zou zij contact hebben gehad met [naam 2] en zijn vrouw [naam vrouw] . [aangeefster 6] heeft verklaard daarop ook daadwerkelijk foto’s in doorschijnende lingerie naar dit e-mailadres te hebben gestuurd. [naam 3] heeft, nadat hij door de politie op de hoogte is gesteld, aangifte gedaan van identiteitsfraude. Uit de internetgeschiedenis van de telefoon van verdachte blijkt dat hij gebruik heeft gemaakt van het e-mailadres [e-mail adres 1]. Tevens zijn op zijn telefoon schermafbeeldingen gevonden van de eerder genoemde emailadressen met onderwerpen ‘Foto’s [aangeefster 6] ’ en ‘lingerie’. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij redelijk goed kan typen en samen met medeverdachte [medeverdachte] mailtjes heeft opgesteld. Het doel van deze mailtjes was om zich voor te doen als fotograaf [naam fotograaf] , waarop zij hoopten dat aangeefsters pikante foto’s zouden sturen. Verdachte geeft toe dat één van de aangeefsters foto’s aan hem heeft gestuurd. Kik gesprekken Verdachte en medeverdachte [medeverdachte] bespraken over Kik Messenger het e-mailen naar aangeefsters [aangeefster 5] en [aangeefster 6] in naam van [naam fotograaf] . Daarbij hadden zij de hoop pikante foto’s van aangeefsters te ontvangen. Verdachte heeft bijvoorbeeld aan medeverdachte [medeverdachte] laten weten dat aangeefster [aangeefster 6] heeft geantwoord. Daarop heeft medeverdachte [medeverdachte] het mailtje ook gelezen. Verdachte heeft daarop gezegd dat hij morgen terug zal mailen. Medeverdachte [medeverdachte] heeft onder meer gezegd dat aangeefster [aangeefster 5] gemaild kan worden. [medeverdachte] adviseerde tevens wat verdachte in zijn mail aan [aangeefster 5] zou kunnen schrijven. Medeplegen Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat verdachte samen met [medeverdachte] het plan heeft gehad zich voor te doen als fotograaf [naam fotograaf] om zo pikante foto’s van aangeefsters te ontvangen. Verdachte heeft e-mails opgesteld aan aangeefsters waarin hij vroeg om foto’s in lingerie of zelfs naaktfoto’s. Verdachte heeft daarmee een materiële en/of intellectuele bijdrage van voldoende gewicht geleverd. Tevens zouden de buitgemaakte foto’s met medeverdachte worden gedeeld. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte. Daarmee acht de rechtbank het ten laste gelegde medeplegen bewezen. Gebruik identificerende gegevens en ontstaan van enig nadeel daardoor Verdachte heeft gemaild via een e-mailadres met daarin de voor- en achternaam van [naam fotograaf] genoemd en vanaf een e-mailadres met zijn voornaam en zijn beroep, namelijk fotograaf. Nu er gemaild is met de volledige naam van aangever [naam fotograaf] en hij zelf ook fotograaf is, oordeelt de rechtbank dat er sprake is van identificerende persoonsgegevens. De rechtbank neemt daarbij in overweging dat [aangeefster 6] ook daadwerkelijk onder deze valse voorwendselen foto’s heeft gestuurd. Dat was niet gelukt indien verdachten de identiteit van [naam fotograaf] niet hadden gebruikt. Tevens is door het gebruik daarvan enig nadeel ontstaan. Verdachte heeft hiermee de naam van [naam fotograaf] in diskrediet gebracht. Daarbij heeft [aangeefster 6] ook daadwerkelijk vertrouwelijke foto’s naar verdachte gestuurd. Slotsom De rechtbank acht op grond van het voorgaande het onder 5 ten laste gelegde medeplegen van identiteitsfraude bewezen. 4.3.6 Ten aanzien van het onder 6 ten laste gelegde (bezit heimelijk gemaakte bestanden) Bewijsoverweging Op grond van de bekennende verklaring van verdachte en de processen-verbaal, waaruit blijkt dat pencamera’s en de bijhorende SD-kaartjes met de daarop heimelijk gemaakte bestanden bij verdachte in beslag zijn genomen, acht de rechtbank het onder 6 ten laste gelegde bewezen. Alle pencamera’s en SD-kaarten zijn in beslag genomen op 18 mei 2018. Zodoende wordt alleen het bezit op 18 mei 2018 bewezenverklaard. Verdachte heeft in het verhoor bij de politie verklaard dat hij dacht de filmpjes die hij had opgenomen bij zijn vorige werkgever te hebben verwijderd. In het proces-verbaal van bevindingen staat omschreven dat de bestanden op SD-kaart bij pennummer 5388795 inderdaad waren verwijderd. Dit proces-verbaal ondersteunt dus het verhaal van verdachte. Omdat de bestanden nog niet waren overgeschreven heeft de politieambtenaar de bestanden weer uit de opslag van de SD-kaart kunnen halen. Door de politieambtenaar is echter niet omschreven hoe hij dat heeft gedaan en of verdachte deze handeling ook (eenvoudig) zelf kon verrichten. Nu niet vast kan worden gesteld dat verdachte op 18 mei 2018 de beschikking had over deze bestanden, zal verdachte worden vrijgesproken van de bestanden opgeslagen op de SD-kaart behorend bij pencamera met goednummer 5388795. 