RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751158-18 RK nummer: 18/1368 Datum uitspraak: 6 september 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 9 januari 2018 door the Regional Court in Szczecin (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992, ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 augustus 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door mr. L. Da Silva, advocaat te Zoetermeer, die waarneemt voor mr. P.T.F. Langerak, en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22 OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van final and binding judgement of the District Court Szczecin – Centre in Szczecin van 26 november 2015 met zaaknummer IV K 517/15. Bij beslissing van het District Court Szczecin – Centre in Szczecin van 17 februari 2017 (zaaknummer IV Ko 1824/16) is de tenuitvoerlegging van voormelde straf bevolen)en a decision of the District Court Szczecin – Centre in Szczecin in the subject of ordering the execution of the substituted penalty of deprivation of freedom van 10 juni 2016, met zaaknummer IV Ko 579/16. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van respectievelijk zes maandenen 25 dagen door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor vermelde vonnis en de hiervoor vermelde beslissing. De laatste beslissing betreft de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis behorende bij een geldboete, waarbij omrekening heeft plaatsgevonden naar de maatstaf van ’50 day-fine units equal 1 day of substitution penalty imprisonment’. A fine of 50 day-units was imposed on [opgeëiste persoon] and due to his failure to pay, it was changed, into 25 days of a substitution imprisonment penalty. Het vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.