beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/217316-18 RK: 18/5550 + 18/5551 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van: [klager 1] , geboren op [geboortedag 1] 2006, en [klager 2] , geboren op [geboortedag 2] 2015, beiden woonplaats kiezend op het kantooradres van hun raadsman, mr. Y. Moszkowicz, Voorstraat 2, 3512 AM Utrecht, klagers. Procesgang Het klaagschrift is op 28 augustus 2018 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft op 19 november 2018 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 17 januari 2019 de raadsman van klagers, de wettelijk vertegenwoordiger en moeder van klagers [naam moeder] , de beslagene [naam beslagene] , en de officier van justitie mr. W.J. de Graaf, in openbare raadkamer gehoord. Inhoud van het klaagschrift Het klaagschrift strekt tot teruggave aan klagers van de op 24 april 2018 bij [naam beslagene] in beslag genomen Rolex Yacht-Master II. Het klaagschrift houdt samengevat het volgende in. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek dat tegen [naam beslagene] (de rechtbank leest hier en hierna: [naam beslagene] ) loopt, is op de voet van artikel 94 Sv de Rolex in beslag genomen. Klagers zijn echter eigenaar van de Rolex. [naam vader klagers] had dit horloge uitgeleend aan [naam beslagene] . De raadsman van klager heeft naar aanleiding van het standpunt van het Openbaar Ministerie en ter toelichting op het klaagschrift in raadkamer kort samengevat het volgende aangevoerd. [naam vader klagers] was de vader van klagers. [naam vader klagers] was verdachte in de zaak Andes waarin hij werd beschuldigd van deelneming aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Amsterdam heeft hem op 22 juni 2017 vrijgesproken. [naam vader klagers] was handelaar in exclusieve horloges. In het kader van de strafzaak tegen hem, is zijn hele handelsvoorraad in beslag genomen. Het hele proces heeft zes jaar geduurd. [naam vader klagers] is failliet gegaan. Hij heeft een regeling kunnen treffen met de Belastingdienst en zijn in beslag genomen horloges kunnen terugkopen. Op de lijst van in beslag genomen horloges staan twee horloges die ook goudkleurig zijn, net als het horloge dat bij [naam beslagene] in beslag genomen is. Een van die twee horloges moet het horloge zijn dat bij [naam beslagene] in beslag genomen is. [naam vader klagers] heeft in een van zijn laatste berichten aan zijn raadsman geappt dat het horloge dat bij [naam beslagene] in beslag genomen is van hem is en dat hij dat aan [naam 1] had geleend. [naam beslagene] heeft in raadkamer verklaard dat [naam 1] het horloge van [naam vader klagers] had gekregen. [naam vader klagers] was kortom de eigenaar van het horloge dat [naam beslagene] bij zich had en dat in beslag genomen is. Hij is recent komen te overlijden. Hij had geen testament. Zijn zoontjes, klagers, zijn zijn enige wettige erfgenamen en het horloge is nu dus hun eigendom. Het is een van de weinige tastbare herinneringen die zij van hun vader hebben. Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft – onder verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – verklaard zich te verzetten tegen teruggave van het in beslag genomen horloge aan klagers en heeft daartoe aangevoerd dat het belang van strafvordering zich daartegen verzet, omdat het Openbaar Ministerie in de strafzaak tegen [naam beslagene] , die wordt verdacht van witwassen van onder meer het dure horloge, zal vorderen dat het horloge wordt verbeurd verklaard en het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat die bijkomende straf aan [naam beslagene] zal worden opgelegd. De beoordeling Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken. Op 24 april 2018 zag de politie Amsterdam die met een proactieve controle was belast, een Ferrari California staan op de parkeerplaats [naam parkeerplaats] . De auto bleek op naam te staan van [naam bedrijf] , een bedrijf dat bij de politie bekend staat ter zake van criminele motorclubs en klanten met (zware) antecenten, waaronder witwassen en handel in opium. Voordat er een controle uitgevoerd kon worden, reed de auto weg. De auto werd later staande gehouden op de [locatie] te Den Haag. De bestuurder bleek [naam beslagene] te zijn die ter plekke werd gecontroleerd. Hij bleek in het bezit van € 12.560,=, waarvan € 10.000,= onder de zitting van de bijrijdersstoel lag, en een BQ Aquaris X Encrypted (smartphone). Het geld en de telefoon zijn in beslag genomen. Het horloge dat [naam beslagene] die dag om zijn pols droeg, een Rolex Yacht-Master II, Oyster met een nieuwwaarde van € 40.200.