beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/652493 / HA RK 18-255 Beschikking van 10 januari 2019 in de zaak van 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verzoeker sub 1] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 2. [verzoeker sub 2], wonende te [woonplaats] , verzoekers, advocaat mr. P.J. Arentshorst te Deventer, tegen 1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MOSMAN EXPLOITATIE B.V., gevestigd te Enschede, 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ROESTVAST STAALINDUSTRIE MOSMAN B.V., gevestigd te Enschede, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MOSMAN LASER B.V., gevestigd te Enschede, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerster sub 4] , gevestigd te [vestigingsplaats] , 5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweersters sub 5] , gevestigd te [vestigingsplaats] , verweersters, advocaat mr. J.B. Maliepaard te Bleiswijk. Verzoekers zullen hierna gezamenlijk [verzoekers] (vrouwelijk enkelvoud) worden genoemd en afzonderlijk [verzoeker sub 1] en de heer [verzoeker sub 2] . Verweersters zullen hierna gezamenlijk Mosman c.s. worden genoemd (vrouwelijk enkelvoud). Afzonderlijk zullen verweersters sub 2 en 3 worden aangeduid als RvS Mosman en Mosman Laser. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 8 augustus 2018, tevens houdende een verzoek tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor, de tussenbeschikking van 6 september 2018, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald, het verweerschrift, met bijlagen, ingekomen ter griffie op 15 november 2018, - het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 26 november 2018. 2De feiten 2.1. [verzoeker sub 1] houdt zich volgens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bezig met technisch speur- en ontwikkelingswerk. De heer [verzoeker sub 2] is enig bestuurder en aandeelhouder van [verzoeker sub 1] . 2.2. RvS Mosman produceert en verkoopt sinds 2011 Bulk Solid Heat Exchanger torens (hierna: BSHE’s). Dit zijn torens waarin granulaten – zoals suiker, kunststofkorrels, koolzaad en kunstmestkorrels – tijdens de productie verwarmd of gekoeld worden. Het granulaat wordt gekoeld of verwarmd doordat het in de toren langs warmtewisselplaten stroomt. 2.3. Om de BSHE’s commercieel te kunnen vermarkten dient de benodigde warmtewisseloppervlakte berekend t worden. Na deze berekening is een kostprijs te maken van de te bouwen BSHE en is deze bij opdracht te tekenen, te produceren en te leveren. De berekeningen waarmee het benodigde oppervlakte van de warmtewisselplaten en daarmee de verblijfstijd van het granulaat tussen de warmtewisselplaten kan worden bepaald (hierna: warmteoverdrachtsberekeningen) zijn complex. De uitkomst van deze berekeningen bepaalt de afmeting en omvang van de te bouwen BSHE. Per opdracht moeten dan ook nieuwe berekeningen en nieuwe ontwerptekeningen worden gemaakt. 2.4. Naast RvS Mosman is er wereldwijd nog één andere producent van BSHE’s, te weten het Canadese bedrijf Solex Thermal Science Inc (hierna: Solex). 2.5. Mosman c.s. heeft voor de productie van de BSHE’s vanaf 2011 samengewerkt met de heer [naam 1] (hierna: [naam 1] ). De door [naam 1] ontwikkelde warmteoverdrachtberekeningen werden door Mosman c.s. gebruikt in die zin dat [naam 1] per opdracht de uitkomst van zijn berekeningen doorgaf aan Mosman c.s. Mosman c.s. was niet bekend met de inhoud van de warmteoverdrachtberekeningen zelf. 2.6. Met ingang van 1 januari 2013 hebben [verzoeker sub 1] en RvS Mosman een managementovereenkomst gesloten in beginsel ten behoeve van het tekenen van twee warmtewisselaars door de heer [verzoeker sub 2] tegen een vergoeding van € 5.000,00 per maand. 