vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer: 6591172 CV EXPL 18-1636 vonnis van: 23 oktober 2018 fno.: 904 vonnis van de kantonrechter I n z a k e 1. de besloten vennootschap Baltex Holding B.V. hierna: Baltex) 2. de besloten vennootschap Azet Holding B.V. hierna: Azet) 3. [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] hierna: [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] ) allen gevestigd te [vestigingsplaats] eisers in conventie, verweerders in reconventie nader gezamenlijk te noemen: Baltex c.s. gemachtigde: mr. P.J. Sandberg t e g e n de stichting Stichting Cordaan gevestigd te Amsterdam gedaagde in conventie, eiseres in reconventie nader te noemen: Cordaan gemachtigde: mr. G.S. Geurts VERLOOP VAN DE PROCEDURE De volgende stukken bevinden zich in het procesdossier: - dagvaarding van 12 januari 2018, met producties;- antwoord met producties;- instructievonnis;- dagbepaling comparitie. De comparitie heeft plaatsgevonden op 18 juni 2018. Voor Baltex c.s. is verschenen [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] , vergezeld door de gemachtigde. Namens Cordaan waren [naam 1] en [naam 2] aanwezig, vergezeld door de als gemachtigde. Baltex c.s. heeft voorafgaand aan de zitting een conclusie van antwoord in reconventie ingediend. Ter zitting zijn partijen gehoord en hebben zij vragen van de kantonrechter beantwoord. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen is besproken. Aan het eind van de zitting is de zaak aangehouden voor het nemen van aktes. Nadien zijn de volgende stukken aan het procesdossier toegevoegd: - akte wijziging eis in reconventie/aanvulling van gronden; - antwoordakte. Ten slotte is vonnis bepaald op heden. GRONDEN VAN DE BESLISSING Feiten 1. Als gesteld en erkend of niet (voldoende) weersproken, staat het volgende vast: 1.1. Cordaan is een zorginstelling gericht op mensen die verpleging, verzorging, begeleiding en/of ondersteuning nodig hebben. Cordaan beschikt over ongeveer 900 panden, waarvan ongeveer 343 in eigendom en 522 gehuurd, waar zij cliënten met een VGZ of GGZ indicatie intramuraal laat verblijven. Die cliënten wonen daar dan met zorg en begeleiding. 1.2. [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is cliënt van Cordaan. 1.3. Baltex en Azet zijn gezamenlijk eigenaar van het appartementsrecht aan [adres] te [plaats] (hierna: het gehuurde). 1.4. Op 31 december 2004 is [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] een huurovereenkomst voor het gehuurde aangegaan met Stichting IJlanden, een rechtsvoorgangster van Cordaan. 1.5. In de schriftelijke huurovereenkomst (hierna: de huurovereenkomst) is bepaald dat het gehuurde bestemd is om te worden gebruikt als woonruimte, dat de huurovereenkomst voor bepaalde tijd van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005 is aangegaan en dat deze daarna voor onbepaalde tijd wordt voortgezet. Ook is vermeld dat de kale huurprijs € 380,55 bedraagt, dat [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] als beheerder optreedt en dat de Algemene Bepalingen Huurovereenkomst Woonruimte vastgesteld op 30 juli 20903 en gedeponeerd op 31 juli 2003 bij de griffie van de rechtbank te Den Haag (hierna: de Algemene Bepalingen) op de huurovereenkomst van toepassing zijn. 1.6. In artikel 1.1 van de Algemene Bepalingen staat dat huurder het gehuurde daadwerkelijk, behoorlijk en zelf overeenkomstig de in de huurovereenkomst genoemde bestemming dient te gebruiken. In artikel 1.3 is bepaald dat huurder zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van verhuurder niet bevoegd is het gehuurde geheel of gedeeltelijk in huur, onderhuur of gebruik aan derden af te staan en dat een door of vanwege verhuurder gegeven toestemming eenmalig is en niet voor andere of opvolgende gevallen geldt. 