vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Afdeling privaatrecht zaaknummer / rolnummer: C/13/664318 / HA ZA 19-368 Vonnis van 16 oktober 2019 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. D.A. Wahid-Manusama te Rotterdam, tegen de vereniging RAAD VAN BEHEER OP KYNOLOGISCH GEBIED IN NEDERLAND, gevestigd te Amsterdam, gedaagde, advocaat mr. I.E. Boissevain te Utrecht. Partijen zullen hierna [eiseres] en de Raad genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 21 maart 2019, met producties, de conclusie van antwoord, met producties, het tussenvonnis van 10 juli 2019, waarbij een comparitie van partijen is gelast, de conclusie houdende vermeerdering/wijziging van eis en overlegging van producties, het proces-verbaal van comparitie van 3 september 2019 en de daarin vermelde stukken, de brief van mr. Wahid-Manusama van 13 september 2019 met opmerkingen over het proces-verbaal. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] is circa dertig jaar actief als fokker van de Engelse Cocker Spaniël. De door [eiseres] opgerichte kennel heet [kennelnaam] . De Raad heeft [eiseres] het recht toegekend om de kennelnaam te voeren. 2.2. [eiseres] is lid van de rasvereniging Nederlandse Spaniel Club. De Nederlandse Spaniel Club is lid van de Raad. 2.3. In de statuten van de Raad staat, voor zover van belang, het volgende opgenomen: “ (…) Naam en zetel, historie en duur. Begripsomschrijvingen Artikel 1 (…) 3. Tenzij het tegendeel uitdrukkelijk blijkt of kennelijk anders is bedoeld wordt in de statuten verstaan onder: (…) f. Tuchtcollege: het met de kynologische tuchtrechtspraak belaste college; (…) Doel, middelen en reikwijdte Artikel 2 1. De Raad van Beheer heeft ten doel: a. de bevordering van de kynologie in Nederland, het stellen van regels met betrekking tot alle vormen van hondensport in Nederland, zomede het bestrijden van alle handelingen die de belangen of het aanzien van de Nederlandse Kynologie kunnen schaden, ongeacht of deze handelingen in of buiten Nederland worden gepleegd; b. het voeren van een stamboekhouding voor rashonden; c. de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties; d. uitvoering van de wettelijke regels en de daarop gebaseerde uitvoeringsvoorschriften op het gebied van de gezondheid en het welzijn van honden; (…) 3. Ieder die in Nederland deelneemt aan enige door of vanwege de Raad van Beheer gereglementeerde tak van hondensport, aanvaardt daardoor de rechtsmacht van de reglementen en besluiten van de Raad van Beheer op het gebied van Kynologie in het algemeen en de betrokken tak van hondensport in het bijzonder. (…) Geschillen en tuchtrechtspraak Artikel 23 (…) 2. Er is een Tuchtcollege voor de Kynologie, dat met uitsluiting van ieder ander, bevoegd is tot rechtspleging in alle gevallen, waarin de in het Huishoudelijk Reglement opgenomen verbodsbepalingen worden overtreden, dan wel enige statutaire of reglementaire bepaling niet wordt nageleefd door een ieder die direct of indirect aan de rechtsmacht van de Raad van Beheer is onderworpen op grond van het bepaalde in deze statuten of de algemene voorwaarden van levering, zoals deze bij de griffie van de rechtbank te Amsterdam zijn gedeponeerd. De taak, samenstelling en werkwijze van het Tuchtcollege wordt bij Huishoudelijk Reglement nader geregeld. (…)”. 