← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:6620

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751549-19 RK nummer: 19/3686 Datum uitspraak: 29 augustus 2019 UITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 juni 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 7 juni 2019 door het Amtsgericht Kleve (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1965, verblijvend op het adres van [naam instelling] , [adres] , [plaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 15 augustus

  1. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. O.O. van der Lee, advocaat te Amsterdam. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Nederlandse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 15 januari 2018 van het Amtsgericht Kleve met dossiernummer 12 Ds – 311 Js 504/17 – 520/
  2. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar Duits recht strafbaar feit. Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. 4Strafbaarheid Feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a 2°, OLW zijn neergelegd. De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan. Het feit levert naar Nederlands recht op: diefstal. 5De garantie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, OLW De opgeëiste persoon heeft de Nederlandse nationaliteit. Zijn overlevering kan daarom alleen worden toegestaan, indien naar het oordeel van de rechtbank is gewaarborgd dat, zo hij ter zake van het feit waarvoor de overlevering kan worden toegestaan in de uitvaardigende lidstaat tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf wordt veroordeeld, hij deze straf in Nederland zal mogen ondergaan. 5.
  3. Inhoud van de stukken Op 21 juni 2019 is uitspraak gedaan in de zaak met parketnummer 13/751299-19, welke zag op een EAB tegen de opgeëiste persoon dat op 1 februari 2019 door Der Leitende Oberstaatsanwalt in Kleve is uitgevaardigd. In die zaak heeft der Leitende Oberstaatsanwalt in Kleve bij brief van 17 april 2019 de volgende garantie gegeven: (…) lt is assured that in the event of a final sentence to imprisonment without suspension on probation within the Federal Republic of Germany the wanted person, [opgeëiste persoon] , will be transferred back to the Netherlands according to the Council Framework Decision 2008/909/HA of 27th November
  4. In die zaak is het Openbaar Ministerie – in verband met het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 27 mei 2019 in de zaken C-508/18 en C-82/19 PPU – niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft het Amtsgericht Kleve op 7 juni 2019 het onderhavig EAB uitgevaardigd, dat exact dezelfde inhoud heeft als het hiervoor genoemde EAB. Het verschil met het vorige EAB is dat het onderhavige EAB ditmaal is uitgevaardigd door een Duitse rechtbank in plaats van door het Duitse Openbaar Ministerie. Het Nederlandse Openbaar Ministerie heeft gevraagd of de hiervoor genoemde terugkeergarantie – gelet op het gegeven dat de EAB’s wat inhoud betreft identiek zijn – in de onderhavige zaak onverkort van kracht is. Hierop heeft de Duitse uitvaardigende autoriteit bij e-mail van 18 juni 2019 het volgende vermeld: Unfortunately, the examining judge in Germany is not responsible to confirm the guarantee of return. This is a matter concerning the prosecutor. The only thing I can do is to confirm that, if there is a guarantee of return, issued by a prosecutor before, it is also valid for the EAW issued by the examining judge against [opgeëiste persoon] . 5.
  5. Standpunt van de raadsman De raadsman heeft – kort gezegd – betoogd dat de terugkeergarantie ongenoegzaam is, nu deze niet opnieuw door het Duitse Openbaar Ministerie is uitgevaardigd. 5.
  6. Oordeel van de rechtbank De rechtbank is – met de officier van justitie – van oordeel dat voornoemde terugkeergarantie – tezamen met de aanvullende e-mail van 18 juni 2019 – voldoende is, nu de inhoud van de twee EAB’s identiek is. Er is geen reden te twijfelen dat de terugkeergarantie van 17 april 2019 niet van kracht zal zijn ten aanzien van het onderhavige EAB. Verder volgt uit artikel 2:13, eerste lid, aanhef en onder f, Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties dat deze terugkeergarantie alleen kan worden geëffectueerd, indien het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is. Aan deze voorwaarde is voldaan. 6Slotsom Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan. 7Toepasselijke wetsartikelen Artikel 310 Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6 en 7 OLW. 8Beslissing STAAT TOE de overlevering van [opgeëiste persoon] aan het Amtsgericht Kleve, Duitsland. Aldus gedaan door mr. M. van Mourik, voorzitter, mrs. V.V. Essenburg en H.G. van der Wilt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 29 augustus
  7. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.