← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:699

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 17/5955 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 januari 2018 in de zaak tussen [naam eiser] te Amsterdam, eiser, en Belastingdienst/Toeslagen, verweerder (gemachtigde: mr. N. Mahmdi). Procesverloop Bij besluit van 24 juli 2017 (het primaire besluit) heeft verweerder het verzoek van eiser om herziening van zijn recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2015 afgewezen. Bij besluit van 16 september 2017 (het bestreden besluit 1) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen het bestreden besluit 1 beroep ingesteld. Bij besluit van 17 januari 2018 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder het bezwaar van eiser onder gewijzigde motivering (opnieuw) ongegrond verklaard. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 25 januari

  1. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep ongegrond; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiser te vergoeden. Overwegingen
  2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
  3. Het geschil gaat over de afwijzing van het verzoek om herziening van de kinderopvangtoeslag over het jaar
  4. Verweerder heeft bij bestreden besluit 2 het verzoek om herziening afgewezen, omdat eiser geen aanvraag kinderopvangtoeslag over 2015 heeft ingediend. De rechtbank moet toetsen of dit besluit juist is.
  5. De rechtbank stelt vast dat eisers kinderopvangtoeslag bij brief van 8 december 2014 is stopgezet en dat er geen aanvraag om kinderopvangtoeslag over 2015 is gedaan. Aan eiser is dus geen voorschot of een tegemoetkoming over het jaar 2015 toegekend.
  6. Uit de wet volgt dat herziening mogelijk is bij een voorschot of een tegemoetkoming.
  7. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit 2 op juiste gronden is genomen. Er is nooit een voorschot of tegemoetkoming toegekend, dus kan er niet worden herzien. Verweerder heeft het verzoek om herziening daarom terecht afgewezen.
  8. Dit betekent dat het beroep van eiser ongegrond is. Aan het overige wat eiser heeft aangevoerd, komt de rechtbank niet toe.
  9. De rechtbank ziet aanleiding om het door eiser betaalde griffierecht door verweerder te laten vergoeden, omdat verweerder naar aanleiding van het beroep het bestreden besluit 1 onder gewijzigde motivering heeft vervangen door het bestreden besluit
  10. Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Hirzalla, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Trommel, griffier, op 25 januari
  11. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. Artikel 5a van de Uitvoeringsregeling Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen bepaalt dat de Belastingdienst/Toeslagen in het voordeel van de belanghebbende een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden herziet zodra de Belastingdienst/Toeslagen is gebleken dat die tegemoetkoming op een te laag bedrag is vastgesteld (…).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.