← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:4523

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751507-19 RK nummer: 19/3526 Datum uitspraak: 2 juli 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 juni 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 3 juni 2019 door Amtsgericht Duisburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (voormalig Joegoslavië) op [geboortedatum] , ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [BRP-adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 juni

  1. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. S.M. Kurvers, advocaat te Roermond. De rechtbank heeft op 2 juli 2019 het onderzoek heropend, nieuwe informatie over de intrekking van het EAB aan de orde gesteld, het onderzoek weer gesloten en uitspraak gedaan. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van Amtsgericht Duisburg van 18 maart 2019 (dossiernummer: (AZ.)11 Gs 920/19) . De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van Duitsland strafbare feiten. Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Officier van justitie niet-ontvankelijk De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek op 18 juni 2019 via de officier van justitie hier te lande het volgende e-mailbericht van 28 juni 2019 van de Staatsanwaltschaft Duisburg ontvangen: “the request for extradition is withdrawn. In Germany, the Public Prosecutor’s Office is responsible for the proceeding of extradition (and not the judge). The international search has already been deleted. Therefore, in our opinion, both EAW are not valid anymore and are/will be withdrawn as well . In our opinion, a judicial decision of our investigative judge concerning the EAW is not necessary, as he is not responsible for the proceeding of extradition. Do you nevertheless need such a judicial decision?” Vervolgens heeft de rechtbank via de officier van justitie hier te lande het standpunt van de uitvaardigende justitiële autoriteit – Amtsgericht Duisburg – opgevraagd, waarop deze autoriteit bij e-mailbericht van 1 juli 2019 heeft verklaard dat het voormelde bericht van de Staatsanwaltschaft Duisburg correct is. De rechtbank is van oordeel dat gelet op voormeld bericht het EAB als ingetrokken moet worden aangemerkt. Daarmee is de grondslag aan de vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van het EAB ontvallen. 5Beslissing VERKLAART DE OFFICIER VAN JUSTITIE NIET-ONTVANKELIJK in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB. HEFT OP het bevel tot overleveringsdetentie. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. C.A. van Dijk en R. Godthelp, rechters, in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 2 juli
  2. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.