beslissing RECHTBANK AMSTERDAM Wrakingskamer zaaknummer: C/13/649672 / HA RK 18/184 Beslissing van 20 juli 2018 van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van [verzoekster] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: verzoekster,gemachtigde: [gemachtigde] strekkende tot de wraking van mr. I.H.J. Konings, rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter. 1De procedure - 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het (handgeschreven) wrakingsverzoek van 14 juni 2018; de aanvulling op het wrakingsverzoek van 15 juni 2018, met bijlagen; de aanvulling op het wrakingsverzoek van 19 juni 2018, met bijlagen; de schriftelijke reactie van de rechter van 25 juni 2018; de e-mail van verzoekster van 26 juni 2018 met een aanvulling op het wrakingsverzoek, met bijlagen; de schriftelijke reactie van verzoekster op de reactie van de rechter van 27 juni 2018; reactie hierop van de rechter van 27 juni 2018; de e-mail van verzoekster van 28 juni 2018 met bijlage. 1.2. Bij de mondelinge behandeling van het verzoek tot wraking van de rechter op 13 juli 2018 zijn verschenen: de gemachtigde van verzoekster, [gemachtigde] ; de rechter. 2De feiten Uitgegaan wordt van het volgende: 2.1. Verzoekster is in een ontslagprocedure verwikkeld met haar werkgever [ ] (hierna : de werkgever), bij deze rechtbank bekend onder nummer 6832718 / EA 18-1320. 2.2. De werkgever heeft de dag voor de zitting nog nadere stukken ingediend. 2.3. De rechter heeft de zaak behandeld op de mondelinge behandeling van 14 juni 2018. Beide partijen hebben hun standpunten toegelicht, mede aan de hand van een pleitnota. 3Het wrakingsverzoek 3.1. Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak zoals hiervoor onder 2.1 vermeld. 3.2. Verzoekster heeft blijkens het schriftelijke verzoek, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling van de wrakingskamer, kort gezegd het volgende aan haar verzoek ten grondslag gelegd. de rechter is blijkbaar akkoord met het indienen van stukken een dag voor de zitting; de werkgever had een zeer lang betoog, langer dan 20 minuten, terwijl dat van verzoekster korter was, zodat de rechter met twee maten meet; de rechter heeft laten merken dat zij de stukken niet heeft gelezen en de wet niet kent; e rechter heeft de gemachtigde van verzoekster onderbroken en commentaar gegeven op iets wat zij naar voren bracht hetgeen een vooroordeel is; zonder onderzoek heeft de rechter al een oordeel wat ze gaat doen. 3.3. De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken. 4De beoordeling 4.1. Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden. 4.2. Voorts wordt vooropgesteld dat een rechter een redelijke mate van vrijheid heeft in het maken van (procedurele) beslissingen. Dergelijke beslissingen leveren in de regel geen grond voor wraking, ook niet indien de gewraakte beslissing onjuist en/of voor één van partijen onwelgevallig is. Dit kan anders zijn indien de beslissing zo onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd is dat daarvoor geen andere verklaring is te vinden dan dat die beslissing door vooringenomenheid is gegeven. 4.3. Naar het oordeel van de wrakingskamer zien de hiervoor onder 3.2 a),
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.