← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:308

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 18.7267 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 januari 2019 in de zaak tussen [verzoeker] , te Amsterdam, verzoeker (gemachtigde: mr. B.B.A. Willering), en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, verweerder (gemachtigde: mr. M. Mulders). Partijen worden hierna [verzoeker] en de gemeente genoemd. Procesverloop Bij besluit van 28 november 2018 (het bestreden besluit) heeft de gemeente de aanvraag van [verzoeker] om bijstand op grond van de Participatiewet en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 afgewezen. [verzoeker] heeft hier bezwaar tegen gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd te bepalen dat hem een uitkering wordt verstrekt. Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari

  1. [verzoeker] is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De gemeente heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Overwegingen
  2. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
  3. [verzoeker] wil een cateringbedrijf starten voor de verkoop van roti en heeft de gemeente gevraagd om bijstand om zijn bedrijf op te starten en in zijn levensonderhoud te voorzien. De gemeente heeft de aanvraag afgewezen omdat het bedrijf van verzoeker niet levensvatbaar wordt geacht. Dat wil zeggen dat het inkomen uit het bedrijf van [verzoeker] na het verlenen van bijstand niet voldoende zal zijn om zijn bedrijf voort te zetten en in zijn levensonderhoud te voorzien. Deze conclusie heeft de gemeente gebaseerd op een advies van Motivity waarin staat dat de omzetprognoses van [verzoeker] voor de komende drie jaren bij lange na niet haalbaar zijn. Daarnaast heeft [verzoeker] schulden van meer dan € 100.000,- die moeten worden gesaneerd. [verzoeker] is van mening dat zijn bedrijf wel levensvatbaar is.
  4. Op grond van vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter mag de gemeente zijn besluit baseren op concrete adviezen van deskundige instanties als Motivity. Dit is alleen anders, als [verzoeker] aannemelijk maakt dat deze adviezen op onzorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, feitelijke onjuistheden bevatten of ondeugdelijk zijn gemotiveerd.
  5. De voorzieningenrechter stelt vast dat [verzoeker] weliswaar heeft betoogd dat de omzetcijfers veel hoger liggen dan waar Motivity in het advies van is uitgegaan, maar hij heeft dit niet met objectieve stukken onderbouwd. [verzoeker] heeft bijvoorbeeld geen toezeggingen van opdrachtgevers op papier of andere stukken waaruit duidelijk wordt dat de door hem naar voren gebrachte, veel hogere, omzetcijfers reëel zijn. De plannen van [verzoeker] om structureel roti te verkopen bij ziekenhuizen AMC en OLVG, zoals hij op de zitting heeft uitgelegd, zijn nog niet concreet uitgewerkt en ook daar zijn geen onderbouwende stukken van. De gemeente mocht daarom uitgaan van het advies van Motivity en het bestreden besluit daarop mogen baseren. Conclusie 5.1 Het bestreden besluit zal hoogstwaarschijnlijk in bezwaar stand houden. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. 5.2 De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. Niekel, griffier, op 8 januari
  6. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan geen beroep worden ingesteld.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.