RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/665685-16 (Promis) 13Malone Datum uitspraak: 12 november 2018 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] , [woonplaats] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 8, 9, 11, 15 en 29 oktober 2018. De zaken in het onderzoek 13Malone richten zich tegen zeven verdachten, waarvan drie meerderjarige verdachten, te weten [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en vier (destijds) minderjarige verdachten, te weten [medeverdachte 4] , [medeverdachte 5] , [verdachte] en [medeverdachte 6] . De zaken zijn deels gelijktijdig met elkaar en deels afzonderlijk van elkaar behandeld. De bespreking van de ten laste gelegde feiten, de vorderingen van de benadeelde partijen en het requisitoir heeft gezamenlijk plaatsgevonden. De bespreking van de persoonlijke omstandigheden van alle verdachten alsmede de pleidooien hebben telkens afzonderlijk van elkaar plaatsgevonden op diverse zittingsdagen. Daarbij heeft de behandeling van de zaken tegen de minderjarigen achter gesloten deuren plaatsgevonden. De zaken tegen de zeven verdachten zijn vervolgens allen op 29 oktober 2018 gesloten. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. F. Heus en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L. Tricoli, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan medeplichtigheid aan medeplegen van afdreiging/afpersing van één aangever in de periode van 1 september 2016 tot en met 15 oktober 2016; medeplegen van (gewoonte)witwassen in de periode 12 september 2016 tot en met 15 december 2016 van € 12.329,--. De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. 3Voorvragen De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging. 4Waardering van het bewijs 4.1 Inleiding Op 23 september 2016 neemt de politie een aangifte op van de heer [naam 1] wonende te [woonplaats] . Hij verklaart via WhatsApp en telefonisch te zijn gechanteerd door een persoon nadat hij gereageerd zou hebben op een seksadvertentie via de internetsite speurders.nl. [naam 1] moest 200 euro betalen of anders zou de persoon aangever en zijn met naam genoemde dochter wat aandoen. Deze persoon maakte gebruik van het telefoonnummer [nummer ] . Na een zoekslag door de politie in de politiesystemen blijkt dat de heer [naam 2] wonende te [woonplaats] op 22 september 2016 bij de politie melding heeft gedaan van een vergelijkbare ervaring. Ook hij heeft gereageerd op een seksadvertentie, via de site seksjobs.nl of kinky.nl, en werd vervolgens door een persoon per SMS gedwongen geld over te maken, anders zou die persoon het leven van [naam 2] ruïneren. Ook in dit geval werd gebruik gemaakt van het telefoonnummer [nummer ] . Blijkens de aangifte van [naam 2] zijn ook in de door hem ontvangen SMS berichten namen van zijn familieleden genoemd om de chantage kracht bij te zetten. Die namen waren op dat moment allemaal op zijn Facebook account te vinden. Uit onderzoek bij de exploitant van de site Kinky.nl, Midhold BV, blijkt dat telefoonnummer [nummer ] gekoppeld is aan een advertentie (nummer [nummer ] met gebruikersnaam [gebruikersnaam] ) die weer is gekoppeld aan e-mailadres [e-mailadres] . Deze advertentie is op 11 augustus 2016 om 13.44 uur aangemaakt vanuit IP-adres [IP adres] en op die advertentie is vanaf 11 augustus 2016 om 16.19 uur regelmatig ingelogd vanuit IP-adres [IP adres] en IP-adres [IP adres] . Ook is deze advertentie meerdere keren ‘gepusht’, wat inhoudt dat deze beter zichtbaar is gemaakt. Bij dit ‘pushen’ is gebruik gemaakt van telefoonnummer [nummer ] . Naast de twee voornoemde telefoonnummers zijn ook de nummers [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] gekoppeld geweest aan deze advertentie. Volgens Midhold BV is IP-adres [IP adres] gelinkt aan Delft. Het bedrijf heeft klachten gehad van klanten dat er geld werd afgegeven aan Marokkanen. Daarom zijn er advertenties offline gezet. Vanuit het IP-adres [IP adres] zijn nog zes advertenties aangemaakt die zijn afgekeurd en