2.4. In het Kynologisch Reglement (hierna: KR) van de Raad is, voor zover relevant, het volgende bepaald: “(…) Hoofdstuk VI Tuchtrecht (…) Titel 2 Bijzondere verboden (…) Artikel VI.23D Het is verboden om met honden te fokken die aantoonbaar lijden aan een of meer aandoeningen die de gezondheid en het welzijn van de hond of zijn nakomelingen ernstig in gevaar kan brengen. Aandoeningen dienen te worden verwoord in het VFR van de rasvereniging. Indien verschillende rasverenigingen voor hetzelfde ras niet tot een eenduidig overzicht komen zal deze door de gezondheidscommissie worden opgesteld en ter vaststelling worden voorgelegd aan de Raad van Beheer. Titel 3 Straffen Artikel VI.24 Hij die in strijd met de verbodsbepalingen uit Titel 2 handelt of nalaat te handelen en hij die anderszins het aanzien of de belangen van de kynologie schaadt, kan gestraft worden met een of meer der volgende straffen: a. berisping; b. geldboete tot ten hoogste € 10.000,-; c. tijdelijke of blijvende diskwalificatie van zijn persoon; d. tijdelijke of blijvende diskwalificatie van een of meer der honden waarvan hij Eigenaar is; e. ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam; (…) Artikel VI.29 Gediskwalificeerde personen worden voor de duur van hun diskwalificatie uitgesloten van deelname aan de georganiseerde kynologie. Dat houdt in: a. dat zij tijdens de duur van hun diskwalificatie geen honden mogen uitbrengen op Exposities en wedstrijden; b. dat honden, waarvan zij Eigenaar zijn tijdens de duur van hun diskwalificatie niet mogen worden toegelaten op Exposities en wedstrijden; c. dat zij tijdens de duur van hun diskwalificatie geen toegang hebben tot gebouwen en terreinen waar Exposities of wedstrijden worden gehouden; d. dat zij tijdens de duur van hun diskwalificatie niet betrokken mogen zijn bij de voorbereiding of organisatie van Exposities of wedstrijden; e. dat door hen tijdens de duur van hun diskwalificatie gefokte honden niet worden ingeschreven in de Nederlandse stamboekhouding; f. dat pups geboren uit een combinatie waarvan de vaderhond eigendom is van een gediskwalificeerd persoon niet in de Nederlandse stamboekhouding worden ingeschreven; g. dat honden die tijdens de duur van de diskwalificatie door hen worden vervreemd, door de Raad van Beheer niet op de naam van de verkrijger worden geregistreerd, waardoor zij Eigenaar, in de zin van het Kynologisch Reglement van die honden blijven. (…) Titel 5 Procedure (…) Artikel VI.43 1. Het Bestuur van de Raad van Beheer neemt binnen drie maanden na ontvangst van een klacht een beslissing over de verdere behandeling, hetzij door te vorderen dat het Tuchtcollege de zaak in behandeling neemt en daarvan aan de klager en de Beklaagde mededeling te doen, hetzij onder opgave van redenen aan de klager en de Beklaagde mee te delen dat de klacht niet bij het Tuchtcollege aanhang zal worden gemaakt.” 2.5. [eiseres] heeft in de zomer van 2017 gefokt met een teefje, genaamd [naam 1] (hierna: [naam 1] ), dat aan één oog Cataract heeft. Het betreffende nestje, bestaande uit acht pups, werd op 26 augustus 2017 geboren. 2.6. Bij e-mail van 27 oktober 2017 heeft (het hoofd juridische zaken van) de Raad aan [eiseres] het volgende, voor zover van belang, bericht: “(…) Deze zomer heeft u dek- en geboorteaangifte gedaan voor de combinatie [naam 1] (…) X [naam 2] (…). Uit deze combinatie zijn 8 pups geboren, waarvoor u vorige week de stambomen heeft ontvangen. Recentelijk is de Raad van Beheer er echter op gewezen dat de teef – [naam 1] (…) op 22 december 2016 een oogonderzoek heeft ondergaan. Uit dit onderzoek is gebleken dat de teef niet vrij corticaal is voor cataract (niet-congentiaal). In zowel het VFR van de Nederlandse Spaniel Club als die van de Engelse Cocker Spaniel Club Nederland is opgenomen dat niet gefokt mag worden met de erfelijke oogaandoening cataract. Naar de mening van de Raad van Beheer betekent dat dit u artikel VI.23D KR heeft overtreden. (…) De Raad van Beheer is dan ook voornemens om tegen u een klacht in te dienen bij het Tuchtcollege. Voordat wij hiertoe over gaan, willen wij – in het kader van hoor en wederhoor – in de gelegenheid stellen op bovenstaande te reageren. (…)”. 2.7. Door [eiseres] is per e-mail van 2 november 2017 gereageerd op het voornemen van de Raad. 2.8. Nadien heeft de Raad bij e-mail van 7 november 2017 [eiseres] bericht dat zij een klacht gaat indienen tegen haar bij het Tuchtcollege. 2.9. [eiseres] heeft bij brief van 21 november 2017 aan het Tuchtcollege gereageerd op de tegen haar ingediende klacht. 2.10. De Nederlandse Spaniel Club heeft [eiseres] bij beslissing van 24 november 2017 bestraft voor het overtreden van het Verenigingsfokreglement door het fokken met [naam 1] , die niet vrij van Cataract is verklaard. Aan [eiseres] is een waarschuwing opgelegd, waarbij wanneer zich een vergelijkbare situatie zou voordoen binnen vijf jaar, dat zou kunnen resulteren in een schorsing van [eiseres] van één tot maximaal drie jaar. 2.11. Het Tuchtcollege heeft op 12 december 2017 uitspraak gedaan. De uitspraak is op 9 januari 2018 schriftelijk en per aangetekende post aan [eiseres] verzonden. In de uitspraak staat, voor zover relevant, het volgende opgenomen: “(…) HET VERWETEN GEDRAG De beklaagde (…) wordt verweten dat zij met deze hond heeft gefokt, terwijl deze aantoonbaar lijdt aan een aandoening die de gezondheid en het welzijn van de hond en of de nakomeling ernstig in gevaar kan brengen; deze hond lijdt aan de erfelijke oogziekte ‘cataract (niet-congenitaal)’. Dit blijkt uit de uitslag van het oogonderzoek van 22 december 2016. De gewraakte dekking heeft plaatsgevonden op 29 juni 2017. Artikel VI.23D Kynologisch Reglement In zowel het Verenigings Fokreglement van de Nederlandse Spaniel Club als dat van de Engelse Cocker Spaniel Club Nederland is opgenomen dat niet gefokt mag worden met honden die lijden aan de erfelijke oogaandoening cataract. (…) Verklaring beklaagde: Ter zitting verklaarde beklaagde onder andere dat de teef [naam 1] na onderzoek aan één oog de ziekte cataract bleek te hebben. Deze teef was de laatste hond van een bloedlijn, welk beklaagde wilde vasthouden. Omdat beklaagde zeer veel belang hechtte aan deze lijn heeft zij, bewust en weloverwogen, besloten deze teef toch te laten dekken door een reu, vrij van HD APRA gentest vrij, FN gentest vrij, ecvo onderzoek vrij. OVERWEGINGEN Uit het door de Raad van Beheer ingediende klachtenformulier met bijlagen, in samenhang met het e-mailbericht van de beklaagde, gedateerd 2 november 2017, de brief van beklaagde, gedateerd 21 november 2017 en met hetgeen zij ter zitting heeft aangevoerd, kan als vaststaand worden aangenomen dat de teef [naam 1] , waarvan beklaagde in de zin van het Kynologisch Reglement eigenaar is, bewust is gedekt en dat daaruit een nest is geboren, terwijl deze teef leed aan de oogziekte cataract. Nu de betreffende regelgeving niet alleen ziet op de gezondheid en het welzijn van een individuele hond, maar daarnaast ook op het in stand houden en verbeteren van de totale rashondenpopulatie en de bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid daarin voor de georganiseerde kynologie in zijn algemeenheid en de fokkers van rashonden in het bijzonder, dienen overtredingen als zeer ernstig te worden aangemerkt. Het gegeven dat de beklaagde bewust en opzettelijk de regels heeft overtreden, zonder enig redelijk belang, anders dan het in stand houden van een bepaalde bloedlijn, waarin aantoonbaar de oogziekte cataract is aangetoond, rekent het tuchtcollege de beklaagde zwaar aan. Het gegeven dat niet uitsluitend binnen het ras dat hier aan de orde