← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:2783

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel zaaknummer / rolnummer: C/13/659575 / KG ZA 18-1392 MDvH/TF Vonnis in kort geding van 11 april 2019 in de zaak van de stichting STICHTING CORDAAN, gevestigd te Amsterdam, eiseres bij dagvaarding van 3 januari 2019, advocaat mr. P.H. Vestiens te Doetinchem, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SLTN IT SERVICES B.V., gevestigd te Hilversum, gedaagde, advocaat mr. I. Grijpma te Leeuwarden. Partijen zullen hierna Cordaan en SLTN worden genoemd. 1De procedure 1.

  1. Ter zitting van 4 februari 2019 heeft Cordaan gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding, met dien verstande dat zij haar eis heeft gewijzigd overeenkomstig de aangehechte akte. SLTN heeft verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en een pleitnota in het geding gebracht. De zaak is vervolgens pro forma aangehouden tot 4 maart 2019 teneinde partijen in de gelegenheid te stellen onderling tot overeenstemming te komen. Bij e-mail van 28 februari 2019 heeft mr. Vestiens de voorzieningenrechter bericht dat partijen op 20 februari 2019 de aan de e-mail gehechte schriftelijke afspraken hebben gemaakt en verzocht de zaak aan te houden totdat de in deze zaak aan de orde zijnde retransitie is voltooid. De zaak is vervolgens pro forma aangehouden tot 18 maart 2019 nadat mr. Grijpma had bericht hiermee in te stemmen. 1.
  2. In een brief van 18 maart 2019 heeft een kantoorgenoot van mr. Grijpma de voorzieningenrechter verzocht Cordaan bij vonnis te veroordelen in de proceskosten. Bij e-mail van 22 maart 2018 heeft mr. Vestiens daartegen bezwaar gemaakt en verzocht om doorhaling van de zaak onder compensatie van de kosten. Cordaan stelt dat voor een proceskostenveroordeling geen plaats is omdat de retransitie nog niet is voltooid en zij genoodzaakt is geweest deze procedure te voeren voor het in gang zetten daarvan. 1.
  3. Op 22 maart 2018 is aan partijen telefonisch doorgegeven dat op 11 april 2019 een vonnis inzake de proceskosten zal worden gewezen. 1.
  4. Ter zitting van 4 februari 2019 waren, voor zover van belang, aanwezig: aan de zijde van Cordaan: [naam 1] , [naam 2] (directeur ICT) met mr. Vestiens en zijn kantoorgenoot mr. R. Grandia, aan de zijde van SLTN: [naam 3] (projectmanager), [naam 4] (directeur zorgsector), [naam 5] en [naam 6] (beiden van Pink Elephant) met mr. Grijpma. 2De beoordeling 2.
  5. Inzet in dit kort geding na de aanhouding en de getroffen schikking is nog de proceskostenveroordeling. 2.
  6. Nu de schikking tot stand is gekomen na de behandeling ter zitting, is de procedure niet nodeloos gevoerd. Door het bereiken van een schikking in dit geschil kan geen van partijen als de (grotendeels) in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. De proceskosten tussen hen zullen dan ook worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. 3De beslissing De voorzieningenrechter compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Dudok van Heel, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. G.H. Felix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 11 april
  7. type: GHF coll: MV

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.