← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:10054

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751810-19 RK nummer: 19/6153 Datum uitspraak: 12 december 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 23 oktober 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 23 augustus 2019 door het Amtsgericht Nürnberg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , [woonplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 december 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.M. van Dam, advocaat te Utrecht. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van het Amtsgericht Nürnberg van 23 augustus 2019 met dossiernummer 58 Gs 8435/19. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Duits recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten: Georganiseerde of gewapende diefstal. Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5Onschuldverweer De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. Zijn raadsman heeft aangevoerd dat de betrokkenheid van de opgeëiste persoon bij de feiten slechts is gebaseerd op het feit dat de vluchtauto steeds door de opgeëiste persoon met de creditcard van zijn zwager zou zijn gehuurd. Om de onschuld van de opgeëiste persoon te bewijzen heeft de raadsman stukken overgelegd waaruit zou blijken dat de opgeëiste persoon op de dag van de feiten voor zijn baas in Nederland aan het werk was en zich derhalve niet in Duitsland bevond. De opgeëiste persoon heeft de feiten daarom niet kunnen begaan. De rechtbank is, met de officier van justitie, van oordeel dat de onschuld van de opgeëiste persoon niet aanstonds is aangetoond. De rechtbank kan namelijk niet vaststellen dat de opgeëiste persoon de feiten onmogelijk kan hebben gepleegd. Deze onschuldbewering moet in de Duitse procedure aan de orde worden gesteld. De ter zitting gevoerde onschuldbewering kan dan ook niet leiden tot weigering van de overlevering. Het verweer wordt verworpen. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. Der Leitende Oberstaatsanwalt in Nürnberg-Fürth heeft op 23 oktober 2019 de volgende garantie gegeven: Zover de vervolgde na zijn rechtsgeldige veroordeling door een Duitse rechtbank aan zijn retouroverdracht ter strafexecutie naar Nederland heeft ingestemd, wordt beloofd dat hij de straf daar kan uitzitten. Bij schrijven van 29 november 2019 is die garantie als volgt bevestigd: Indien de vervolgde na zijn rechtsgeldige veroordeling door een Duitse rechtbank instemt met zijn terugoverdracht voor de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland wordt toegezegd dat: 1. hij de straf daar kan uitzitten Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hiervoor vermelde garanties voldoende. Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. Aan deze voorwaarde is voldaan. De feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd. diefstal door twee of meer verenigende personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd. 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 157 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan Amtsgericht Nürnberg (Duitsland). Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. J.A.A.G. de Vries en R. Godthelp, rechters, in tegenwoordigheid van S.P.F. Sneeboer, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 12 december 2019. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.