is, maar juist binnen de totale georganiseerde kynologie een zeer breed gedragen opvatting heerst, gebaseerd op de huidige stand van wetenschap, over het uitsluiten voor de fokkerij van honden waarbij de oogziekte cataract is geconstateerd en dat de beklaagde ter zitting geen blijk heeft gegeven van enig besef van de daaraan verbonden morele verantwoordelijkheid van fokkers van rashonden, wordt de beklaagde eveneens zwaar aangerekend. Het TC is van oordeel dat beklaagde door het overtreden van de betreffende regelgeving het vertrouwen van de maatschappij kan hebben in erkende fokkers van rashonden voor het in stand houden en verbeteren van het welzijn en de gezondheid van individuele rashonden en de betreffende rashondenpopulatie, zeer ernstig heeft geschaad. STANDPUNT RAAD VAN BEHEER De Raad van Beheer neemt het beklaagde hoogst kwalijk dat ze met een teef gefokt heeft, wetende dat dit niet is toegestaan was wegens de oogziekte Cataract. CONCLUSIE Het Tuchtcollege acht bewezen dat de beklaagde het haar verweten feit heeft gepleegd en acht de beklaagde daarvoor strafbaar. OVERWEGINGEN MET BETREKKING TOT DE STRAFMAAT Nu de bevordering van de gezondheid en het welzijn van honden en hondenpopulaties een statutair doel van de vereniging is, is het Tuchtcollege van oordeel dat overtreden van deze regelgeving op deze wijze zeer ernstig is. Het Tuchtcollege acht voor een dergelijke overtreding een zeer hoge onvoorwaardelijke diskwalificatie van de overtreder aangewezen. BESLISSING Het Tuchtcollege veroordeelt de beklaagde tot: een diskwalificatie van haar persoon voor een periode van 6 jaren onvoorwaardelijk en ontneming van het recht tot het voeren van een kennelnaam. (…)”. 2.12. Voor de uitspraak van 12 december 2017 hebben [eiseres] en haar partner mevrouw [naam partner] (hierna: [naam partner] ), via de Raad, een aantal honden die eerst op naam van [eiseres] stonden overgeschreven op naam van [naam partner] . 2.13. Bij brieven van 1 maart 2018 heeft de Raad [eiseres] en [naam partner] bericht dat hij besloten heeft de herregistraties, waarbij in de periode van 27 oktober 2017 t/m 31 januari 2018 27 honden van [eiseres] op naam van [naam partner] zijn overgeschreven, ongedaan te maken. De Raad geeft als reden dat [eiseres] met de overschrijvingen zich bedient van een constructie met geen ander doel dan het ontlopen van de uitspraak van het Tuchtcollege. 2.14. [naam partner] heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt op 27 maart 2018. Dit bezwaar is door de Raad ongegrond verklaard bij besluit van 19 april 2018. Vervolgens hebben [naam partner] en [eiseres] een beroepschrift ingediend op 15 mei 2018. De geschillencommissie heeft het beroep ongegrond verklaard op 15 juli 2018. 2.15. [eiseres] heeft op 12 juli 2018 verzocht om herziening van het besluit van 12 december 2017. Dat heeft niet tot herziening geleid. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert na eiswijziging, naar de rechtbank begrijpt – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair verklaart voor recht dat de beslissing van het Tuchtcollege van 12 december 2017/9 januari 2018 inzake [eiseres] nietig is, alsmede, de uitspraak van het Tuchtcollege van 12 december 2017 vernietigt en [eiseres] vrijspreekt, verklaart voor recht dat artikel VI.29, onderdeel e KR en artikel VI.29, onderdeel f KR, nietige bepalingen in het KR zijn op grond van strijdigheid met de statuten van de Raad, verklaart voor recht dat de straf ‘diskwalificatie van een persoon’ ex artikel VI.24, onderdeel c KR op grond van strijdigheid met de statuten van de Raad nietig is, verklaart voor recht dat het opleggen van de straf ‘diskwalificatie van een persoon’ ex artikel VI.24, onderdeel c KR op grond van strijdigheid met de statuten van de Raad nietig is, verklaart voor recht dat de rechtsgang van het Tuchtcollege in strijd is met artikel 6 EVRM, de Raad veroordeelt in de door [eiseres] geleden schade, nader op te maken bij staat, de Raad veroordeelt in het herstel van alle gevolgen die de bestraffing van [eiseres] heeft gehad, zoals het alsnog toekennen van stambomen aan de na de bestraffing geboren pups, het alsnog toekennen van wedstrijdresultaten en toekennen van prijzen en dergelijke aan de honden uit de kennel van [eiseres] , welke resultaten en prijzen werden ontnomen, alsmede teniet werden gedaan, de Raad veroordeelt tot rectificatie van de ten onrechte gegeven bestraffing aan [eiseres] , bestaande uit een rectificatie op haar site, aan haar leden, alsmede aan de buitenlandse partijen aan wie zij ter zake informatie heeft verstrekt, alsmede in een door de rechtbank aan te wijzen landelijk dagblad, subsidiair 1. hetgeen primair onder 2 t/m 9 gevorderde, meer subsidiair 1. bepaalt dat de beslissing van het Tuchtcollege van 12 december 2017/9 januari 2018 inzake [eiseres] niet van toepassing kan blijven, aangezien zulks in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, nog meer subsidiair de uitspraak van het Tuchtcollege van 12 december 2017 vernietigt en bepaalt dat [eiseres] het recht op de kennelnaam niet verliest, alsmede reeds bestraft is voor het haar verweten gedrag door haar eigen rasvereniging en dat geen verdere bestraffing kan volgen dan de reeds door haar rasvereniging van destijds opgelegde straf van 5 jaar ‘voorwaardelijk’, althans meer subsidiair dat de onvoorwaardelijke diskwalificatie van de persoon van [eiseres] voor de duur van 6 jaar wordt omgezet in een onvoorwaardelijke diskwalificatie van de persoon van [eiseres] tot het moment van de dag van de dagvaarding en een voorwaardelijke diskwalificatie voor de duur van 1 jaar, althans nog meer subsidiair [eiseres] veroordeelt tot een onvoorwaardelijke diskwalificatie voor de duur van twee jaar te rekenen vanaf de datum van de uitspraak van 12 december 2017, danwel verder subsidiair een bestraffing aan [eiseres] oplegt als de rechtbank in goede justitie vermeent te behoren, primair, subsidiair, meer subsidiair, alsmede verder subsidiair steeds met veroordeling van de Raad in de proceskosten. 3.2. [eiseres] legt – kort gezegd – aan haar vorderingen het volgende ten grondslag. Gelet op de wijze van totstandkoming van het besluit van het Tuchtcollege, welke volgens [eiseres] strijdigheid oplevert met de statuten en met de wet, en de gevolgen van het besluit voor [eiseres] en haar kennel, is het besluit nietig, vernietigbaar, kan het niet in stand blijven dan wel dient het buiten toepassing gelaten te worden, aldus [eiseres] . 3.3. De Raad voert verweer. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.1. De rechtbank stelt voorop dat besluiten van het Tuchtcollege hebben te gelden als besluiten van de Raad. Bepalingen uit het reglement / Gevorderde verklaringen voor recht 4.2. Allereerst zal de rechtbank de vorderingen van [eiseres] die primair onder 3 tot en met 5 zijn ingesteld beoordelen. [eiseres] vordert primair onder 3 een verklaring voor recht dat artikel VI.29, onder e en artikel VI.29, onder f KR nietige bepalingen zijn vanwege strijd met de statuten van de Raad. In die bepalingen staat dat diskwalificatie van een persoon onder meer inhoudt dat de door hem tijdens de duur van zijn diskwalificatie gefokte honden niet ingeschreven worden in de Nederlandse stamboekhouding (onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.