RECHTBANK AMSTERDAM Parketnummer: 13/684104-18 BESLISSING NA VEROORDELING TOT VOORWAARDELIJKE STRAF Beslissing op de vordering van de officier van justitie van 3 juli 2019, tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke veroordeling die bij onherroepelijk geworden vonnis van 7 augustus 2018 is opgelegd in de strafzaak tegen: [naam veroordeelde] geboren te [geboorteplaats] ( [Land van herkomst] ) op [geboortedag 1] 1999, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] thans gedetineerd in het [detentie adres] . Bij voormeld vonnis is [naam veroordeelde] voornoemd (verder: veroordeelde) veroordeeld tot een jeugddetentie van 120 (honderdtwintig) dagen, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, met bevel dat een gedeelte van die straf, te weten 28 (achtentwintig dagen) niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de daarbij op 2 (twee) jaren vastgestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel niet heeft nageleefd de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarden, te weten dat veroordeelde: zich moet houden aan de aanwijzingen die de Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde. Daartoe moet de veroordeelde zich melden bij Reclassering Nederland op het adres [adres] in Amsterdam, zo lang en zo vaak als de reclassering nodig acht en de eerste keer binnen 2 weken na het onherroepelijk worden van dit vonnis; moet meewerken aan ambulante behandeling bij forensische polikliniek De Waag of soortgelijke instelling voor ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering. De veroordeelde moet zich houden aan het behandelplan en de bijkomende interventies die noodzakelijk worden geacht door De Waag; geen contact mag (laten) leggen met de medeverdachten in de onderhavige strafzaak, te weten [naam 1] , geboren op [geboortedag 2] 1991 in Amsterdam, [naam 2] , geboren op [geboortedag 3] 2001 in Amsterdam, en [naam 3] , geboren op [geboortedag 4] 2002 in Amsterdam, voor de duur van maximaal zes maanden. De inhoud van de vordering De vordering van de officier van justitie strekt ertoe dat die niet ten uitvoer gelegde straf alsnog zal worden ten uitvoer gelegd. De procesgang De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken: het vonnis van 7 augustus 2018; een reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 24 juni 2019, inhoudende het advies om over te gaan tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke strafdeel. De rechtbank heeft op 20 augustus 2019 ter openbare terechtzitting gehoord de officier van justitie en de (waarnemend) raadsvrouw van veroordeelde, mr. I. Raterman, advocaat te Amsterdam. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat veroordeelde vanwege een combinatie van straffen in contact kwam met de reclassering. Daar kreeg hij te maken met drie verschillende mensen, waardoor veroordeelde het overzicht niet meer kon bewaren. Bovendien had hij het idee dat er langs elkaar heen werd gewerkt. Omdat hij dat niet wilde en omdat dit niet werkte, heeft hij gezegd dat hij geen reclasseringstoezicht meer wil. Dat is ook zijn huidige standpunt. Desondanks is verzocht de vordering af te wijzen en de aan veroordeelde opgelegde voorwaarden te wijzigen, in die zin dat de bijzondere voorwaarden worden geschrapt. Veroordeelde heeft een goede band met zijn begeleider vanuit de Top
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.