= is ook op de voet van artikel 94 Sv in beslag genomen. [naam beslagene] wordt verdacht van witwassen kort gezegd omdat er geen bankgegevens of bankrekeningen op zijn naam bekend zijn, er vanaf 2013 in het geheel geen inkomsten van hem bekend zijn en hij wel veel contant geld bij zich heeft en een duur horloge draagt terwijl hij daarvoor (tot op heden) geen concrete, verifieerbare en op voorhand niet een hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft. In het dossier wordt een aantal witwasindicatoren genoemd die op [naam beslagene] van toepassing zijn: het fysiek vervoeren van grote geldbedragen in contanten brengt een aanzienlijk veiligheidsrisico mee; het feit dat door [naam beslagene] veel contacten worden/werden onderhouden met personen met criminele antecedenten; de wijze waarop het geld werd vervoerd en/of aangeboden; en het voorhanden hebben van grote hoeveelheden contant geld, zonder noodzaak daartoe op grond van bedrijf op beroep. In het proces-verbaal van verhoor van [naam beslagene] heeft de politie het volgende opgemerkt: “Voor iemand die geen werk en/of uitkering heeft, had je tijdens de aanhouding een aanzienlijk geldbedrag bij je en je had een Rolex Yacht-Master 2 aan je arm zitten, een duur horloge.” Op de vraag van de politie wat zo’n horloge kost, heeft [naam beslagene] het volgende geantwoord: “Is niet van mij. Dit horloge is van [naam 1] uit ’s-Hertogenbosch. Dat is een vriend van mij. Die ken ik een paar jaar. Ik denk dat [naam 1] ongeveer 40 jaar oud is.” Op de vraag van de politie hoe [naam beslagene] in het bezit is gekomen van de Rolex, heeft hij geantwoord: “Die heeft hij bij mij thuis laten liggen en hij vroeg aan mij of ik die ook naar Spanje wilde meenemen want hij is nu in Spanje. [naam beslagene] heeft op de vraag hoe lang hij al in het bezit van het horloge was, het volgende geantwoord: “Ik denk een dag of 14. Ik had een klant voor dat horloge, maar deze koop ging niet door, daarom had ik het horloge. [naam 1] handelt in horloges.” Bevoegheid De rechtbank heeft ter zitting en daaraan voorafgaand aan de orde gesteld of zij wel bevoegd is het klaagschrift af te doen aangezien de auto waarin naar later zou blijken [naam beslagene] , de (verdachte) beslagene, zat, voor het eerst werd gezien op de parkeerplaats [naam parkeerplaats] , de inbeslagneming van het horloge in Den Haag heeft plaatsgevonden en op het moment van het indienen van het klaagschrift er nog geen vervolging van de zaak tegen [naam beslagene] voor de rechtbank Amsterdam plaatsvond en tot aan de zitting daar ook nog geen duidelijkheid over bestond. De raadsman heeft erop gewezen dat het Parket Amsterdam in zijn schriftelijke standpunt heeft opgemerkt dat ‘ [naam beslagene] op dit moment vervolgd wordt wegens witwassen.’ De officier van justitie heeft ter zitting meegedeeld dat in het systeem (GPS) bij de status van de [naam beslagene] staat: gedagvaard en dat op het uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende [naam beslagene] hetzelfde staat met als datum van beslissing 2 november 2018 en als instantie Parket OVJ Amsterdam (13-217316-18). Hoewel [naam beslagene] desgevraagd heeft meegedeeld dat hij nog geen dagvaarding heeft ontvangen, en het, gelet op het bepaalde in artikel 2 Sv de vraag is of de rechtbank Amsterdam bevoegd is kennis te nemen van de strafzaak (de enige connectie met Amsterdam is, naar het zich laat aanzien, de omstandigheid dat [naam beslagene] door de politie Amsterdam is aangehouden en dat hij in Amsterdam in verzekering is gesteld en is verhoord als verdachte), gaat de rechtbank, gelet op de mededeling van de officier van justitie betreffende de status van de zaak, ervan uit dat de zaak inmiddels wordt vervolgd voor de rechtbank Amsterdam en dat zij daarmee bevoegd is het klaagschrift af te doen. De inhoudelijke beoordeling De rechtbank stelt voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechtbank niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren strafzaak te treden. Daarvoor is in de beklagprocedure geen plaats, omdat ten tijde van een dergelijke procedure veelal het dossier zoals dat uiteindelijk aan de zittingsrechter in de strafzaak zal worden voorgelegd, nog niet compleet is en omdat voorkomen moet worden dat de beklagrechter vooruitloopt op het in die zaak te geven oordeel. Het beperkte karakter van de beklagprocedure komt tot uitdrukking in enkele van de aan te leggen toetsingsmaatstaven (Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654). Zoals hiervoor vermeld is op de voet van artikel 94 Sv bij [naam beslagene] beslag gelegd op de in het klaagschrift bedoelde Rolex die volgens de klagers aan hen in eigendom toebehoort en die zij terug willen. In het geval dat een ander dan de beslagene die stelt dat dat het in beslag genomen voorwerp aan hem in eigendom toebehoort, zich beklaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave aan hem, dient de rechtbank (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.