1.7. De thans geldende kale huurprijs voor het gehuurde bedraagt € 518,21 per maand. 1.8. [naam 3] heeft vanaf de aanvang van de huurovereenkomst tot 15 november 2017 in het gehuurde gewoond met zorg en begeleiding van Cordaan. 1.9. Bij e-mail van 20 november 2017 aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] heeft Cordaan een reparatieverzoek in de vorm van een werkorder met foto’s toegezonden. In de werkorder is vermeld dat er al langere tijd een lekkage speelt en wordt verwezen naar de foto’s, waaruit dit blijkt. Voorts is in de werkorder vermeld dat de woning op dit moment leeg is en dat er geen cliënten in kunnen worden geplaatst. 1.10. Bij brief van 28 november 2017 heeft de gemachtigde van Baltex c.s. Cordaan geschreven dat de huurovereenkomst geëindigd is door het vertrek van [naam 3] en haar gesommeerd de sleutels binnen acht dagen in te leveren. Voorts staat in die brief:“In ieder geval bericht ik u bij deze dat het u niet is toegestaan om, zolang de kwestie niet door de rechter zal zijn beslist, de ruimte [adres] [plaats] aan derden te verhuren, en houd ik u aansprakelijk voor alle schade die cliënte lijdt voor het geval u zich aan dit verbod niet zou houden.” 1.11. Bij brief van 4 december 2017 heeft Cordaan Baltex c.s. geschreven dat de huurovereenkomst niet is geëindigd omdat niet [naam 3] maar Cordaan huurder is. 1.12. Op 22 december 2017 heeft Cordaan een reminder aan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] gezonden van de onder 1.9 genoemde e-mail. 1.13. Bij brief van 2 januari 2018 heeft Cordaan [eiser in conventie, verweerder in reconventie sub 3] gesommeerd om binnen twee weken onderhoudswerkzaamheden aan het gehuurde te verrichten. 1.14. Op 26 januari 2018 zijn er schilderwerkzaamheden door Baltex c.s. in de badkamer van de woning. 1.15. In afwachting van de onderhavige procedure staat de woning leeg. Vordering en verweer in conventie 2. Baltex c.s. vordert dat bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de huurovereenkomst wordt ontbonden met veroordeling van Cordaan tot ontruiming van het gehuurde binnen 8 dagen na betekening van het vonnis en met veroordeling in de kosten van het geding. 3. Aan deze vordering legt Baltex c.s. - kort gezegd - ten grondslag dat zij de huurovereenkomst met de rechtsvoorgangster van Cordaan is aangegaan ten behoeve van [naam 3] . Volgens Baltex c.s. was [naam 3] feitelijk de huurder en is de huurovereenkomst slechts formeel op naam van Cordaan gezet. Nu [naam 3] het gehuurde heeft verlaten en met de noorderzon is vertrokken, gedraagt hij zich niet als goed huurder en is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst die ontbinding en ontruiming rechtvaardigt. Omdat Cordaan heeft aangekondigd het gehuurde aan een derde ter beschikking te willen stellen, terwijl zij daar zelf dient te wonen, schiet ook Cordaan toerekenbaar tekort in de nakoming van de huurovereenkomst en is zij op grond van artikel 6:80 Burgerlijk Wetboek (BW) in verzuim. Meer in het bijzonder is sprake van handelen in strijd met artikel 1.1 en 1.3 van de Algemene Bepalingen (zie 1.6). Voor zover Baltex c.s. ooit toestemming zou hebben gegeven om het gehuurde in gebruik te geven aan [naam 3] , gold dit enkel en alleen voor hem, aldus steeds Baltex c.s. 4. Cordaan voert - samengevat - als verweer dat als contractuele bestemming heeft te gelden het bieden van woonruimte aan cliënten die hulp en begeleiding behoeven bij het zelfstandig begeleid wonen. Dit staat niet met zoveel woorden in de huurovereenkomst maar zijn partijen wel overeengekomen en heeft hen