vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/655388 / HA ZA 18-1030 Vonnis van 9 oktober 2019 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PALMENKWEKERIJ FORSTERIANA B.V., gevestigd te Bleiswijk, eiseres, advocaat mr. J.A.M. van Dieren te Utrecht, tegen de naamloze vennootschap ING BANK N.V., gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. M.A. Algra te Tiel. Partijen worden hierna Forsteriana en ING genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 24 april 2019 waarbij een comparitie van partijen is bepaald, het proces-verbaal van comparitie van 15 juli 2019 met de daarin genoemde stukken en proceshandelingen. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Forsteriana exploiteerde tot begin 2016 een onderneming die zich richtte op de glastuinbouw. Middellijk bestuurder is [middelijk bestuurder] (hierna [middelijk bestuurder] ). 2.2. Op 22 februari 2008 heeft Forsteriana een offerte van ING ondertekend voor een uitbreiding van haar kredietfaciliteit. Het krediet bestond voor een deel uit een rentevastlening met een hoofdsom van € 1,7 miljoen. Op de tweede bladzijde van de offerte, betrekking hebbend op de rentevastlening, heeft Forsteriana onder het kopje “Debetrente” optie 3 aangekruist. Daarbij is vermeld: “Ik kies voor de volgende debetrentecondities: Rente 4,75% per jaar Rentevastperiode 120 maanden, tot 1 maart 2018 Rentevastpremie 0,05% per maand (…)” Bij het kopje “Vervroegde aflossing” is op de derde bladzijde vermeld: “Zonder vergoeding mogelijk aan het einde van de rentevastperiode.” 2.3. De van toepassing zijnde Algemene Bepalingen van Kredietverlening van ING luiden voor zover hier van belang: “ Artikel 11 Vervroegde opeisbaarheid (…) 11.2 In geval van vervroegde aflossing van Leningen met een vast rentepercentage als gevolg van één van de genoemde gebeurtenissen is artikel 25.2 van toepassing (…) Artikel 25 Vergoeding in geval van vervroegde aflossing (…) 25.2 In geval van een vervroegde aflossing waarin niet in de Kredietovereenkomst is voorzien dient de Kredietnemer, naast nog verschuldigde debetrente en kosten, een vergoeding te betalen voor het renteverschil, die de Bank over de resterende rentevastperiode derft. Dit is ook van toepassing als de vervroegde aflossing het gevolg is van opeising in de zin van artikel 11 van de Algemene Bepalingen. (…)” 2.4. Forsteriana werd na het afsluiten van de kredietfaciliteit getroffen door de crisis in de glastuinbouw waardoor zij meerdere jaren op rij verlies leed. Bij brief van 16 september 2013 heeft ING aan Forsteriana meegedeeld dat haar dossier naar de afdeling Intensief Beheer was overgeboekt. 2.5. Bij brief van 23 oktober 2013 heeft ING aan Forsteriana geschreven, refererend aan een op 10 oktober 2013 gevoerd gesprek, dat zij zich ernstige zorgen maakte over de continuïteit van de onderneming en daarom niet hoger wenste te financieren. 2.6. Bij e-mail van 30 oktober 2013 heeft ING aan Forsteriana geschreven dat zij op basis van door Forsteriana aan te leveren rapportages zou bezien of en zo ja op welke wijze ING het kredietarrangement van Forsteriana zou continueren. 2.7. Bij e-mail van 19 december 2013 heeft ING aan Forsteriana meegedeeld dat de kredietfaciliteit voorlopig ongewijzigd zou worden gecontinueerd. 2.8. Bij brief van 20 mei 2014 heeft ING aan Forsteriana een gesprek bevestigd van 15 mei 2014. In de brief is vermeld dat door voorraadafwaardering het verlies over 2013 groter was dan gedacht en dat de vermogenspositie is verslechterd. ING deelde mee dat ING zich nog altijd zorgen maakte over de continuïteit van de onderneming. In de brief is verder vermeld dat het krediet werd gecontinueerd onder de voorwaarde dat de aflossingen werden verhoogd. Tenslotte vermeldt de brief dat tijdens het gesprek van 15 mei 2014 is gesproken over de bedrijfsopvolging van [middelijk bestuurder] . 2.9. Bij brief van 7 april 2015 heeft ING aan Forsteriana meegedeeld dat de kredietfaciliteit ongewijzigd zou worden gecontinueerd tot uiterlijk 15 februari 2016 op welke datum zij aan de hand van door Forsteriana aan te leveren gegevens, waaronder een financiële uitwerking van de bedrijfsoverdracht, de kredietverlening opnieuw zou bezien. 2.10. Bij brief van 31 augustus 2015 aan Forsteriana heeft ING herhaald dat zij de eerder genoemde gegevens wilde ontvangen en naar aanleiding daarvan de kredietverlening opnieuw zou bezien. 2.11. Op 9 november 2015 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen Forsteriana en ING waarbij is gesproken over het feit dat Forsteriana haar vastgoed te koop had gezet. 2.12. Bij brief van 26 november 2015 heeft ING aan Forsteriana de inhoud van het gesprek van 9 november 2015 bevestigd. De brief luidt, voor zover hier van belang: “Aanleiding voor het gesprek was het feit dat wij uit de markt vernamen dat het aan ING ondergezette onroerend goed in de verkoop staat. (…) Zoals reeds gecommuniceerd in een eerder schrijven van ING behouden wij ons uitdrukkelijk het recht voor op basis van nieuwe ontwikkelingen, nieuwe informatie of het uitblijven daarvan ons thans ingenomen standpunt te herzien. (…) U gaf aan dat het in de verkoop zetten van het onroerend goed enkel tot doel had om de markt te sonderen. U gaf echter tevens aan dat u bij een goede prijs voornemens bent het onroerend goed van de hand te doen. Om misverstanden te voorkomen, gaven wij aan dat ING conform onze algemene bepalingen schriftelijke toestemming moeten geven – voorafgaand aan de verkoop van het onderhavige onroerend goed – voor royement van onze hypothecaire inschrijving en dat wij thans op het standpunt staan dat u de kredietfaciliteit uit de verkoopopbrengst integraal aflost. U zei zich hiervan bewust te zijn. (…)” 2.13. Op 30 december 2015 heeft Forsteriana haar vastgoed verkocht. Uit de opbrengst van € 1,6 miljoen kon zij het krediet van ING aflossen. 2.14. Op 14 januari 2016 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen ING en Forsteriana. Een door ING opgemaakte notitie van dit gesprek luidt, voor zover hier van belang: “Kwekerij is verkocht. Transportdatum 1-4-2016. Zonder voorbehouden. EUR 1,6 mln. Planten niet. ING wordt volledig afgelost. Reeds 10% bij notaris gestald. (…) [middelijk bestuurder] gaat ervan uit dat wij boetevrij (neen – VVVA!) afscheid nemen van elkaar. Hij zegt voldoende correspondentie (ook oude blijkbaar) te hebben, waaruit blijkt dat hij zich gedwongen voelt om de zaak te verkopen. Derhalve geen VVA te betalen, aangezien hij ook altijd zijn verplichtingen is nagekomen en wij nu volledig worden afgelost. Ik heb aangegeven dat ik die mening niet deel – ook in zijn belang (leeftijd) etcetera om te verkopen; (…)” 2.15. Bij brief van 29 januari 2016 heeft ING aan Forsteriana een voorlopige aflosnota gestuurd waarin een vergoeding voor vervroegde aflossing is opgenomen. Forsteriana heeft € 108.816 aan ING voldaan als vergoeding voor de vervroegde aflossing. 3Het geschil 3.1. Forsteriana vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.