offline gezet. Ook IP-adres [IP adres] linkt naar Delft. Vanuit dat adres zijn 22 advertenties aangemaakt, afgekeurd en offline gezet. De politie doet op 7 oktober 2016 wederom onderzoek in de politiesystemen. Er wordt gezocht op soortgelijke meldingen en registraties. Daarbij komen 19 registraties naar voren waarin bepaalde mobiele telefoonnummers en bankrekeningnummers in verschillende combinaties voorkomen. Het gaat om de telefoonnummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] en [nummer ] en de bankrekeningnummers [rekeningnummer] , [rekeningnummer] , [rekeningnummer] en [rekeningnummer] . 9 van deze registraties leiden tot aangiftes en 8 daarvan tot de onderhavige zaaksdossiers. Naast [naam 1] en [naam 2] , doen ook [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 8] en [naam 9] aangifte van een vergelijkbare afdreiging/afpersing. Daarbij komen naast voornoemde bankrekeningnummers ook de nummers [rekeningnummer] en [rekeningnummer] voor. [rekeningnummer] staat op naam van [medeverdachte 1] wonende [adres 2] te [woonplaats] . Op deze rekening worden vele verdachte transacties aangetroffen tot een totaalbedrag van € 5.947,-. [rekeningnummer] staat op naam van [medeverdachte 4] wonende [adres 3] te [woonplaats] . Op deze rekening worden vele verdachte transacties aangetroffen tot een totaalbedrag van € 18.660,52. [rekeningnummer] staat op naam van [medeverdachte 3] wonende [adres 4] te [woonplaats] . Op deze rekening worden vele verdachte transacties aangetroffen tot een totaalbedrag van € 9.110,-. [rekeningnummer] staat op naam van [medeverdachte 6] wonende [adres 5] te [woonplaats] . Op deze rekening worden vele verdachte transacties aangetroffen tot een totaalbedrag van € 9.090,-. [rekeningnummer] staat op naam van [medeverdachte 2] wonende [adres 6] te [woonplaats] . Op deze rekening worden vijf verdachte transacties aangetroffen tot een totaalbedrag van € 1.025,-. [rekeningnummer] staat op naam van [verdachte] wonende [adres 7] te [woonplaats] . Op deze rekening worden vele verdachte transacties aangetroffen tot een totaalbedrag van € 12.319,-. Op de bankrekening komen verdachte betalingen voor. Dit zijn betalingen waarbij de betaler geen bekende relatie heeft met de houder van de bankrekening. Verder is hierbij relevant de frequentie van de bijschrijvingen op de betreffende rekening en de omschrijving die daarbij staat vermeld. De bijschrijvingen bestaan doorgaans uit ronde bedragen, variërend tussen de € 50,- en € 750,-, en zijn in bepaalde gevallen afkomstig van de hierboven genoemde aangevers. Een zeer groot deel van de bedragen is vrijwel direct na de overmaking contant opgenomen. Uit nieuwe informatie van Midhold B.V. en Tease Media B.V., exploitant van de website sexjobs.nl, blijkt vervolgens dat de telefoonnummers [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , [nummer ] , de gebruikersaccounts [e-mailadres] , [e-mailadres] , [e-mailadres] , [e-mailadres] , [e-mailadres] en de twee eerder genoemde IP-adressen in verschillende combinaties zijn gekoppeld aan seksadvertenties. Het IP-adres [IP adres] staat op naam van [naam 10] [adres 2] te [woonplaats] , het woonadres van verdachte [medeverdachte 1] . Het IP-adres [IP adres] staat op naam van [naam 11] , [adres 8] , [woonplaats] , het woonadres van verdachte [medeverdachte 5] . Bij huiszoekingen zijn onder [medeverdachte 1] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 5] mobiele telefoons in beslag genomen. Op de telefoons die onder [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 6] in beslag zijn genomen zijn een groot aantal voor verdachten belastende berichten, seksadvertenties, screenshots van bankoverschrijvingen en (naakt)foto’s aangetroffen. Op de telefoon van [medeverdachte 4] zijn daarnaast screenshots aangetroffen van diverse profielen en de contactenlijsten van deze profielen afkomstig van Facebook. Verder is gebleken dat meerdere van bovengenoemde telefoonnummers gebruikt zijn in de telefoons van [medeverdachte 5] en [medeverdachte 1] . Op de telefoon van [medeverdachte 1] zijn onder andere de gebruikersaccounts [e-mailadres] voor de website www.kinky.nl en [e-mailadres] voor de website www.sexjobs.nl aangetroffen. Gebleken is dat een aantal van de in beslag genomen telefoons niet uitgelezen kon worden en dat van een telefoon vermoedelijk de gegevens zijn gewist door de telefoon terug te zetten in de fabrieksinstellingen. Ook zijn er vele onverklaarbare geldtransacties en blijkt dat de aard van de zaken maakt dat er een lage aangifte bereidheid is bij slachtoffers. De verdachten hebben grotendeels een beroep gedaan op hun zwijgrecht. De rechtbank realiseert zich dat het dossier zeer waarschijnlijk niet een volledig beeld geeft van de omvang van deze zaak. Wat de rechtbank wel kan vaststellen is dat deze zeven verdachten een rol spelen in bovenstaand feitencomplex. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of deze verdachten strafrechtelijk betrokken zijn bij het afdreigen/afpersen van de aangevers, de pogingen daartoe en welke rol zij daarbij hadden en of er sprake was van onderlinge samenwerking. Verder is de vraag of er sprake is van het al of niet medeplegen van (gewoonte)witwassen van de geldbedragen die op de bankrekeningen stonden. 4.2 Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich – kort gezegd – op het standpunt gesteld dat het onder 1 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Verdachte dient daarvan te worden vrijgesproken. Wel kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde medeplegen van gewoontewitwassen van € 12.319. 4.3 Standpunt van de verdediging De raadsman heeft zich – met de officier van justitie – op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de onder 1 ten laste gelegde medeplichtigheid aan afdreiging. Ook dient verdachte te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde (gewoonte)witwassen. Verdachte wist niet dat de bedragen uit misdrijven afkomstig waren en had dus geen opzet op het witwassen. Het enkele voorhanden hebben van het geld op zijn bankrekening is overigens onvoldoende om van witwashandelingen te spreken. Hij heeft zijn rekening beschikbaar gesteld voor een vriend die handelde op marktplaats en heeft dat geld steeds opgenomen en aan die vriend gegeven. Hij wil deze vriend niet in de problemen brengen. Deze vriend is niet een van de medeverdachten en verdachte is ook niet te linken aan die medeverdachten. 4.4 Oordeel van de rechtbank De rechtbank acht met de officier van justitie en de raadsman niet bewezen wat onder 1 ten laste is gelegd. Het dossier bevat onvoldoende aanknopingspunten om tot de conclusie te kunnen komen dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de afdreiging van de aangever [naam 5] . Het enkele feit dat [naam 5] geld op de bankrekening van verdachte heeft gestort, is daarvoor onvoldoende. Verdachte zal dan ook van dat feit worden vrijgesproken. Ter beoordeling van de bewezenverklaring van het onder 2 ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van het in de delictsomschrijving van art. 420bis, eerste lid, Sr opgenomen bestanddeel "afkomstig uit enig misdrijf", niet is vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het desbetreffende voorwerp afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Wel is voor een veroordeling ter zake van dit wetsartikel vereist dat vaststaat dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen een voorwerp en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat een voorwerp "uit enig misdrijf" afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Als uit het door het openbaar ministerie aangedragen bewijs feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid die van dien aard zijn dat zonder meer sprake is van een vermoeden van witwassen, mag van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het voorwerp. Indien de verdachte een concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven over de herkomst van het voorwerp, dan ligt het vervolgens op de weg van