← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:6170

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752032-17 RK nummer: 17/7319 Datum uitspraak: 17 juli 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 november 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 6 november 2017 door het Staatsanwaltschaft Augsburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren op [geboortedag] 1954 te [geboorteplaats] (Pakistan), ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres: [BRP adres] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 3 juli 2018. De behandeling heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Wel is verschenen mr. M. Raaijmakers, advocaat te Hoofddorp, raadsman van de opgeëiste persoon. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van 24 oktober 2017, uitgevaardigd door het Amtsgericht Augsburg, met kenmerk: 27 Gs 6475/17. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Duitsland strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 1, te weten: deelneming aan een criminele organisatie Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Duitsland een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, als naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, als hij voor de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft op 18 april 2018 de volgende garantie gegeven: Hierbij doe ik u de bindende toezegging dat de opgeëiste persoon als Nederlands onderdaan indien hij dit wenst met het oog op de tenuitvoerlegging van een tot vrijheidsbeneming strekkende sanctie naar Nederland zal worden teruggezonden, artikel 5, punt 3, van het Kaderbesluit van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel (20021584/JI). Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbare feiten opleveren. De feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte niet doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven Aan deze voorwaarde is voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. 6Evenredigheid De raadsman heeft betoogd dat de slechte medische gesteldheid van de opgeëiste persoon maakt dat overlevering onevenredig is en daarom moet worden geweigerd. De raadsman heeft, onder verwijzing naar medische gegevens, betoogd dat de opgeëiste persoon detentieongeschikt is en niet in staat is om te reizen. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer niet kan slagen. De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 4 maart 2009 (ECLI:NL:RBAMS:2009:BH6183), waarin is geoordeeld dat, gelet op de stelselevenredigheid van het Kaderbesluit, een beroep op de onevenredigheid van een EAB slechts onder bijzondere omstandigheden kan slagen. Hoewel de gezondheidsproblemen van de opgeëiste persoon zonder twijfel reden tot zorg opleveren, is van dergelijke uitzonderlijke omstandigheden in dit geval geen sprake. Er is dan ook geen sprake van onevenredigheid van de verzochte overlevering. De rechtbank overweegt dat de gezondheidssituatie van de opgeëiste persoon kan worden beoordeeld in het kader van de feitelijke overlevering op grond van artikel 35, derde lid van de OLW. Die beoordeling is voorbehouden aan de officier van justitie. De rechtbank verwerpt het verweer. 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 140 Wetboek van Strafrecht, 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen en 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Staatsanwaltschaft Augsburg ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. A.W.C.M. van Emmerik en E.G. Fels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 juli 2018. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.