RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 18/3468 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , in België, eiser (hierna te noemen: [eiser] ), en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder (hierna te noemen: de heffingsambtenaar). Procesverloop De rechtbank heeft op 16 mei 2018 een beroepschrift van [eiser] ontvangen dat is gericht tegen – volgens opgave van [eiser] – de uitspraak op bezwaar met nummer 81392888 (de bestreden uitspraak). Overwegingen
- De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
- In de wet staat dat in een beroepschrift aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Het beroepschrift moet onder andere het adres van de indiener van het beroep bevatten en het beroepschrift moet zijn ondertekend. Als dat niet gebeurt kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De indiener moet wel eerst de gelegenheid krijgen om de ontbrekende gegevens op te sturen.
- [eiser] heeft geen adres in het beroepschrift vermeld. Het beroepschrift is ook niet door [eiser] ondertekend.
- De griffier heeft niet geprobeerd het adres van [eiser] in de Basisregistratie Persoonsgegevens (Brp) op te zoeken. De reden hiervan is dat [eiser] , volgens de poststempel op de envelop waarin het beroepschrift is verstuurd, kennelijk niet in Nederland woont. Het beroepschrift is vanuit België verstuurd. Het adres van [eiser] kon ook niet worden gevonden via internet (zoekmachines Google en Bing).
- De griffier heeft van de heffingsambtenaar een e-mailadres van [eiser] ontvangen. De heffingsambtenaar heeft via dat e-mailadres met [eiser] gecommuniceerd. De griffier heeft [eiser] op 16 juli 2018 per e-mail in de gelegenheid gesteld adresgegevens op te sturen. [eiser] heeft op 16 juli 2018 per e-mail gereageerd. [eiser] heeft geen adresgegevens vermeld.
- De griffier heeft op 5 oktober 2018 [eiser] nogmaals per e-mail gevraagd om adresgegevens op te geven. [eiser] heeft niet op dat verzoek gereageerd.
- Het is de verantwoordelijkheid van [eiser] om de rechtbank te laten weten wat zijn adres is. Een e-mailadres is niet hetzelfde als adresgegevens zoals dat in de wet (artikel 6:5 van de Awb) wordt bedoeld. Omdat [eiser] geen adresgegevens in het beroepschrift heeft vermeld, voldoet het beroepschrift niet aan de voorwaarden uit de wet. [eiser] heeft dit verzuim niet hersteld.
- Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
- Er is bij deze uitkomst van het geding geen reden voor een veroordeling in de proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 29 november 2018 door mr. G.W.J. Harten, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier, en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats. Coll: M.P.O. D: B artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) artikel 6:5 van de Awb artikel 8:24, eerste lid, van de Awb artikel 6:6 van de Awb