beschikking RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling Publiekrecht Teams Strafrecht Parketnummer: 13/994027-16 RK: 19/740 Beschikking op het verzoek ex 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van: [naam verzoekster] terzake vertegenwoordigd door en woonplaats kiezend op het kantooradres van haar raadslieden, mrs. G.M. Boezelman en I. Leenders, [adres] , verzoekster. 1De procesgang Het verzoekschrift is op 1 februari 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. Het Openbaar Ministerie heeft zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft op 20 augustus 2019 de (gemachtigde) raadslieden van verzoekster, mr. G.M. Boezelman en J.R.J. Gijsen, en de officier van justitie in openbare raadkamer gehoord. 2De inhoud van het verzoekschrift Het verzoek strekt tot het toekennen van een vergoeding van € 45.434,11 voor de kosten van de raadslieden, € 3.780,00 voor de kosten van de door de verdediging ingeschakelde deskundige, en € 5.000,00 voor de kosten van het opstellen, indienen en behandelen van het verzoekschrift. In raadkamer hebben de raadslieden ter aanvulling op het verzoekschrift en naar aanleiding van het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – kort samengevat – het volgende aangevoerd. De door de raadslieden verrichte werkzaamheden komen voor volledige vergoeding in aanmerking. Verzoekster is 33 maanden onterecht als verdachte aangemerkt en aan de inspanningen van de raadslieden is het te danken dat een (onnodige) gerechtelijke procedure is voorkomen. Ook is in het kader van het aantonen van de onschuld van verzoekster een deskundige ingeschakeld. Dit onderzoek was nodig in verband met de complexiteit van de zaak en heeft bijgedragen aan het oordeel van het Openbaar Ministerie dat verzoekster geen blaam treft, op grond waarvan de zaak is geseponeerd. Gelet daarop dienen ook de kosten van de deskundige in zijn geheel voor vergoeding in aanmerking te komen. Ten aanzien van de declaraties is volgens de raadslieden voorts het volgende van belang. Het aantal gedeclareerde uren is ongeveer 110, hetgeen, gelet op de complexiteit, de duur van de verdenking en de inspanningen om het Openbaar Ministerie te overtuigen van de onschuld van verzoekster, niet is aan te merken als bovenmatig. Weliswaar is verzoekster vanuit het “four eyes principle” bijgestaan door twee raadslieden, maar dit betekent niet dat dubbele werkzaamheden zijn verricht. Integendeel: voor werkzaamheden die minder ervaring vereisten, zijn zelfs collega’s, waaronder stagiairs, met een lager uurtarief ingeschakeld. Daarnaast was bij het verhoor van verzoekster en bij de bespreking met het Openbaar Ministerie slechts één van de raadslieden aanwezig. Wel betekent dit principe dat intern overleg plaatsvindt omtrent de aanpak van de zaak. De declaraties zijn in diverse categorieën gespecificeerd. Deze uurcode is vrij summier omschreven in verband met het verschoningsrecht. De werkzaamheden die vallen onder de code advies/opinie lopen uiteen. Jurisprudentie-onderzoek en literatuurstudie vallen daar ook onder. De kantoorkosten zijn 6%. In de declaraties is geen uurtarief vermeld. Gemiddeld genomen bedraagt het uurtarief € 320,- (waarbij de totale kosten zijn gedeeld door het aantal aan de zaak gewerkte uren). Dit is een marktconform uurtarief, in rekening gebracht voor een zaak waarin specialistische kennis van het bijzondere strafrecht noodzakelijk was. Gelet op het voorgaande wordt verzocht het verzoek in zijn geheel toe te wijzen. Verzoekster heeft een goede reputatie op het gebied van bodemsanering en het was dan ook van groot belang om te voorkomen dat zij een strafblad zou krijgen. Daarom heeft de verdediging er alles aan gedaan om de zaak tot een goed einde te brengen. Er is veel overleg gepleegd om de procespositie te bepalen. Er is