vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/654544 / KG ZA 18-1002 AB/MB Vonnis in kort geding van 2 november 2018 in de zaak van de stichting STICHTING UNITED PEOPLE, gevestigd te Maastricht, eiseres bij dagvaarding van 4 oktober 2018, advocaat mr. R. Jethoe te Rijswijk, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. T.G.G. Raijmakers te Eindhoven. 1De procedure Ter zitting van 17 oktober 2018 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagde, hierna [gedaagde] , heeft allereerst een bevoegdheidsincident opgeworpen, omdat de zaak had moeten worden aangebracht in haar woonplaats. Dit verweer is verworpen, op grond van het oordeel dat deze rechtbank bevoegd is, ingevolge een rechtsgeldig forumkeuzebeding. [gedaagde] heeft vervolgens (nader) verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. Ter zitting waren aanwezig: aan de zijde van eiseres: [naam 1] en mr. Jethoe; aan de zijde van [gedaagde] : [gedaagde] , haar partner en mr. Raijmakers. 2De feiten 2.1. Eiseres is opgericht op 4 december 2012. [naam 1] is haar [functie] . Eiseres draagt als handelsnaam (ook) United People Foundation en zal hierna worden aangeduid als UPF. Volgens gegevens uit het register van de Kamer van Koophandel zijn de activiteiten van UPF: “Een bijdrage leveren aan de realisatie van een goed beheer van al het leven, zoals beschreven in de universele verklaring van de rechten van de mens.” 2.2. UPF ontplooit diverse projecten, waaronder het ontwikkelen van een nieuw bancair systeem, de ‘B of joy’ geheten, ofwel ‘de Blije Bij (DBB)’. Aanvankelijk stond de ‘B’ in ‘B of joy’ voor ‘Bank’, maar op verzoek van De Nederlandsche Bank is die naam gewijzigd, aangezien DBB (nog) niet over een bankvergunning beschikt. Doel van het oprichten van DBB is om een ‘fairtrade pro-life volreserve spaar- en investeringsbank op te richten, waarbij, naast financieel rendement, rendement op ecologisch, emotioneel en sociaal gebied wordt nagestreefd. 2.3. UPF verkoopt ten behoeve van het project B of joy zogeheten eeuwigdurende ledencertificaten (ELC’s). Een ELC kan worden aangeschaft voor een bedrag van € 100,-. 2.4. [gedaagde] is in april 2017 aan het werk gegaan bij UPF, aanvankelijk als vrijwilligster. Zij heeft op 12 april 2017 een vertrouwelijkheidsverklaring ondertekend, met onder meer de volgende inhoud: In punt g van deze verklaring staat: “Alle geschillen die in verband met deze overeenkomst ontstaan, geschillen over het bestaan en de geldigheid daarvan daaronder begrepen, zullen bij uitsluiting worden berecht door een bevoegde rechter te Amsterdam. Deze verklaring wordt uitsluitend beheerst door Nederlands recht.” 2.5. In de loop van 2017 is UPF [gedaagde] voor haar werkzaamheden gaan betalen, op basis van door [gedaagde] ingediende facturen. 2.6. Op 25 juni 2018 heeft [gedaagde] een e-mail verzonden aan [naam 1] , waarin onder meer het volgende staat: “Ik heb een missie, een hoger doel, ik ben geen volger, nooit geweest Ik wil me blijven verbinden met B of Joy omdat het ook mijn missie (in bewustzijn) is, maar niet meer als vrijwilliger. Dus daar gaan we wat aan doen! (…) Ik heb een veld van 4500 m2, het bewustzijnsveld (naast onze eigen tuin van ook 4000m2 op een prachtige plek aan de dijk (…). Gisteren viel bij mij het kwartje. (…) UPF / B of Joy head office, bewustwording- en informatiecentrum. Dat zou fantastisch zijn.” 2.7. Bij e-mail van 1 september 2018 aan het bestuur heeft [gedaagde] meegedeeld afscheid van UPF/B of joy te willen nemen. Als redenen