← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:4909

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/650487-18 Datum uitspraak: 4 juli 2019 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag] 1981, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het [Brp-adres] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 20 juni

  1. Verdachte was daarbij niet aanwezig. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. K. Hara, en van wat de gemachtigd raadsman van verdachte, mr. E.G.S. Roethof, naar voren heeft gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is, kort samengevat, tenlastegelegd dat hij zich op 12 oktober 2018 schuldig heeft gemaakt aan
  2. het medeplegen van het aanwezig hebben van 125 pakketten van elk ongeveer een kilogram cocaïne en
  3. het medeplegen van witwassen van 40.720 euro (primair) dan wel het medeplegen van witwassen uit eigen misdrijf (subsidiair). De precieze tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis. 3Vrijspraak 3.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie Anders dan dat uit onderzoek is gebleken dat verdachte is gezien op een scooter in de buurt van een woning in Amsterdam, waar later 125 kilogram cocaïne en ruim 40 duizend euro is aangetroffen, biedt het dossier geen aanknopingspunten om te kunnen vaststellen dat verdachte wetenschap heeft gehad van de drugs en het geld in die woning. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van de aan hem tenlastegelegde feiten. 3.2 Het standpunt van de verdediging Verdachte dient integraal te worden vrijgesproken. Het dossier biedt geen aanknopingspunten waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat verdachte betrokken is geweest bij de tenlastegelegde feiten. Hij beschikte niet over een sleutel van de woning en er is geen DNA van verdachte in de woning aangetroffen, er zijn geen buren die over verdachte hebben verklaard, de doorzoeking van de woning van verdachte heeft niets opgeleverd, op camerabeelden is verdachte niet te zien en hij wordt door niemand - ook niet door de medeverdachte - herkend op de van hem getoonde foto. 3.3 Het oordeel van de rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de tenlastegelegde feiten niet kunnen worden bewezen omdat het dossier daarvoor geen bewijs bevat. De rechtbank kan niet vaststellen of verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de tenlastegelegde feiten. Dat verdachte op 12 oktober 2018 is gezien door zowel de eigenaresse van de woning als de politie, terwijl hij reed op een scooter in de buurt van de desbetreffende woning, dat hij bij zijn aanhouding bleek te beschikken over een PGP-telefoon, en dat die woning werd bewoond door de medeverdachte, die evenals verdachte uit [geboorteland] komt, maakt die conclusie niet anders. Verdachte wordt dus van feit 1 en feit 2 vrijgesproken. 4Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.A.G. de Vries, voorzitter, mrs. Ch.A. van Dijk en E.G.C. Groenendaal, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Janse van Mantgem, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juli 2019.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.