← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:5587

RECHTBANK AMSTERDAM BESLISSING NA VEROORDELING TOT VOORWAARDELIJKE STRAF Parketnummer: 13/701680-18 (TUL bijzondere voorwaarden) Datum uitspraak: 5 juni 2019 Beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging van de officier van justitie in het arrondissement Amsterdam, ontvangen ter griffie op 21 maart 2019, betreffende een onherroepelijk geworden vonnis van 11 mei 2018, in de strafzaak tegen: [veroordeelde] , (hierna: veroordeelde) geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), ingeschreven in de Basisregistratie personen op het [BRP-adres] , thans gedetineerd in het [plaats detentie] . 1Het onderzoek ter terechtzitting Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 mei

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. M. ter Veer en van wat veroordeelde en zijn raadsman, mr. R.H. Bouwman, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht. Ter terechtzitting zijn eveneens verschenen E. van Hoegee en F. Batenburg de Jong van GGZ Fivoor Haarlem. 2De voorwaardelijk opgelegde straf en bijzondere voorwaarden Bij vonnis van 11 mei 2018 is veroordeelde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken. Naast de algemene voorwaarden zijn als bijzondere voorwaarden aan veroordeelde opgelegd dat hij zich zal melden bij de Reclassering Inforsa in Amsterdam en zich zal laten behandelen voor verslavingsproblematiek bij de poli Inforsa of een soortgelijk instelling voor ambulante forensische zorg. De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het advies van 6 februari 2019 van GGZ Fivoor Haarlem aan opdrachtgeven toezicht met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. 3De beoordeling van de vordering In een vonnis van 5 juni 2019 van deze rechtbank in de strafzaak met de parketnummer 13/225052-18 is gebleken dat verdachte zich voor het einde van voornoemde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. In de omstandigheid dat verdachte voor het begaan van dit strafbare feit de ISD-maatregel is opgelegd, ziet de rechtbank reeds aanleiding de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf af te wijzen. 4De beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging. Deze beslissing is genomen door mr. W.H. van Benthem, voorzitter, mrs. A.F. van Hoorn en R.A.J. Hübel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.F. van Lier, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 juni
  2. De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.