← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2018:8570

RECHTBANK AMSTERDAM, INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751287-18 RK-nummer: 18/2248 Datum uitspraak: 14 september 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering, die dateert van 30 maart 2018 en is aangevuld op 23 mei 2018, betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel. Dit Europees aanhoudingsbevel (EAB) is uitgevaardigd op 30 maart 2018 door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Somalië) op [geboortedag] 1998, ingeschreven in de Basisregistratie personen op het [adres] ,thans gedetineerd in de [detentieplaats] , hierna te noemen “de opgeëiste persoon”. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 juni

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. D.E. Wiersum, advocaat te Haarlem. De rechtbank heeft op 21 juni 2018 de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. Bij tussenuitspraak van 5 juli 2018 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en voor onbepaalde tijd geschorst in verband met de recente ontwikkelingen in België met betrekking tot de detentieomstandigheden aldaar. Het onderzoek is hervat op de openbare zitting van 14 september
  2. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon heeft zich wederom doen bijstaan door zijn raadsman, mr. D.E. Wiersum. De raadsman heeft zich ter zitting gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een Aanhoudingsmandaat bij verstek van 30 maart 2018, uitgevaardigd door de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, met kenmerk: 2018/
  3. De overlevering wordt verzocht voor een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van België strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. Het EAB houdt verder een verzoek in om inbeslagname en afgifte van de voorwerpen die zijn aangetroffen in het bezit van de opgeëiste persoon. 4Tussenuitspraak 5 juli 2018 De rechtbank verwijst naar haar overwegingen in de tussenuitspraak van 5 juli 2018 ten aanzien van: de strafbaarheid van de feiten; de garantie als bedoeld in artikel 6 OLW en de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 13 OLW. Die overwegingen dienen als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. 5Detentieomstandigheden in België Met betrekking tot de detentieomstandigheden verwijst de rechtbank naar haar eerdere uitspraak van 14 augustus 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:
  4. In die uitspraak is geoordeeld dat er geen sprake was van stakingen en dat de kans daarop ook niet meer reëel was, waardoor er geen sprake was van een toestand die strijdig is met artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Naar het oordeel van de rechtbank is die situatie nog steeds aan de orde. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. Daaruit volgt dat de afgifte van de in beslag genomen voorwerpen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit kan worden bevolen. Dit betreffen een Ford Focus, een Apple Iphone 4, een Samsung S5 mini en een Samsung J
  5. 7Toepasselijke wetsartikelen Artikel 312 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6, 7, 49 en 50 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van Eerste Aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout ten behoeve van het in België tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. BEVEELT de afgifte aan de uitvaardigende justitiële autoriteit van: Personenauto Ford Focus kenteken [nummer] (Goednummer PL1700-2018093955-5535706) Telefoon Zwart Apple Iphone 4 (Goednummer PL 1700-2018093955-5579727) Telefoon Zwart Samsung S5 mini (Goednummer PL1700-2018093955-5579729) Telefoon Zwart Samsung J7 (goednummer PL1700-2018093955-5579730) Aldus gedaan door mr. A.K. Glerum, voorzitter, mrs. M.C.P. de Ridder en I. Verstraeten-Jochemsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 september
  6. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.