← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:4089

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751248-19 RK nummer: 19/2088 Datum uitspraak: 4 juni 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 maart 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 maart 2019 door de Onderzoeksrechter in de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt (België) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988, verblijvend op het adres: [adres 1] (ter zitting heeft de opgeëiste persoon verklaard dat hij binnenkort zal verhuizen naar het adres: [adres 2] ), hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 21 mei 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. T.E. Korff, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een Aanhoudingsbevel bij verstek van 12 maart 2019. In Form A van de Sirene-signalering van 12 maart 2019 staat vermeld dat dit Aanhoudingsbevel is uitgevaardigd door de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt, met kenmerk: HA II 19/017. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Belgisch recht strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 3.1. Genoegzaamheid De raadsvrouw heeft betoogd dat de strafmaxima die de uitvaardigende justitiële autoriteit in deze zaak heeft verstrekt, verschillen van de strafmaxima die in een gelijksoortig EAB zijn verstrekt en dat op dezelfde dag door de internationale rechtshulpkamer wordt behandeld. In die zaak treedt de raadsvrouw ook op als advocaat van de opgeëiste persoon. In beide zaken gaat het om bendevorming, waarbij in de onderhavige zaak een maximumstraf van 10 jaar is vermeld en in de andere zaak een maximumstraf van 5 jaar. Omdat dit op willekeur lijkt, heeft de raadsvrouw verzocht om aanhouding van de behandeling, zodat nadere informatie met betrekking tot het strafmaximum kan worden opgevraagd bij de uitvaardigende justitiële autoriteit. De officier van justitie heeft zich verzet tegen het aanhoudingsverzoek. De rechtbank overweegt als volgt. De door de raadsvrouw gestelde onduidelijkheid ten aanzien van de verstrekte maximumstraffen – op basis van gegevens afkomstig uit een ander overleveringsverzoek – geeft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte gegevens hieromtrent. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding de behandeling van het overleveringsverzoek aan te houden. Het aanhoudingsverzoek wordt afgewezen. 4Strafbaarheid Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder 18, te weten: georganiseerde of gewapende diefstal Volgens de in rubriek
  2. c)van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Belgisch recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld. 5Onschuldverweer De opgeëiste persoon heeft verklaard niet schuldig te zijn aan de feiten. Hij heeft dit echter tijdens het verhoor ter zitting niet aangetoond. De onschuldbewering kan dan ook niet leiden tot weigering van de overlevering. 6De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van de feiten waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan.. De Procureur des Konings Limburg te Hasselt heeft op 11 april 2019 de volgende garantie gegeven: Overeenkomstig artikel 5 paragraaf 3 van het Kaderbesluit dd. 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel bied ik u de garantie voor de terugkeer naar Nederland van de door u overgeleverde Nederlandse onderdaan, in casu de Nederlandse onderdaan [opgeëiste persoon] . Deze garantie houdt in dat, eens betrokkene in België onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel is veroordeeld, deze persoon naar Nederland zal terugkeren om deze straf of maatregel daar te ondergaan. De terugkeer zal gebeuren op basis van het Europees Kaderbesluit toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op de vrijheidsbenemende straffen of maatregelen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (2008/909/JBZ). Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor vermelde garantie voldoende. Uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties volgt dat deze garantie alleen kan worden geëffectueerd, indien de feiten ook naar Nederlands recht strafbaar zijn. . Aan deze voorwaarde is voldaan. De feiten zijn inderdaad naar Nederlands recht strafbaar en leveren op: deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is, meermalen gepleegd (poging tot) diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd 7Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 8Toepasselijke wetsartikelen De artikelen 45, 47, 140, 157 en 311 Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 6 en 7 OLW. 9Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Rechtbank van eerste aanleg Limburg, afdeling Hasselt. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. M.J.J.P. Luchtman en R. Godthelp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.T.P. van Munster, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 4 juni 2019. De oudste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.