beschikking RECHTBANK AMSTERDAM afdeling privaatrecht zaaknummer / rekestnummer: C/13/663210 / HA RK 19-89 Beschikking van 25 juli 2019 in de zaak van de vennootschap naar buitenlands recht ALBANIABEG AMBIENT SH.P.K, gevestigd te Tirana, Albanië, verzoekster, advocaat mr. J.W. de Groot te Amsterdam, tegen 1. de vennootschap naar buitenlands recht ENEL S.P.A., gevestigd te Rome, Italië, verweerster, advocaat mr. M.L. de Vries Lentsch te Amsterdam, 2. de vennootschap naar buitenlands recht ENELPOWER S.P.A., gevestigd te Milaan, Italië, verweerster, advocaat mr. M.L. Verhoeven-de Vries Lentsch te Amsterdam, 3. de vennootschap naar buitenlands recht B.C. STRATEGY UK LTD., gevestigd te Londen, Verenigd Koninkrijk, verweerster, advocaat mr. P.J. van der Korst te Amsterdam. Partijen zullen hierna ABA, ENEL, EnelPower en Black Cube worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het verzoekschrift, met producties; de tussenbeschikking van 9 mei 2019, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald; het verweerschrift van ENEL en EnelPower, met producties; het verweerschrift van Black Cube; de mondelinge behandeling van 25 juni 2019, het daarvan opgemaakte proces-verbaal en de daarin vermelde stukken; de brieven van 5 juli 2019 van mr. De Groot, mr. Verhoeven-de Vries Lentsch respectievelijk mr. Van der Korst. 1.2. De beschikking is bepaald op heden. 2De feiten 2.1. Volgens een door ABA in het geding gebrachte (kopie van een) beëdigde vertaling van een vonnis van 24 maart 2009 van de rechtbank te Tirana (Albanië), gewezen in een zaak tussen ABA als eiseres en ENEL en EnelPower als gedaagden, is ENEL en EnelPower bij dat vonnis opgedragen aan ABA te betalen “de waarde van de buitencontractuele schade ten bedrage van 25.188.500,00 (…) euro” en “de buitencontractuele schade voor de hoeveelheid elektrische energie van 371.000.000 kWh per jaar, voor de jaren 2005, 2006, 2007, 2008, 2009, 2010 en 2011 volgens de formule Vn = (Q x Pn) + (V x Pcn), als omschreven in het deskundigenrapport, dat integraal deel uitmaakt van dit vonnis”. 2.2. In het door ENEL en EnelPower in Albanië ingestelde hoger beroep en cassatieberoep is het hiervoor onder 2.1 vermelde vonnis in stand gebleven. 2.3. Bij vonnis van 29 juni 2016, gewezen in de zaak van ABA als eiseres in conventie/verweerster in reconventie, ENEL als gedaagde in conventie/eiseres in reconventie en EnelPower als gedaagde in conventie, heeft deze rechtbank, oordelend dat het hiervoor onder 2.1 vermelde vonnis op de voet van artikel 431 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in Nederland kan worden erkend, ENEL en EnelPower in conventie, voor zover hier van belang, hoofdelijk veroordeeld om aan ABA te betalen EUR 433.091.870,00 (EUR 25.188.500,00 plus EUR 407.903.370,00). 2.4. Zowel ABA als ENEL en EnelPower hebben bij het gerechtshof Amsterdam hoger beroep ingesteld tegen het hiervoor onder 2.3 vermelde vonnis. 2.5. In dat hoger beroep hebben ENEL en EnelPower bij akte houdende overlegging producties van 7 september 2017 affidavits van 31 juli 2017 (hierna: de BC-verklaringen) in het geding gebracht van [medewerker 1] (hierna: [medewerker 1] ) en [medewerker 2] (hierna: [medewerker 2] ), beiden verbonden aan Black Cube. 2.6. Bij arrest van 17 juli 2018 heeft het gerechtshof Amsterdam, voor zover hier van belang, in dat hoger beroep overwogen en geoordeeld: 3.31. Tussen partijen is niet in geschil dat ook naar Albanees recht slechts schade voor vergoeding in aanmerking komt die het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg is van het (niet) handelen van de aansprakelijke persoon (...) en dat de schade die wordt vergoed bestaat uit de geleden verliezen en de gederfde winst (...). Dat algemeen aanvaard is dat het begrip winst niet gelijk is aan bruto omzet, maar aan bruto omzet na aftrek van (bepaalde) kosten, is als zodanig tussen partijen zowel in de procedure in Albanië als in de huidige procedure evenmin in geschil. (...). Blijkens de vorderingen van ABA in deze procedure beloopt het geldelijk belang van de in het Albanese vonnis uitgesproken veroordeling ruim € 433 miljoen (de resultaten van de in te vullen formule meegerekend) en over het jaar 2004 alleen € 25.188.500. ABA heeft niet betwist dat die veroordeling niet is gebaseerd op een berekening van de gederfde winst, maar op een berekening van de gederfde omzet en dat daarbij geen rekening is gehouden met de zeer aanzienlijke investeringen die voor de bouw en het onderhoud van de waterkrachtcentrale hadden moeten worden gedaan en dat evenmin rekening is gehouden met de kosten van het opwekken en transporten van de te verkopen energie. Hoewel over de precieze berekening van de winst, en in het bijzonder de vraag welke kosten tot welk bedrag voor aftrek in aanmerking komen, verschil van inzicht mogelijk is, is in de Albanese procedure (noch overigens in onderhavige procedure) niet betwist dat de kosten van bouw en onderhoud van de waterkrachtcentrale en de kosten van het opwekken en transporteren van de energie daartoe behoren. 