vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/640787 / HA ZA 17-1385 Aanvullend vonnis van 14 augustus 2019 in de zaak van de stichting CLAIMSTICHTING MESTPARTNERS, gevestigd te ‘s-Gravenhage , eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het ontvankelijkheidsincident, advocaat mr. J.G. Molenaar te Utrecht, tegen 1 [gedaagde 1 en 2] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Mestpartners Beheer B.V., kantoorhoudende te Utrecht , advocaat mr. G.K.L. de Wijkerslooth te Utrecht,
- [gedaagde 1 en 2] in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Sustainable Growth Capital B.V., kantoorhoudende te Utrecht , advocaat mr. G.K.L. de Wijkerslooth te Utrecht,
- [gedaagde 3], wonende te [woonplaats 1] , advocaat mr. R.A. Rila te Utrecht,
- de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [gedaagde 4] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , advocaat mr. R.A. Rila te Utrecht,
- de stichting STICHTING MESTPARTNERS TRUST, gevestigd te Rotterdam , advocaat mr. L.L.M. Prinsen te Breda,
- [gedaagde 6], wonende te [woonplaats 2] , advocaat mr. L.L.M. Prinsen te Breda,
- [gedaagde 7], wonende te [woonplaats 3] , advocaat mr. L.L.M. Prinsen te Breda, gedaagden,
- [gedaagde 8], wonende te [woonplaats 4] , advocaat mr. J.Ch. van der Tak te Bergen op Zoom, gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het ontvankelijkheidsincident,
- [gedaagde 9], wonende te [woonplaats 5] , advocaat mr. J.Ch. van der Tak te Bergen op Zoom, gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het ontvankelijkheidsincident. De genoemde partijen zullen hierna (ook) worden aangeduid als:Claimstichting Mestpartners , curator van MPB , curator van SGC (de laatste twee gezamenlijk: de curator), [gedaagde 3] , [gedaagde 4] (de vorige twee gezamenlijk: [gedaagden 3 & 4] ), SMT , [gedaagde 6] en [gedaagde 7] (de laatste drie gezamenlijk: SMT c.s. ), [gedaagde 8] en [gedaagde 9] . 1Het verzoek tot aanvulling 1.
- Bij brief van 4 juli 2019 heeft mr. Rila namens [gedaagden 3 & 4] de rechtbank verzocht om aanvulling van het op 3 juli 2019 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de rechtbank alsnog beslist op de verzochte veroordeling van Claimstichting Mestpartners in de kosten van het geding. 1.
- De rechtbank heeft Claimstichting Mestpartners in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Claimstichting Mestpartners heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2De beoordeling 2.
- De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 3 juli 2019 is verzuimd te beslissen op de door [gedaagden 3 & 4] verzochte kostenveroordeling. Nu de vordering van Claimstichting Mestpartners jegens [gedaagden 3 & 4] is afgewezen is er grond voor veroordeling van Claimstichting Mestpartners in de kosten van het geding, aan de kant van [gedaagden 3 & 4] te begroten op € 618,- aan griffierecht en € 1.086,- aan salaris advocaat (2 punten tarief II á € 543,-), in totaal € 1.704,-. De nakosten worden begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als hierna in de beslissing is vermeld. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt. 2.
- Ten overvloede merkt de rechtbank op dat in het vonnis ook de vordering jegens [gedaagde 9] is afgewezen en dat is verzuimd te beslissen op de ten behoeve van [gedaagde 9] gevraagde kostenveroordeling. Artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering biedt echter geen mogelijkheid het vonnis ambtshalve aan te vullen, dit kan alleen als daarom wordt verzocht. 3De beslissing De rechtbank 3.
- bepaalt dat na nr. 5.12 van het op 3 juli 2019 tussen Claimstichting Mestpartners en de gedaagden gewezen vonnis dient te worden toegevoegd: 5.13 veroordeelt Claimstichting Mestpartners in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagden 3 & 4] tot heden begroot € 1.704,-, te vermeerderen met nasalaris advocaat begroot op € 157,00, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Claimstichting Mestpartners niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en dat dit leidt tot hernummering van de onderdelen 5.13 en 5.14, zodat deze als volgt komen te luiden: 5.14 verklaart dit vonnis wat betreft 5.8 tot en met 5.13 uitvoerbaar bij voorraad, 5.15 wijst het meer of anders gevorderde af. 3.
- bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 14 augustus 2019 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 3 juli 2019, 3.
- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 3 juli 2019 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren. Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, mr. M.E.M. James-Pater en mr. P. Vrugt en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus
- type: RHCJ coll: