← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:7189

Beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/845079-16 RK: 19/334 Beschikking op het verzoek ex 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [verzoeker], geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats], wonende op het adres [adres 1], woonplaats kiezend op het kantooradres van zijn raadsman, mr. T. van Riel, [adres 2], verzoeker. De procesgang Het verzoekschrift is op 21 januari 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Op 19 maart 2019 heeft het Openbaar Ministerie zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 14 mei 2019 verzoeker, zijn raadsman van verzoeker en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. De inhoud van het verzoekschrift Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 10.636,41 voor de kosten van de raadsman, € 700,00 wegens tijdverzuim, en € 280,00 voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 550,00 indien het verzoek ook in raadkamer wordt behandeld. Gelet op het standpunt van het Openbaar Ministerie heeft de raadsman van verzoeker in raadkamer geen nadere opmerkingen gemaakt over het verzoek. Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft – met verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – verklaard zich niet te verzetten tegen het toekennen van de een vergoeding voor kosten van de raadsman. De beoordeling Indien de zaak tegen een verdachte eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht kan op verzoek van de gewezen verdachte op grond van artikel 591a lid 2 Sv, aan hem, uit ’s Rijks kas een vergoeding worden toegekend voor de schade, die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede in de kosten van een raadsman. Het verzoek kan slechts worden ingediend binnen drie maanden na de beëindiging van de zaak. Verzoeker is op 31 oktober 2018 door de meervoudige kamer van deze rechtbank vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. De strafzaak tegen verzoeker is vervolgens op 15 november 2018 onherroepelijk geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel. Het verzoek van 21 januari 2019 is dan ook tijdig ingediend. De rechtbank acht, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig een vergoeding toe te kennen voor de kosten van de raadsman en de schade die verzoeker ten gevolge van tijdverzuim heeft geleden. De opgegeven kosten worden gestaafd door de overgelegde urenspecificaties, declaraties en de overgelegde salarisspecificatie. De gevraagde vergoeding zal dan ook worden toegekend. De rechtbank zal in deze zaak € 280,- toekennen voor het opmaken, indienen en behandelen van het verzoekschrift. De zaak is weliswaar op zitting aangebracht, maar is – gelet op het vooraf reeds bekende standpunt van het Openbaar Ministerie – daar niet nader besproken en vergelijkbaar met andere door de raadsman gelijktijdig ingediende en ter zitting wel behandelde verzoeken. De rechtbank komt tot de volgende beslissing. De beslissing De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 10.636,41 (tienduizendzeshonderdzesendertig euro en eenenveertig eurocent) voor de kosten van de raadsman, alsmede een vergoeding van € 700,00 (zevenhonderd euro) wegens tijdverzuim. De rechtbank kent aan verzoeker uit ’s Rijks kas een vergoeding toe van € 280,00 (tweehonderdtachtig euro) voor de kosten van het opstellen en indienen van het verzoekschrift. Wijst het meer of anders verzochte af. Deze beslissing is gegeven door mr. P.L.C.M. Ficq, voorzitter, mrs. L. Dolfing en Y. Moussaoui, rechters in tegenwoordigheid van mr. M.H. Ettema, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2019. Tegen deze beslissing staat voor verzoeker hoger beroep open, in te stellen ter griffie van deze rechtbank, binnen een maand na betekening van deze beschikking. De meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam beveelt de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 11.616,41 (elfduizendzeshonderdzestien euro en eenenveertig eurocent) op IBAN-nummer [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Loo Van Riel advocaten, onder vermelding van vergoeding 89 en 591a Sv, inzake: [verzoeker] / OM. Aldus gedaan op 4 juni 2019 door mr. P.L.C.M. Ficq, rechter.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.