het openbaar ministerie om nader onderzoek te doen naar de, uit de verklaringen van de verdachte blijkende, alternatieve herkomst van het voorwerp. Uit de resultaten van een dergelijk onderzoek zal moeten blijken dat met voldoende mate van zekerheid kan worden uitgesloten dat het voorwerp waarop de verdenking betrekking heeft, een legale herkomst heeft en dat dus een criminele herkomst als enige aanvaardbare verklaring kan gelden. De rechtbank leidt uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting af dat in de periode van 11 september 2016 tot en met 12 december 2016 een grote hoeveelheid transacties plaatsvindt op de bankrekening van verdachte met een totaalbedrag van € 12.319. Het gaat telkens om ronde bedragen, variërend tussen de € 20,- en € 750,-, afkomstig van verschillende personen, soms meerdere keren van dezelfde persoon en vaak meerdere keren per dag, onder omschrijvingen als ‘gift’, ‘xxx’, ‘kusje op je navel’. Twee van deze overmakingen van € 200 en € 750 zijn afkomstig van aangever [naam 5] . Verdachte neemt de bedragen kort na de bijschrijving steeds grotendeels ook weer contant op via pinopnames bij geldautomaten en via bijpinnen in supermarkten. Op grond daarvan acht de rechtbank het vermoeden gerechtvaardigd dat het voorwerp in de tenlastelegging uit enig misdrijf afkomstig is, wat betekent dat van de verdachte mag worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van dat voorwerp. Verdachte heeft zich eerst beroepen op zijn zwijgrecht. Bij de rechter-commissaris, later bij de politie en ook ter zitting heeft verdachte verklaard dat hij geld liet storten op zijn bankrekening voor een vriend die handelde via Marktplaats. Steeds liet deze vriend weten dat er geld gestort was, controleerde verdachte het saldo en pinde hij dezelfde avond of de volgende dag het bedrag. Verdachte wil echter niet zeggen wie deze vriend is. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring die de verdachte heeft gegeven niet kan worden aangemerkt als een verklaring, die concreet, min of meer verifieerbaar en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijk is. Het aldus door de verdachte geboden tegenwicht tegen de verdenking van witwassen geeft onvoldoende aanleiding tot een nader onderzoek door het openbaar ministerie. Er is geen andere conclusie mogelijk dan dat het ten laste gelegde voorwerp onmiddellijk of middellijk uit enig misdrijf afkomstig is. Verdachte heeft door zijn handelen de aanmerkelijke kans aanvaard dat het om crimineel geld ging dat via zijn bankrekening in contant geld is omgezet door het te pinnen dan wel uit te geven. Door de grote hoeveelheid van transacties en opnames in de ten laste gelegde periode acht de rechtbank het gewoontewitwassen wettig en overtuigen bewezen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat verdachte het gewoontewitwassen samen met anderen heeft medegepleegd. De kwalificatie medeplegen is slechts dan gerechtvaardigd als de bewezenverklaarde - intellectuele en/of materiële - bijdrage aan het delict van de verdachte van voldoende gewicht is. Voor de bewezenverklaring van medeplegen is niet vereist dat het gewicht van de bijdrage van de verdachte gelijkwaardig is aan dat van zijn mededader(s). (Vgl. HR 12 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:893). Het ter beschikking stellen van zijn bankrekening aan anderen, die zich bezig hielden met strafbare feiten, het in contact blijven met die verdachten en het veelvuldig contant opnemen van het geld vrijwel direct nadat het gestort is en het overhandigen aan die verdachten, acht de rechtbank van zodanig gewicht bij het witwassen, dat sprake is van een wezenlijke bijdrage van verdachte daaraan. 5Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde: in de periode van 12 september 2016 tot en met 15 december 2016 te Nederland tezamen en in vereniging met anderen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers hebben hij en zijn mededader(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.