← Nederland

ECLI:NL:RBAMS:2019:8030

RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/751763-19 (EAB II) RK nummer: 19/4889 Datum uitspraak: 24 oktober 2019 TUSSENUITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 11 juni 2019 door the Regional Court in Elbląg II Criminal Department (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentieplaats] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 oktober 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis gewezen door the District Court in Ostróda VII Criminal Department in Morąg en gedateerd 24 januari 2019, referentienummer: VII K 242/18. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 2 jaren, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis. Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel

  1. e)van het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW Met de officier van justitie en de raadsman stelt de rechtbank vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid. Zodoende is de rechtbank van oordeel dat onderzocht moet worden of de situatie van artikel 12 sub b OLW zich thans voordoet, te weten dat: de opgeëiste persoon op de hoogte was van de behandeling ter terechtzitting en een door hem gekozen of een hem van overheidswege toegewezen advocaat heeft gemachtigd zijn verdediging te voeren en dat die advocaat ter terechtzitting zijn verdediging heeft gevoerd. In onderdeel
  2. d)van het EAB is door de uitvaardigende justitiële autoriteit het volgende meegedeeld: No, the person did not appear in person at the trial in the case resulting in the decision. Being aware of the scheduled trial, the person had given a mandate to a legal counsellor, who was either appointed by the person concerned or by the State, to defend him or her at the trial, and was indeed defended by that counsellor at the trials. The defendant [opgeëiste persoon] appointed a defense attorney in the proceedings before the District Court in Ostróda VII Criminal Department in Morąg, file no. VII K 242/18, who represented him at the hearings on 14 November and 17 December 2018 and was served with the notice of hearing which resulted in the conviction on 24 January 2019. Bij schrijven van 17 september 2019 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in aanvulling hierop de volgende informatie verstrekt: “In the course of the judicial procedure, i.e. on 27.08.2018 / p. 93 / [opgeëiste persoon] appointed a defense attorney, i.e. the attorney Damian Topolski. On 09.01.2019 terminated the power of attorney due to the fact, that is remuneration had not been paid. Thus, the convicted being aware of the pending criminal procedure, for of the penalty left Poland not informing the Court about it.” De rechtbank leidt uit het voornoemde af dat de opgeëiste persoon op de hoogte was van de behandeling ter terechtzitting en een door hem gekozen advocaat heeft gemachtigd zijn verdediging te voeren. Omdat in de brief staat dat de advocaat op 9 januari 2019 de verdediging heeft neergelegd en het vonnis dateert van 24 januari 2019, is het de rechtbank niet duidelijk of de advocaat bij de gehele inhoudelijke behandeling van de strafzaak de verdediging heeft gevoerd. De rechtbank ziet daarom – met de officier van justitie – aanleiding het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen bij de uitvaardigende justitiële autoriteit na te gaan of de gang van zaken voldoet aan de criteria van artikel 12 sub b OLW. Op grond van het voorgaande komt de rechtbank tot de volgende beslissing. 5Beslissing HEROPENT en SCHORST het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen of een door de opgeëiste persoon gemachtigd advocaat bij de gehele inhoudelijke behandeling de verdediging van de opgeëiste persoon heeft gevoerd; BEVEELT dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen zitting; BEVEELT de oproeping van de opgeëiste persoon, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de opgeëiste persoon; BEVEELT de oproeping van een tolk Pools tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. Aldus gedaan door mr. C.A. van Dijk, voorzitter, mrs. N.M. van Waterschoot en V.V. Essenburg, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Smit, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 oktober 2019. De oudste en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.