beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht RK: 18/6553 Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [klager] , geboren op [geboortedag] 1964, woonplaats kiezend op het adres van zijn raadsman, mr. K. Spee, Herengracht 480, 1017 CB Amsterdam, klager, niet zijnde beslagene (hierna: klager). Procesgang Het klaagschrift is op 27 september 2018 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. De rechtbank heeft voorafgaand aan de behandeling in raadkamer een (ongedateerde) reactie en een aanvullende reactie van 14 januari 2019 op het klaagschrift ontvangen van officier van justitie L.M.J. Backx. De rechtbank heeft op 15 januari 2019 de gemachtigde raadsman van klager en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. Klager is, hoewel geldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen. Daarnaast is [persoon] , bijgestaan door zijn raadsman mr. J.M. Keizer, als belanghebbende in raadkamer verschenen en in de gelegenheid gesteld het woord te voeren. De belanghebbenden [rechtspersoon 1] B.V., [stichting] en [rechtspersoon 2] B.V. zijn niet in raadkamer verschenen. Inhoud van het klaagschrift Klager heeft als belegging geïnvesteerd in cryptovaluta bij de onderneming [rechtspersoon 1] B.V., handelend onder de naam [naam] . Daartoe heeft klager een account geopend bij [stichting] en geld overgemaakt naar diens bankrekening. Klager heeft inmiddels vernomen dat [persoon] , bestuurder en enig aandeelhouder van [stichting] , is aangehouden op verdenking van oplichting en witwassen, en dat in het kader van het strafrechtelijke onderzoek conservatoir beslag is gelegd op de bankrekening(en) van [stichting] . Gezien die verdenking wenst klager zijn geld op te nemen en heeft hij de samenwerking met [stichting] beëindigd. Klager is deels rechthebbende tot het geld dat onder [stichting] en/of [persoon] in beslag is genomen. Het klaagschrift strekt tot opheffing van het beslag (primair ten bedrage van de door klager aangehouden waarde van de portefeuille, subsidiair ten bedrage van de investering van klager) en een last tot teruggave. Waarde portefeuille volgens overzicht [stichting] : [klager] : € 160.684,48 Geïnvesteerd bedrag [klager] : € 93.597,60, waarvan € 43.597,60 in de vorm van bitcoins De raadsman van klager vertegenwoordigt ter zitting meerdere klagers, onder wie [klager] , die een verzoek tot opheffing van beslag op de bankrekening van [stichting] ten bedrage van een bepaalde waarde hebben bij de rechtbank hebben gedaan. De raadsman heeft naar aanleiding van het primaire standpunt van de officier van justitie, inhoudende dat de klagers niet ontvankelijk zijn, en verder ter toelichting op het klaagschrift aangevoerd dat klagers wel ontvankelijk zijn in hun klaagschrift. Belanghebbende is, aldus de raadsman, degene die pretendeert dat zijn belang wordt geschonden. Tussen klagers en [stichting] is sprake van een overeenkomst van opdracht. Krachtens die overeenkomst hebben klagers er belang bij dat zij over hun geld kunnen beschikken. Klager heeft naast het geld dat hij overgemaakt heeft naar de bankrekening van [stichting] , ook bitcoins ingelegd bij [stichting] . Het standpunt van het Openbaar Ministerie Eind juli 2018 is een strafrechtelijk onderzoek gestart naar (onder meer) [rechtspersoon 1] B.V., [stichting] en [persoon] . [persoon] is enig bestuurder van de [stichting] , die enig aandeelhouder is van [rechtspersoon 1] B.V. De verdachten worden verdacht van oplichting en/of verduistering en witwassen. Via het door [rechtspersoon 1] B.V. geëxploiteerde [stichting] kon ieder vanaf een inleg van € 5.000,- investeren in het day-traden van cryptovaluta. Gedurende de periode van september 2017 tot en met juli 2018 is, voor zover nu bekend, op deze wijze een totaalbedrag van ongeveer € 5.600.000,- ingelegd door ongeveer 150 beleggers. Naar het zich laat aanzien is daarvan slechts € 675.000,- daadwerkelijk besteed aan de aankoop van cryptovaluta. In de periode van februari 2018 tot en met juli 2018 is daarmee een negatief rendement behaald van ongeveer € 235.000,-. Niettemin is onder vermelding van ‘rendement’ geld uitgekeerd aan diverse beleggers, welke uitkeringen (vermoedelijk) zijn betaald met de inleg van andere (nieuwe) deelnemers. In totaal is op dit moment onder verdachten en onder derden beslag gelegd ex artikel 94 Wetboek van Strafvordering (Sv) en artikel 94a Sv ten bedrage van € 2.024.140,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.