uiteindelijk meermalen met het Openbaar Ministerie gecorrespondeerd, hetgeen elke keer heeft geleid tot het verlagen van het schikkingsbedrag, en uiteindelijk tot een sepot. Ten aanzien van de BTW heeft verzoekster zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de deskundige is namens verzoekster opgemerkt dat deze is ingeschakeld in verband met de complexiteit van de zaak en het feit dat hij zowel over de theoretische kennis als over feitelijke ervaring beschikt om de verdenking te beoordelen, inzichtelijk te maken en te weerleggen. De deskundige was al eerder betrokken bij het project waar het in deze zaak om ging. Zijn kosten zien slechts op de uren die in het kader van deze verdenking zijn gewerkt. De door hem gemaakte kosten komen dus ook voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 5.000,00 is opgemerkt dat het onredelijk is om in dit geval te volstaan met het forfaitaire bedrag dat normaliter wordt toegekend voor de verzoekschriftprocedure. 3Het standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft – met verwijzing naar het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie – verklaard zich te verzetten tegen het toekennen van de vergoeding voor kosten van de raadslieden zoals deze is verzocht. Anders dan in het schriftelijk standpunt van het Openbaar Ministerie stond, is allereerst aangevoerd dat het onderzoek weliswaar een beperkt dossier heeft opgeleverd, maar dat het onderzoek inderdaad complexe materie betrof, waarbij diverse schriftelijke rondes en een overleg nodig waren om het Openbaar Ministerie tot een ander oordeel te brengen en tot een sepot te komen. Desondanks komt het verzoek buitensporig voor. Uit de nota waarin alleen door mr. Leenders gedeclareerde werkzaamheden zijn opgenomen, kan worden herleid dat zijn uurtarief € 396,50 is. Een dergelijk bedrag, exclusief kantoorkosten en BTW, is een specialistentarief, zodat niet direct begrijpelijk is waarom naast deze specialist een tweede advocaat is ingeschakeld. Daarnaast is door beide specialistische advocaten al voor 18 uur aan werkzaamheden verricht vóór het onderzoek was afgerond en er enig stuk was vertrekt. Bovendien is niet goed voorstelbaar dat een verhoor zeven uren heeft geduurd bij een zwijgende verdachte. Voorts zijn er twee jonge stagiaires en een juridisch medewerker op de zaak gezet, die gezamenlijk voor ruim 40 uur hebben gedeclareerd. Weliswaar is inschakeling van ‘goedkopere’ krachten voor zaken waarvoor dat kan prijzenswaardig. Anderzijds doen deze personen, mede in het kader van hun opleiding, vaak langer over taken en zouden deze uren eerder als opleidingskosten te bestempelen zijn. Het verzoek ten aanzien van deze uren zou dan ook, mede gelet op de ook in rekening gebracht specialistische bijstand van de deskundige, gehalveerd dienen te worden. Daarnaast is de verzochte BTW voor verzoekster fiscaal aftrekbaar en komt deze niet als geleden schade voor vergoeding in aanmerking. Ten aanzien van de kosten voor het deskundigenonderzoek is aangevoerd dat deze voor vergoeding in aanmerking komen. Wel is opgemerkt dat beide raadslieden al gespecialiseerd zijn, maar dat kennelijk desondanks toch een deskundige is ingeschakeld. Deze was bovendien al bij het bedrijf betrokken, zodat de werkzaamheden in het kader van de strafzaak (en daarmee de bijbehorende declaratie) mogelijk moeilijk te scheiden zijn ten opzichte van zijn overige werkzaamheden, waaronder de bestuursrechtelijke procedure. Overigens heeft zijn bijdrage wel bijgedragen aan het feit dat het Openbaar Ministerie tot een sepot is gekomen. Tot slot is ten aanzien van de kosten van het verzoek verzocht de forfaitaire vergoeding toe te kennen, nu hiervoor geen specialistische kennis en/of werkzaamheden zijn vereist. 4De beoordeling 4.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.