ook altijd voor ogen gestaan, althans vloeit voort uit de aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 6:248 lid 1 BW. Als zorginstelling kan Cordaan het gehuurde niet zelf bewonen en de contractuele bestemming impliceert volgens haar toestemming om het gehuurde in gebruik te geven aan cliënten. Cordaan wijst erop dat haar rechtsvoorgangster vanaf 13 oktober 1997 een huurovereenkomst had voor de woning aan de [adres] te [plaats] , die eveneens aan Baltex en Azet toebehoort en waarin diverse cliënten van Cordaan hebben gewoond, waaronder [naam 3] . In verband met een renovatie van dat appartement is die huurovereenkomst in 2005 met wederzijds goedvinden beëindigd en is de onderhavige huurovereenkomst aangegaan om de zorg aan [naam 3] voort te kunnen zetten. 5. Cordaan betwist dat sprake is van een tekortkoming van [naam 3] of haarzelf. Zij stelt dat er al geruime tijd is van een lekkage in de woning, waardoor het bieden van zorg aan [naam 3] werd belemmerd. Om die reden is [naam 3] per 15 november 2017 verhuisd naar een locatie groepswonen van Cordaan. Dat er geen oplevering heeft plaatsgevonden is het gevolg van het feit dat de huurovereenkomst niet is geëindigd maar doorloopt. Ook de aankondiging van Cordaan om - na het verhelpen van Baltex c.s. van de lekkage - een nieuwe cliënt in het gehuurde te plaatsen, levert geen tekortkoming op omdat het ter beschikking stellen van het gehuurde aan een (andere) cliënt juist gebruik overeenkomstig de contractuele bestemming is. Vordering en verweer in reconventie 6. Cordaan vordert - na wijziging van eis bij akte - dat bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:primair de kale huurprijs met ingang van 20 november 2017 wordt vastgesteld op € 0,00 totdat het gebrek is verholpen; Baltex c.s. wordt veroordeeld tot betaling aan Cordaan van de sinds 28 november 2017 teveel betaalde huur, tot en met juli 2018 begroot op € 4.335,90; subsidiair de kale huurprijs met ingang van 20 november 2017 wordt vastgesteld op € 207,28 per maand; Baltex c.s. wordt veroordeeld tot betaling aan Cordaan van de vanaf 20 november 2017 tot 26 januari 2018 teveel betaalde huur, begroot op € 658,72; primair en subsidiairmet veroordeling van Baltex c.s. in de kosten van het geding. 7. Ter onderbouwing van haar primaire vordering stelt Cordaan - kort gezegd - dat er sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:204 lid 2 BW doordat Baltex c.s. haar bij brief van 28 november 2017 (zie 1.10) heeft verboden na het vertrek van [naam 3] een nieuwe cliënt in de woning te plaatsen en haar aansprakelijk heeft gesteld voor het geval zij dit wel zou doen. Cordaan is daardoor genoodzaakt het gehuurde leeg te laten staan. Omdat Cordaan zorginkomsten ontvangt met een huisvestingscomponent wanneer zij het gehuurde in gebruik geeft aan een cliënt, derft zij aldus inkomsten. Daar komt bij dat het voor haar kwetsbare cliënten onwenselijk is dat Cordaan hangende de procedure, waarvan de uitkomst ongewis is, wel gebruik maakt van de woning. Door het door Baltex c.s. gegeven verbod en de aansprakelijkstelling is sprake van een feit althans een omstandigheid waardoor Cordaan niet het genot van het gehuurde heeft dat zij mag verwachten. Volgens Cordaan levert dit een gebrek op, dat op grond van artikel 7:207 lid 1 BW recht geeft op een huurprijsvermindering van 100%, zodat de huurprijs vanaf 28 november 2017 € 0,00 bedraagt. Dit leidt tot een van Baltex c.s. tot en met juli 2018 aan teveel betaalde huur terug te vorderen bedrag van (€ 190,01 + (7 x € 518,21) + € 538,42 =) € 4.355,90. Aan haar subsidiaire grondslag legt Cordaan de (gevolgen van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.