4.3.7 Ten aan zien van het onder 7 en 8 ten laste gelegde (bezit kinderpornografie) In de woning van verdachte hebben twee doorzoekingen plaatsgevonden, daarbij is een groot aantal digitale gegevensdragers in beslag genomen. Op zijn computer, twee harde schijven en een aantal CD’s en DVD’s is kinderpornografisch materiaal aangetroffen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij veel bestanden tegelijk heeft gedownload en daarom niet wist wat alle bestanden inhielden. Nu er in totaal meer dan 130.000 kinderpornografische bestanden zijn aangetroffen, acht de rechtbank niet aannemelijk dat deze bestanden slechts ‘bijvangst’ waren, waarvan verdachte niet op de hoogte was. De rechtbank acht verder van belang dat verdachte heeft verklaard dat hij een persoon genoemd ‘ [naam 4] ’ heeft betaald voor pornografische filmpjes en foto’s. Weliswaar heeft verdachte verklaard dat hij niet wist dat de meisjes die in de filmpjes zouden optreden, minderjarig waren, maar dit acht de rechtbank niet geloofwaardig gelet op de e-mail correspondentie tussen verdachte en ‘ [naam 4] ’ die zich in het dossier bevindt. Uit deze e-mail correspondentie volgt dat verdachte specifiek interesse heeft getoond in meisjes tussen de 12 en 15 jaar, en dat ‘ [naam 4] ’ meermalen leeftijden van meisjes noemt die (ruim) onder de 18 jaar liggen. Uit het proces-verbaal blijkt ook duidelijk dat de betrokkenen bij de filmpjes en foto’s tussen de 6 en 16 jaar oud zijn. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het onder 7 en 8 ten laste legde bewezen. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte in de periode 2007-2009 gedetineerd is geweest en dat in 2009 een huiszoeking bij verdachte heeft plaatsgevonden waarbij het kinderpornografisch materiaal niet is aangetroffen. Daarom zou alleen bezit op 18 mei 2017 kunnen worden bewezen. De raadsvrouw heeft haar stellingen echter niet met stukken onderbouwd. De rechtbank beschikt ook niet over stukken waarin is beschreven wanneer een vorige doorzoeking in het kader van een andere rechtszaak tegen verdachte zou hebben plaatsgevonden en wat daarbij in beslag is genomen. De rechtbank acht de hele ten laste gelegde periode bewezen. De rechtbank heeft hierbij in aanmerking genomen dat het langere tijd in beslag heeft moeten nemen om een verzameling van deze hoeveelheid aan bestanden aan te leggen. De onder feit 7 ten laste gelegde bestanden met naam ‘ [bestand 1] .jpg’ en ‘ [bestand 2] ’ voldoen niet aan de omschrijving gegeven in de tenlastelegging, nu niet vaststaat dat er sprake is van penetratie. Verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken. Met betrekking tot het onder 7 ten laste gelegde bestand met naam ‘ [bestand 3] .jpg’ heeft de raadsvrouw aangevoerd dat niet vaststaat dat dit gaat om een seksuele gedraging die bestaat uit het gedeeltelijk naakt poseren door een minderjarige en dat om die reden ook van dit bestand vrijspraak moet volgen. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt. Er ligt een ambtsedig proces-verbaal, waarin wordt omschreven dat sprake is van doorschijnende kleding en waarin de afbeelding wordt beoordeeld als kinderpornografisch. De raadsvrouw stelt in haar pleidooi dat de inhoud van dit proces-verbaal niet juist is en dat sprake is van een lichtgekleurd shirt en een zwarte onderbroek. De raadsvrouw heeft echter op geen enkel moment in het geding te kennen gegeven dat zij deze foto ter terechtzitting wilde bekijken, of dat zij wilde dat de rechtbank op een ander moment van de afbeelding kennis zou nemen. Zij heeft gewacht met het voeren van dit verweer tot het pleidooi. De raadsvrouw beschikte al lang over het dossier en er zijn verschillende pro forma zittingen aan de inhoudelijke behandeling vooraf gegaan. De rechtszaak tegen verdachte behelst een aanzienlijk aantal feiten en loopt al geruime tijd, met een aantal slachtoffers waarvan enkele ook ter terechtzitting zijn verschenen. De rechtbank heeft de inhoudelijke behandeling al eerder (op 24 april 2018) moeten aanhouden, al was dat vanwege een volstrekt legitieme reden. De inhoudelijke behandeling in dit stadium opnieuw aanhouden zodat de rechtbank alsnog de betreffende afbeelding kan waarnemen, zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. Zowel voor verdachte, die zich in voorlopige hechtenis bevindt, als voor de slachtoffers. De rechtbank gaat om die reden in dit specifieke geval af op de inhoud van het proces-verbaal, ondanks het feit dat de rechtbank de afbeelding niet zelf heeft bekeken. Verdachte zal niet worden vrijgesproken voor het bezit van deze afbeelding. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte ten aanzien van feit 1 op tijdstippen in de periode van 26 september 2015 tot en met 22 augustus 2017 te Culemborg en/of te Groningen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een geautomatiseerd werk of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, te weten iCloud accounts, hebben veranderd en ontoegankelijk hebben gemaakt, immers, heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader, zichzelf, door het beantwoorden van beveiligingsvragen (via social engineering), toegang verschaft tot de iCloud account(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.