3.32. In het licht van het geldende Albanese recht en mede gelet op het daarmee gemoeide geldelijk belang, moet het door Enel c.s. (ENEL en EnelPower; rechtbank) gevoerde verweer ten aanzien van de schade als essentieel worden beschouwd. De rechtbank en het Hof van Appel te Tirana hadden dit essentiële verweer dan ook zonder meer moeten onderzoeken en daarop bij de motivering van hun oordeel moeten responderen. Dat zij dat niet hebben gedaan is volstrekt onbegrijpelijk. De rechtbank te Tirana heeft vervolgens bij wijze van schadevergoeding een bedrag toegewezen ter grootte van de met het Project te realiseren omzet over 8 jaren, zonder daarbij zelfs maar rekening te houden met de kosten van de bouw van de waterkrachtcentrale. Die beslissing is zo evident strijdig met het door de rechtbank zelf aangehaalde geldende Albanese recht dat, mede bezien in het licht van het daartegen door Enel c.s. aangedragen verweer – dat nota bene door de Experts werd ondersteund – moet worden geconcludeerd dat sprake is van een manifeste fout en dat geen redelijk handelende rechtbank op basis van het rapport van de Experts en het Albanese recht tot eenzelfde oordeel had kunnen komen. Hetzelfde geldt voor de beslissing van het Hof van Appel te Tirana om in weerwil van het uitdrukkelijk daartegen gevoerde verweer die beslissing in stand te laten, zonder enige op dit essentiële punt toegesneden motivering. Die beslissing getuigt van willekeur en is evident onredelijk. Wat de redenen zijn voor deze beslissing, in het bijzonder of, zoals Enel c.s. (...) hebben gesteld doch ABA heeft betwist, daaraan enigerlei vorm van corruptie en/of gebrek aan rechterlijke onafhankelijkheid ten grondslag heeft gelegen doet daarbij niet ter zake. Ook als daarvan geen sprake is geweest geldt het vorenstaande evenzeer. 3.33. Het hof is, gelet op het voorgaande, met Enel c.s. (...) van oordeel dat de in het Albanese vonnis neergelegde en in latere instanties in stand gebleven beslissing moet worden aangemerkt als arbitrary and manifestly unreasonable en dat de Albanese rechtsgang daarmee niet voldoet aan de op grond van artikel 6 EVRM daaraan te stellen eisen. Dit betekent dat het Albanese vonnis niet tot stand is gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van een behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging. Bovendien zou de erkenning van het Albanese vonnis tot gevolg hebben dat Enel c.s. in Nederland gehouden zouden kunnen worden tot nakoming van een willekeurige en evident onjuiste en onredelijke rechterlijke beslissing, hetgeen in strijd is met fundamentele waarden en beginselen van de Nederlandse rechtsorde. Daarmee is erkenning van het op bovengenoemde wijze tot stand gekomen vonnis, in de zin dat daaraan in Nederland geheel of gedeeltelijk rechtsgevolgen worden toegekend, strijdig met de openbare orde, zowel wat het procedurele aspect (...) als wat het materiële aspect betreft (...). (...) 3.45. De slotsom is (...) dat het Albanese vonnis in Nederland niet kan worden erkend. Dit betekent dat (...) het bestreden vonnis niet in stand kan blijven. 3.46. Overeenkomstig de met partijen gemaakte procesafspraken (...) komt het hof thans toe aan de inhoudelijke herbeoordeling van de zaak op grond van artikel 431 lid 2 Rv. (…) Elke verdere beslissing wordt dus aangehouden. 2.7. Het gerechtshof Amsterdam heeft vervolgens een verzoek van ABA om tussentijds cassatieberoep van het tussenarrest van 17 juli 2018 open te stellen afgewezen. 2.8. In de tot herbeoordeling van de zaak op grond van artikel 431 lid 2 Rv strekkende procedure bij het gerechtshof Amsterdam is arrest bepaald op 30 juli 2019. 3Het verzoek 3.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank een voorlopig getuigenverhoor zal bevelen waarin (tenminste) [medewerker 1] en [medewerker 2] zullen worden gehoord. 3.2. Aan dit verzoek heeft ABA, samengevat, het volgende ten grondslag gelegd. ENEL en EnelPower hebben doelbewust Black Cube ingeschakeld, van wie bekend is dat zij er onorthodoxe (onderzoek)methoden op nahoudt. In de hoger beroepsprocedure bij het gerechtshof Amsterdam hebben zij aan de hand van de BC-verklaringen betoogd dat het Albanese vonnis van 24 maart 2009 het product is van corruptie, fraude en ontoelaatbare beïnvloeding van de zijde van ABA (en dat hetzelfde geldt voor de uitspraken in het Albanese hoger beroep en in het Albanese cassatieberoep). Dat betoog is onjuist. Van dergelijke misstanden in de Albanese procedures is geen sprake. Met de BC-verklaringen daarentegen is van alles mis. Agenten van Black Cube hebben onder een valse identiteit en onder valse voorwendselen gesprekken gevoerd met personen die betrokken zouden zijn geweest bij de Albanese procedures. Van deze gesprekken hebben zij, buiten medeweten van die personen, geluidsopnamen gemaakt. Niettemin geven de BC-verklaringen die gesprekken niet juist en/of niet volledig weer. ABA heeft er recht op en belang bij om door middel van een voorlopig getuigenverhoor een inschatting te kunnen maken van haar op onrechtmatige daad te baseren proceskansen tegen ENEL, EnelPower en Black Cube en om bewijs te verkrijgen. Dat bewijs zal in het bijzonder dienen ter ondersteuning van haar stellingen (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.