← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:6149

RECHTBANK AMSTERDAM VONNIS Parketnummer: 13/076435-19 (Promis) Datum uitspraak: 25 juli 2019 Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedatum] 1989, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het [detentieplaats] . 1Onderzoek ter terechtzitting Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 juli

  1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A. van de Venn en van wat verdachte en de raadsvrouw, mr. B. van Straaten, naar voren hebben gebracht. 2Tenlastelegging Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 31 maart 2019 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen, althans tenminste éénmaal, - in/op/tegen de wang en/of het oog, althans het gezicht van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen, - op/tegen het lichaam van die [slachtoffer] te duwen (waardoor die [slachtoffer] ten val kwam), - ( met kracht) die [slachtoffer] bij de keel/hals/luchtpijp vast te pakken en/of vast te houden en/of de keel/hals/luchtpijp dicht te drukken en/of dichtgedrukt te houden. 3Waardering van het bewijs 3.1 Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het aan verdachte ten laste gelegde feit kan worden bewezen. 3.2 Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft bepleit dat het ten laste gelegde niet kan worden bewezen, omdat verdachte geen opzet heeft gehad op het toebrengen van pijn of letsel bij de aangever. Verdachte heeft slechts willen stoeien met aangever. Dit wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] . Verdachte zou vervolgens de indruk hebben gehad dat aangever, die jiujitsu uitoefent, het op zijn knie gemunt had en hij reageerde daarop. 3.3 Oordeel van de rechtbank De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte ten laste gelegde mishandeling kan worden bewezen. Voor zover verdachte heeft verklaard dat hij geen opzet heeft gehad op het toebrengen van pijn of letsel en slechts aan het stoeien was met aangever overweegt de rechtbank als volgt. Aangever heeft verklaard dat verdachte vaker stoeibewegingen maakte, maar dat aangever altijd heeft geweigerd hierin mee te gaan. Verdachte heeft aangever bij zijn kraag gepakt en naar achter geduwd, waardoor aangever is gevallen op een stoel. Verdachte heeft hem daarna proberen te slaan. Aangever is toen op de grond terecht gekomen, waarna hij door verdachte werd geslagen. Ook hield verdachte aangever hardhandig vast bij zijn kraag, waardoor aangever het gevoel kreeg gewurgd te worden. De getuige [getuige] heeft verklaard dat verdachte slaande bewegingen naar het gezicht van aangever en trappende bewegingen naar aangever maakte. Naar het oordeel van de rechtbank duiden de handelingen van verdachte niet op stoeien. Bovendien blijkt uit de verklaring van aangever dat aan het lichamelijk contact dat verdachte met aangever had dat de wederzijdse instemming die stoeien vereist, ontbrak. Bovendien biedt het dossier geen steun voor de beleving van verdachte dat aangever het op zijn knie gemunt had. 4Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van de in de bijlage vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte op 31 maart 2019 te Amsterdam [slachtoffer] heeft mishandeld door - tegen het gezicht van die [slachtoffer] te slaan; - tegen het lichaam van die [slachtoffer] te duwen waardoor die [slachtoffer] ten val kwam; - die [slachtoffer] bij de keel vast te pakken. Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad. 5Strafbaarheid van het feit Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden. 6Strafbaarheid van verdachte en motivering van de maatregel De rechtbank heeft kennisgenomen van de omtrent verdachte opgemaakt rapportage Pro Justitia van 5 juni 2019, opgemaakt door psychiater M.M. Sprock en de rapportage Pro Justitia van 13 juni 2019, opgemaakt door psycholoog R.A. Sterk. De officier van justitie heeft de rechtbank, met verwijzing naar deze Pro Justitia rapportages, verzocht verdachte te ontslaan van alle rechtsvervolging en hem voor de duur van één jaar in een psychiatrisch ziekenhuis te plaatsen. De raadsvrouw heeft verklaard dat zowel zij als de familie van verdachte zich kunnen vinden in de conclusies en de adviezen van de psychiater en de psycholoog. De rechtbank is van oordeel dat verdachte niet strafbaar is en overweegt daartoe het volgende. De Pro Justitia-rapportage van psychiater M.M. Sprock houdt onder meer het volgende in, zakelijk weergegeven: Bij betrokkene wordt een ziekelijke stoornis vastgesteld in de vorm van een bipolaire I stoornis en een