daarvoor heeft zij in deze e-mail onder meer genoemd: - gebrek aan transparantie en openheid non-transparency van de financiën is volledig strijdig met de waarden van UPF op website; - management kwaliteiten van [naam 1] , vzr.) verhindert opstart van UPF/BofJoy/geen enkele voortgang. Stewardship en founder van UPF/BofJoy zou niet dezelfde persoon moeten/kunnen zijn; - UPF-B of Joy zal nooit van de grond komen zonder budget en als vrijwilligersbedrijf. Eerst moet er budget zijn, betaal personeel en geregistreerde organisatie. - teamleden gedesillusioneerd, gefrustreerd en gedemotiveerd, doelloos ronddobberen, verkeerd ingezet / aangestuurd veel verloop. 2.8. In een mail van 2 september 2018 heeft [naam vrijwilligster van UPF] , vrijwilligster van UPF, haar betrokkenheid bij UPF beëindigd, in soortgelijke bewoordingen als [gedaagde] in de onder 2.7 genoemde e-mail van de dag ervoor. 2.9. Begin september 2018 heeft nog verdere correspondentie plaatsgevonden tussen [naam 1] en [gedaagde] . Bij e-mail van 4 september 2018 heeft [naam 1] haar verzocht om alle data die op haar PC stonden aan het bestuur over te dragen en verder alle gegevens te vernietigen, met verwijzing naar de vertrouwelijkheidsverklaring. 2.10. Op 5 september 2018 heeft [naam 2] , geboren [geboortedatum] 1950, aangifte gedaan van beleggingsfraude. In de aangifte is vermeld dat zij € 1.000,- heeft ingelegd bij UPF en deze niet kon terugkrijgen en dat zij in deze zaak wordt bijgestaan door [naam 3] . 2.11. In een verslag van 18 september 2018 heeft [naam vrijwilliger van UPF] , vrijwilliger bij UPF, die zich bezighoudt met marketing en communicatie, beschreven hoe hij is benaderd door [gedaagde] , met de mededeling dat zij en anderen van mening waren dat [naam 1] wegens incompetentie zou moeten terugtreden als voorzitter. Dit verslag bevat de volgende passage: “Ze wilden dat [naam 1] afstand zou doen van [functie] . Wie wat dan zou overnemen is nooit gecommuniceerd. Hun manier van naar buiten treden zou het vertrouwen in de UPF manifestatie erg schaden (ook in mail aangegeven). De focus was heel erg op [naam 1] als persoon. Ook dat heb ik aangegeven in de mail, als dat zo zou zijn, waarom wilden ze dan door naar buiten treden en een bom onder de gehele UPF leggen?” 2.12. Bij e-mail van haar (toenmalige) raadsman van 19 september 2018 heeft [gedaagde] aan UPF meegedeeld dat zij alle gegevens had gewist en heeft overgedragen, maar dat zij niet bereid is een lijstje te verstrekken van de personen aan wie zij haar afscheidsmail had verstuurd, omdat zij daarvoor geen grond aanwezig achtte. Verder staat in deze e-mail dat [gedaagde] betwist dat zij de vertrouwelijkheidsverklaring heeft geschonden en ook dat zij informatie zou hebben aangewend voor persoonlijk gewin. I.v.m. privacyregels is de e-mail verwijderd. 3Het geschil 3.1. UPF vordert, samengevat, [gedaagde] , op straffe van verbeurte van dwangsommen: 1. te veroordelen om haar verplichtingen uit de vertrouwelijkheidsverklaring van 12 april 2017 na te komen, te weten haar verplichting tot geheimhouding van gegevens en een verbod om deze te gebruiken; 2. te verbieden om direct of indirect ELC-houders te benaderen; 3. met onmiddellijke ingang te verbieden om op welke wijze dan ook, persoonlijk of door middel van tussenkomst van een derde, zich op onjuiste en/of negatieve wijze uit te laten over UPF en de door UPF ondernomen projecten, in het bijzonder de uitlatingen die de strekking hebben: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.