2.7. In maart 2016 heeft [naam 1] zijn samenwerking met Mosman c.s. beëindigd. Vanaf dat moment heeft Mosman c.s. geen gebruik meer gemaakt van de warmteoverdrachtberekeningen van [naam 1] . Mosman c.s. is wel doorgegaan met de productie van BSHE’s. 2.8. [naam 1] heeft in een verklaring die hij op verzoek van de advocaat van [verzoekers] heeft opgesteld, het volgende verklaard: “Mijn conclusie is dat gezien de situatie na 31-3-2016 waardoor Mosman (…) geen berekening van mij meer ontving en toch granulaat torens blijft aanbieden en produceren, kan ik me alleen voorstellen dat het 1. mijn bestaande ontwerpen zijn of 2. dat het de heer [verzoeker sub 2] gelukt moet zijn de berekening zelfstandig te bedenken en uit te voeren en daarmee het benodigde warmtewissel oppervlakte te kunnen berekenen van de granulaat toren.” 2.9. [verzoeker sub 1] heeft bij aangetekend schrijven van 30 januari 2017 aan RvS Mosman de managementovereenkomst per 1 februari 2017 opgezegd. [verzoeker sub 1] , RvS Mosman en Mosman Laser hebben naar aanleiding van deze opzegging op 9 februari 2017 een vaststellingsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is bevestigd dat de samenwerking per 1 februari 2017 is geëindigd en zijn voorts afspraken gemaakt over door [verzoeker sub 1] in de periode tot en met uiterlijk 3 maart 2017 nog voor RvS Mosman en Mosman Laser te verrichten werkzaamheden. 2.10. Op 31 januari 2017 heeft [verzoekers] onder de titel “Fourierreeks warmteoverdracht systeem” warmteoverdrachtberekeningen op naam van de heer [verzoeker sub 2] vastgelegd bij het Benelux-Bureau voor de Intellectuele Eigendom. 2.11. Bij brief van 19 september 2017 heeft (de advocaat van) [verzoekers] Mosman c.s. gesommeerd, kort gezegd, om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten, persoonlijkheidsrechten en intellectuele dan wel industriële eigendomsrechten van [verzoekers] In deze sommatiebrief staat, voor zover van belang, het volgende vermeld: “(…) Cliënten hebben een zogeheten differentiaalvergelijking en fourierreeks voor een specifiek warmteoverdrachtsysteem (bulk solid heat exchanger) voor eigen rekening en risico bedacht en ontwikkeld dat concreet op papier is uitgewerkt en in Excel-berekeningsbladen is vormgegeven, met welke Excel-berekeningsbladen het dimensioneren van het warmteoverdrachtsysteem kan worden uitgevoerd, hierna te noemen: ‘het Werk’. Cliënten zijn de exclusief rechthebbenden op het Werk. (…) Door zonder toestemming van cliënten in het economisch verkeer producten aan te bieden die identiek en/of soortgelijk zijn aan het Werk van cliënten en/of daarvan een afgeleide zijn, maakt u inbreuk op voormelde rechten. (…)” 2.12. De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis in kort geding van 20 december 2017 de door [verzoekers] jegens Mosman c.s. gevraagde voorlopige voorzieningen – waaronder het staken van de inbreuk op zijn auteursrechten het verbod tot openbaarmaking en verveelvoudiging van het in de dagvaarding omschreven werk – geweigerd met veroordeling van [verzoekers] in de proceskosten. De voorzieningenrechter heeft hiertoe onder meer overwogen dat voorshands niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk en dat vooralsnog niet kon worden aangenomen dat [verzoekers] de maker van het werk was. [verzoekers] heeft hoger beroep ingesteld tegen dit vonnis. 3Het verzoek en het verweer 3.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht zal bevelen. [verzoekers] legt aan haar verzoek het volgende ten grondslag. Op 15 maart 2013 heeft [verzoekers] voor eigen rekening en risico een warmteoverdrachtsberekening ontwikkeld in de vorm van een differentiaalvergelijking en een fourierreeks die op papier is uitgewerkt en in Excel-berekeningsbladen is vormgegeven (hierna: het Werk). Het Werk bestaat uit een model en een rekenschema. Daarbij is het model kort gezegd een beschrijving van een warmteoverdrachtssysteem (BSHE) met differentiaalvergelijkingen met een unieke, creatieve en subjectieve keuze van een combinatie van randvoorwaarden (Dirichlet en Neumann), welk model is uitgewerkt tot een rekenschema met een wiskundige benaderingsmethode (fourierreeks) om een werkelijke berekening te kunnen maken. Het rekenschema betreft kort gezegd een schema om de optimale hoeveelheid energieoverdracht naar het granulaat te bepalen en daarmee de optimale verblijfstijd van het granulaat tussen de warmtewisselplaten. Zowel het model als het rekenschema zijn eigen intellectuele scheppingen van [verzoekers] De vorm van het Werk is het resultaat van scheppende menselijke arbeid en van creatieve (reken)keuzes en is niet ontleend aan de vorm van een ander werk. Er is sprake van een creatieve prestatie van de auteur die in het Werk tot uiting komt. Het Werk beschikt over een eigen oorspronkelijk karakter en draagt het persoonlijk stempel van de maker, waardoor het wordt beschermd door de Auteurswet. [verzoekers] is gerechtigd de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten c.q. intellectuele en/of industriële eigendomsrechten op het Werk te handhaven. Mosman c.s. heeft echter vanaf april 2016, na het vertrek van [naam 1] in maart 2016, de berekening van [verzoekers] zonder haar toestemming gebruikt en gekopieerd, dan wel openbaar gemaakt, dan wel verveelvoudigd. Mosman c.s. gebruikt het Werk nu in nieuw te ontworpen en inmiddels ontworpen BSHE’s. Mosman c.s. is na het vertrek van de heer [verzoeker sub 2] per 1 februari 2017 niet meer gerechtigd om van het Werk gebruik te maken. Mosman c.s. handelt onrechtmatig jegens [verzoekers] en maakt inbreuk op het exclusief aan [verzoekers] toekomende auteursrecht op het Werk. [verzoekers] lijdt ten gevolge hiervan schade althans dreigt (verdere) schade te lijden. [verzoekers] wenst dat voorafgaand aan een aanhangig te maken bodemprocedure door een deskundige wordt beoordeeld en vastgesteld dat het Werk auteursrechtelijke bescherming geniet. 3.2. Mosman c.s. verzet zich tegen inwilliging van het verzoek en voert daartoe het volgende aan. [verzoekers] heeft geen belang bij het verzoek en maakt misbruik van recht door een voorlopig deskundigenbericht te verzoeken. Daarnaast is het verzoek in strijd met een goede procesorde. [verzoekers] heeft het in een eerder stadium namelijk niet noodzakelijk geacht om een deskundigenonderzoek te laten doen voor zij een procedure in kort geding entameerde. Het Werk kan verder ook niet voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komen aangezien het niet uniek is en niet door [verzoekers] is vervaardigd. De door Mosman c.s. gebruikte warmteoverdrachtsberekening is niet door [verzoekers] bedacht, maar is na het vertrek van [naam 1] op initiatief van de heer [naam 2] (hierna: [naam 2] ), [functie 1 verweerster sub 4] van verweerster sub 4 en [functie 2 verweerster sub 4] van RvS Mosman ontwikkeld, aan welke ontwikkeling de heer [verzoeker sub 2] wel een bijdrage heeft geleverd, maar waarvoor hij ook gewoon is betaald. De door [verzoekers] voorgestelde deskundige (een professor in het IE-recht) beschikt tot slot niet over de technische bagage om te beoordelen of het model en het rekenschema auteursrechtelijk beschermd zijn. Het oordeel of een bepaald werk auteursrechtelijk is beschermd is voorbehouden aan de rechter. 4De beoordeling 4.1. Vooropgesteld wordt dat een voorlopig deskundigenonderzoek als bedoeld in artikel 202 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ertoe kan dienen een partij de mogelijkheid te verschaffen aan de hand van het uit te brengen deskundigenbericht zekerheid te verkrijgen omtrent de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden en aldus beter te kunnen beoordelen of het raadzaam is een procedure te beginnen en, als daartoe wordt overgegaan, beter te kunnen aangeven op grond waarvan (en tegen wie) een vordering wordt ingesteld. Hieruit vloeit voort dat het niet noodzakelijk is dat in het verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht nauwkeurig wordt omschreven (in verband) met welke - nog in te stellen - vordering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.