← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:5586

RECHTBANK AMSTERDAM BESLISSING NA VEROORDELING TOT VOORWAARDELIJKE STRAF Parketnummer: 13/741254-16 Datum uitspraak: 5 juni 2019 Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, ontvangen ter griffie op 8 maart 2019, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 22 december 2017, in de strafzaak tegen: [veroordeelde] , (hierna: veroordeelde) geboren op [geboortedag] 1999 te [geboorteplaats] , ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [BRP-adres] thans gedetineerd in het [detentieadres] te [plaats] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. J. Ang en van wat veroordeelde en zijn raadsman, mr. J.F. van der Brugge, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Ter terechtzitting zijn verschenen N. Boogaard van de Reclassering Nederland en [naam] van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering. 2De voorwaardelijk opgelegde straf en bijzondere voorwaarden Bij vonnis van 22 december 2017 is veroordeelde veroordeeld tot een jeugddetentie van 315 dagen, met bevel dat van die straf 54 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarnaast zijn als bijzondere voorwaarden aan veroordeelde opgelegd dat hij zich zal laten behandelen voor zijn slaapproblemen, zich onder behandeling zal stellen van De Waag, meewerkt aan begeleiding van Streetcornerwork, meewerkt aan het vinden en behouden van een dagbesteding en meewerkt aan het vinden van een plek voor begeleid wonen. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van een terugmeldrapportage van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering van 28 februari 2019, als bijlage gevoegd bij de terugmeldbrief van deze stichting van 4 maart
  2. De beoordeling van de vordering In een verkort vonnis van 5 juni 2019 van deze rechtbank in de strafzaak met parketnummer 13/741018-19 is gebleken dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. In de omstandigheid dat verdachte voor het begaan van dit strafbare feit in genoemd vonnis de ISD-maatregel is opgelegd, ziet de rechtbank reeds aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf af te wijzen. 4De beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging. Deze beslissing is genomen door mr. W.H. van Benthem, voorzitter, mrs. A.F. van Hoorn en R.A.J. Hübel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juni
  3. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.