← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:6618

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752114-18 RK nummer: 19/1522 Datum uitspraak: 29 augustus 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 7 maart 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 30 juli 2018 door de Regional Court in Poznań (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1959, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 augustus 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een judgment of the District Court Poznań – Stare Miasto in Poznań of 19 January 2011 (reference number III K 1016/10) sentencing [opgeëiste persoon] to 1 year’s imprisonment conditionally suspended for 7 years’ probation. Pursuant to the decision of the District Court Poznań – Stare Miasto in Poznań of 6 May 2016 (reference number III Ko 558/16) the execution of the above-mentioned custodial sentence was activated. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 3.1. Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW 3.1.1. Inhoud van de stukken Onderdeel
  2. d)van het EAB houdt onder meer het volgende in: Indicate if the person appeared in person at the trial resulting in the decision: Yes, the person appeared in person at the trial resulting in the decision. (…) Op verzoek van de officier van justitie heeft de Regional Court in Poznań bij brief van 24 mei 2019 onder meer het volgende medegedeeld: In reply to your inquiry of 16 May 2019 concerning [opgeëiste persoon] , DOB [geboortedag] 1959, we would like to inform you that in case conducted before the District Court for Poznań – Stare Miasto, reference number III K 1016/10, the judgment was passed at the trial at which the aforesaid person originally appeared in person. There was a break in session and mr. [opgeëiste persoon] was notified that the judgment would be announced later the same day, at 14:40. After the break he did not appear and was not present at the announcement of the judgment. 3.1.2. Standpunt van de raadsman De raadsman heeft betoogd dat de stukken ongenoegzaam zijn, nu niet uit het EAB blijkt om welke reden de voorwaardelijke straf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf. 3.1.3. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat artikel 12 OLW niet van toepassing is. Blijkens het EAB – en de aanvullende informatie – is de opgeëiste persoon op de terechtzitting aanwezig geweest waar de voorwaardelijke straf is opgelegd. Voor zover de raadsman heeft willen betogen dat de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is ten aanzien van de uitspraak waarbij de voorwaardelijke straf is omgezet in een onvoorwaardelijke straf, volgt de rechtbank hem daarin niet. Het Hof van Justitie van de Europese Unie (Hof van Justitie) heeft in een uitspraak van 22 december 2017 C-571/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:1026, Ardic) bepaald dat beslissingen tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf niet onder de reikwijdte van artikel 6 lid 1 EVRM en evenmin onder de reikwijdte van artikel 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ vallen, voor zover noch de aard noch de maat van de aanvankelijk uitgesproken straf is gewijzigd. Van een dergelijke wijziging van de aanvankelijk uitgesproken straf is in deze zaak niet gebleken. De rechtbank verwerpt het verweer. 4Strafbaarheid Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit het strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. Het feit valt op deze lijst onder nummer 20, te weten: oplichting; en onder nummer 23, te weten: vervalsing van administratieve documenten en handel in valse documenten; vervalsing van betaalmiddelen. 5Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 6Toepasselijke wetsbepalingen De artikelen 2, 5 en 7 OLW. 7Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan de Regional Court in Poznań, Polen. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. V.V. Essenburg en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 augustus 2019. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.