← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:3323

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751068-19 RK nummer: 19/1229 Datum uitspraak: 2 mei 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 februari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 januari 2019 door de Staatsanwaltschaft Ravensburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats], (voormalig) Joegoslavië op [geboortedatum] 1972,burger van Montenegro, ingeschreven in de Basisregistratie Personen en verblijvend op het adres: [adres], [plaats], gedetineerd in de [plaats detentie], hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1. Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 april 2019. De opgeëiste persoon heeft afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. De raadsman, mr. R.D. Maessen, advocaat te Sittard, heeft verklaard door de opgeëiste persoon nadrukkelijk te zijn gemachtigd namens hem de verdediging te voeren.Gehoord zijn de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel en de raadsman. De raadsman heeft zich, nadat hij had kennisgenomen van de door de Duitse autoriteiten verstrekte terugkeergarantie, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Montenegrijnse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel, uitgevaardigd door het Amtsgericht Ravensburg van 8 januari 2019, met dossiernummer 11 Gs 50/19. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst zowel onder nummer 16 als onder nummer 21, te weten: 16: ontvoering, wederrechtelijke vrijheidsberoving en gijzeling 21: racketeering en afpersing. Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar Duits recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5De terugkeergarantie De rechtbank heeft kennis genomen van een verklaring van de officier van justitie van de Staatsanwaltschaft Ravensburg van 15 april 2019. Deze verklaring houdt een terugkeergarantie in zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid OLW. Om in aanmerking te kunnen komen voor een dergelijke garantie moet de opgeëiste persoon, die immers niet de Nederlandse maar de Montenegrijnse nationaliteit bezit, aan een drietal voorwaarden voldoen zoals bepaald in artikel 6, vijfde lid OLW. De rechtbank heeft tevens kennisgenomen van de inhoud van een brief van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van 15 april 2019. Hierin wordt vermeld dat de opgeëiste persoon sinds 15 december 2017 geregistreerd staat als EU-burger en dat dit verblijfsrecht kan eindigen als gevolg van het feit, waarvoor hij door de Duitse autoriteiten wordt vervolgd. Opgemerkt wordt dat de opgeëiste persoon in Nederland vier maal is veroordeeld voor diefstal

(1996)en vuurwapenbezit
(2010)en in Duitsland in 1996/1997 is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van acht jaren wegens diefstal met geweld. Onderzoek naar de mogelijkheden om het verblijfsrecht te beëindigen zal worden gestart bij een bewezenverklaring en veroordeling door de Duitse strafrechter, aldus de IND. Bij deze stand van zaken is de verstrekte terugkeergarantie niet relevant. Niet is gebleken dat de opgeëiste persoon gedurende vijf jaren onafgebroken rechtmatig in Nederland verblijft en ook overigens voldoet de opgeëiste persoon niet aan de vereisten van artikel 6, vijfde lid OLW. Hij kan dan ook geen recht doen gelden op de in artikel 6, eerste lid OLW bedoelde mogelijkheid de straf die hem na veroordeling in Duitsland zal worden opgelegd, in Nederland te ondergaan. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, moet de overlevering worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 2, 5 en 7 Overleveringswet. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Staatsanwaltschaft Ravensburg (Duitsland) ten behoeve van het in Duitsland tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht. Aldus gedaan door mr. Ch.A. van Dijk, voorzitter, mrs. E.M.M. Gabel en M.T.C. de Vries, rechters, in tegenwoordigheid van L.C. Werkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 mei 2019. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.