RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: : 13/751546-19 RK nummer: 19/3836 Datum uitspraak: 22 augustus 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 juni 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 22 januari 2019 door the District Court in Koszalin II Criminal Department, Polen, en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] geboren te [geboorteplaats] , Polen, op [geboortedag] 1983, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, gedetineerd in het [detentieadres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 augustus 2019. De opgeëiste persoon is ter zitting aanwezig. Gehoord zijn de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek, de opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. L.F. Bögemann, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon is daarbij bijgestaan door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2 2. Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van the Local Court in Koszalin, Polen, van 9 oktober 2013, zaaksnummer: II K 364/13. In het EAB staat vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en tien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren nog één jaar, negen maanden en 29 dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Deze gevangenisstraf, zo blijkt uit de in het EAB onder F opgenomen informatie, is aanvankelijk voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd voor de duur van vier jaren. Op 6 april 2017 heeft the Local Court in Koszalin de tenuitvoerlegging van deze voorwaardelijke straf gelast omdat de opgeëiste persoon zich niet had gehouden aan de hem bij het vonnis van 9 oktober 2013 gestelde voorwaarden. Standpunt raadsvrouw De raadsvrouw heeft gesteld dat sprake zou kunnen zijn van de omzetting van een eerder opgelegde taakstraf in vervangende hechtenis en niet van een last tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke vrijheidsstraf. Zij heeft zich daarbij gebaseerd op hetgeen de opgeëiste persoon heeft verklaard, namelijk dat hem een voorwaardelijke straf voor de duur van 18 maanden en een taakstraf van 300 uur was opgelegd. Indien het inderdaad om een omzetting gaat komt de rechter die daarover heeft geoordeeld een discretionaire bevoegdheid toe en zou de weigeringsgrond van artikel 12 OLW in de weg kunnen staan aan overlevering, nu de opgeëiste persoon niet aanwezig is geweest bij de beslissing tot omzetting en zich hiertegen niet heeft kunnen weren. Zij heeft de rechtbank verzocht hier onderzoek naar te laten doen. Oordeel rechtbank De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het verweer niet slaagt. De informatie in het EAB is duidelijk en spreekt van het overtreden van voorwaarden door de opgeëiste persoon, reden waarom de tenuitvoerlegging van de eerder voorwaardelijk opgelegde straf is gelast. De stelling dat het hier een andere straf betreft en een andere beslissing dan vermeld staan in het EAB is niet onderbouwd en de rechtbank ziet geen aanleiding om hierover informatie in te winnen. Het vonnis betreft de feiten zoals die als volgt zijn omschreven in onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.