← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:318

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 18/4960 uitspraak van de meervoudige kamer van 8 januari 2019 in de zaak tussen [eiseres] , eiseres, hierna: [eiseres] , (gemachtigde: S. Herweijer), en het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder, hierna: AGV (gemachtigde: mr. M.J.M. Jacobs). Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2018 heeft AGV het Projectplan “Noodoverloopgebied De Ronde Hoep” (het bestreden besluit, hierna: het Projectplan) vastgesteld. [eiseres] heeft tegen het Projectplan beroep ingesteld. AGV heeft een verweerschrift ingediend. De behandeling op de zitting heeft, gelijktijdig met vier andere zaken (nrs. AMS 4962, 4971, 4993 en 5100), plaatsgevonden op 27 november

  1. [eiseres] werd op de zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde. AGV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 1] en [naam 2] , projectleiders, en mr. A.C. Schogt, juridisch adviseur bij Waternet. Overwegingen
  2. De rechtbank ziet reden om, voordat zij toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, de ontvankelijkheid te beoordelen. 2.
  3. Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Awb naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld. 2.
  4. [eiseres] heeft ter zitting aangevoerd dat zij de procedure verwarrend vond. Zij veronderstelde dat het ontwerp Projectplan samen met het ontwerp bestemmingsplan werd voorbereid. Zij heeft één zienswijze ingediend op 27 november
  5. 2.
  6. [eiseres] heeft geen zienswijze naar voren gebracht over het ontwerp Projectplan. Zoals ook ter zitting besproken, zijn het Projectplan en het bestemmingsplan niet gecoördineerd voorbereid als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening en hebben de ontwerpen niet samen ter inzage gelegen. Uit de zienswijze van 27 november 2017 is niet op te maken dat deze ook ziet op het Projectplan. Ter zitting heeft [eiseres] bovendien erkend dat deze zienswijze niet over het Projectplan gaat. Dat AGV op 27 juni 2018 wel een reactie heeft gegeven op de zienswijze, maakt dit niet anders. Evenmin is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan geoordeeld moet worden dat [eiseres] redelijkerwijs niet is te verwijten dat zij over het ontwerp Projectplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht.
  7. Gelet op het bepaalde in artikel 6:13 van de Awb, verklaart de rechtbank daarom het beroep niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten is geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzitter, en mr. J.H.M. van de Ven en mr. A.C. Loman, leden,in aanwezigheid van mr. C. Pasteuning, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 januari
  8. griffier voorzitter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. Stuk B. van de door AGV overgelegde stukken. Stuk E. van de door AGV overgelegde stukken.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.