ernstige stoornis in cannabisgebruik. Deze stoornissen waren aanwezig ten tijde van het ten laste gelegde. Er zijn vele aanwijzingen dat betrokkene zich ten tijde van het ten laste gelegde in een acute manische episode bevond. De ziekelijk stoornissen beïnvloedden de gedragskeuzes en de gedragingen van verdachte ten tijde van het ten laste gelegde. Geadviseerd wordt betrokkene het ten laste gelegde in het geheel niet toe te rekenen. In een manie is betrokkene bekend met een lage frustratietolerantie, impulscontroleproblemen en daaruit voortvloeiende agressieregulatieproblemen. Het cannabisgebruik voorafgaand aan zijn opname lijkt mogelijk een indirecte rol te hebben gespeeld. Betrokkene ervaart cannabis als zelfmedicatie, maar het werkt therapieontrouw in de hand en doet de ernst van de manische symptomen toenemen. Het recidiverisico wordt hoog ingeschat, maar als betrokkene goed wordt ingesteld op medicatie, hij stabiel is en therapietrouw, zal het recidiverisico laag worden. De ernstige psychiatrische problematiek vraagt om een intensieve behandeling door middel van een klinische opname met als doel adequate instelling op medicatie en stabilisatie, met als doel resocialisatie. Geadviseerd wordt om betrokkene in het kader van artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht op te nemen in een forensische psychiatrische kliniek. Tijdens de opname zal gekeken moeten worden naar de mogelijkheid om hem te repatriëren. De Pro Justitia psychologisch rapportage van psycholoog R.A. Sterk houdt onder meer het volgende in, zakelijke weergegeven: Er is sprake van een ziekelijke stoornis van de geestesvermogen in de vorm van een bipolaire stoornis. Er zijn aanwijzingen gevonden voor gebruik van verdovende middelen. Ten tijde van het ten laste gelegde was betrokkende manisch psychotisch gedecompenseerd. Er is een direct en rechtstreeks verband tussen de geconstateerde psychische problematiek en het tenlastegelegde. Er is sprake geweest van beïnvloeding van de stoornis op de gedragskeuzes en de gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde. Daarom wordt geadviseerd het ten laste gelegde in het geheel niet toe te rekenen aan verdachte. Betrokkene is niet in staat gebleken om zelfstandig verandering te kunnen brengen in de geconstateerd psychische problematiek, daarom wordt de kans op herhaling vanuit psychopathologisch perspectief als hoog ingeschat, indien verdachte niet wordt behandeld. Vanuit forensisch oogpunt is behandeling geïndiceerd. Het advies is om deze behandeling te laten plaatsvinden in het kader van een maatregel zoals bedoeld in artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht, voor de maximale duur van één jaar. De rechtbank neemt de conclusies van de psycholoog en de psychiater over en volgt hun advies. Het bewezen geachte kan verdachte wegens de ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet worden toegerekend. Verdachte dient daarvoor dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Verdachte heeft het tenlastegelegde begaan tegenover een medewerker van de kliniek waarin verdachte verbleef vanwege zijn bipolaire stoornis. Het is niet mogelijk gebleken verdachte daar te stabiliseren. Gelet op de inhoud van de voornoemde rapportages acht de rechtbank de kans aanwezig dat verdachte zonder behandeling zal terugvallen in een manische episode en zich – ten gevolge daarvan – wederom schuldig zal maken aan een soortgelijk feit. Op grond van de inhoud van de rapportages is de rechtbank van oordeel dat verdachte, indien hij terugvalt in een manie, gevaarlijk is voor anderen en voor de algemene veiligheid van personen of goederen. De rechtbank zal, gelet op wat hiervoor is overwogen, bepalen dat verdachte voor de termijn van één jaar in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst. 7Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen 37 en 300 van het Wetboek van Strafrecht. 8Beslissing De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld. Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij. Het bewezen verklaarde levert op: mishandeling. Verklaart het bewezene strafbaar. Verklaart verdachte voor het bewezene niet strafbaar en ontslaat hem van alle rechtsvervolging ter zake daarvan. Gelast dat verdachte, [verdachte], voor de termijn van 1 (één) jaar in een psychiatrisch ziekenhuis zal worden geplaatst. Dit vonnis is gewezen door mr. R.C.J. Hamming, voorzitter, mrs. B.E. Mildner en Y. Moussaoui, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 25 juli
  2. [bijlage]

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.