RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13.751388-16 RK nummer: 16/3579 Datum uitspraak: 21 december 2018 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 mei 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 23 maart 2016 door the Prosecutor’s Office at the Appeal Court of Piraeus (Griekenland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Sovjet-Unie) op [geboortedag] 1982, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 juli 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich laten bijstaan door haar raadsman, mr. B.A.C. van Tuinen, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Armeense taal. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde aan de uitvaardigende justitiële autoriteit vragen te doen stellen. Met toestemming van de officier van justitie mr. R. Vorrink en de opgeëiste persoon heeft de rechtbank op de openbare zitting van 11 augustus 2016 het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing. De opgeëiste persoon heeft zich laten bijstaan door mr. B.A.C. van Tuinen, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Armeense taal. De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de vertaling af te wachten van de antwoorden van de Griekse autoriteiten op de door de rechtbank gestelde vragen. Met toestemming van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek en de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. B.A.C. van Tuinen, heeft de rechtbank op de openbare zitting van 11 oktober 2016 het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van de schorsing op 11 augustus 2016. De opgeëiste persoon is toen niet verschenen. Op de zitting van 11 oktober 2016 heeft de rechtbank de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd en de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijnen uitspraak te doen. Bij tussenuitspraak van 16 oktober 2016 heeft de rechtbank de overlevering met betrekking tot de executie geweigerd en het onderzoek ten aanzien van de vervolging heropend en geschorst voor onbepaalde tijd, teneinde de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen bewijsstukken over te leggen waaruit blijkt dat zij de bij vonnis van 18 november 2013 opgelegde vrijheidsstraf van twee jaren heeft afgekocht, dan wel heeft uitgezeten. Op de openbare zitting van 10 augustus 2017 heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond op het moment van schorsing op 16 oktober 2016. De opgeëiste persoon is niet bij deze zitting verschenen. Wel was aanwezig de raadsman van de opgeëiste persoon, mr. B.A.C. van Tuinen. De rechtbank heeft de oproeping voor de zitting nietig verklaard. De rechtbank heeft op 11 december 2018 het onderzoek hervat. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is niet verschenen. Haar raadsman, mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam, heeft meegedeeld door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk te zijn gemachtigd haar ter zitting te verdedigen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia kloppen en dat de opgeëiste persoon de Armeense nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB Ten aanzien van executie In het EAB wordt melding gemaakt van een Judgment of the First One-Member Misdemeanours Court of Piraeus van 18 november 2013 met zaaknummer AM 10191/18-11-2013 De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.