RECHTBANK AMSTERDAM INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER Parketnummer: 13/752117-18 RK nummer: 19/1818 Datum uitspraak: 24 oktober 2019 TUSSENUITSPRAAK op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 8 maart 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 12 september 2018 door the Circuit Court in Płock (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: [opgeëiste persoon] , geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1969, verblijvende op het adres: [adres] , hierna te noemen de opgeëiste persoon. 1Procesgang De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 oktober 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon en zijn raadsvrouw, mr. M.A.C. de Vilder-Van Overmeire, zijn niet ter zitting verschenen, dit terwijl zij wel naar behoren zijn opgeroepen. De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. 2Identiteit van de opgeëiste persoon De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Poolse nationaliteit heeft. 3Grondslag en inhoud van het EAB In het EAB wordt melding gemaakt van: een vonnis gewezen op 4 oktober 2012 door the Circuit Court in Toruń II Criminal Division (referentienummer: II K 116/12), waarbij een voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd van 2 jaren. Bij beslissing van the District Court in Płock van 26 april 2017 is de tenuitvoerlegging van deze straf gelast. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 1 jaar, 5 maanden en 18 dagen; een vonnis gewezen op 8 december 2016 door the District Court in Płock II Criminal Division (referentienummer: II K 241/16), waarbij een gevangenisstraf is opgelegd van 5 maanden. Van deze straf resteren volgens het EAB nog 5 maanden. De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van voornoemde vrijheidsstraffen, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel E) van het EAB. 4Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 De rechtbank stelt op grond van het EAB en de brief van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 19 april 2019 vast dat de opgeëiste persoon bij de behandeling ter terechtzitting aanwezig is geweest die tot het vonnis van 4 oktober 2012 met referentienummer II K 116/12 heeft geleid. De rechtbank stelt op grond van het EAB verder vast dat het vonnis van 8 december 2016 met referentienummer II K 241/16 is gewezen zonder dat de opgeëiste persoon bij de behandeling ter terechtzitting aanwezig is geweest en zonder dat zich één van de in artikel 12, sub a tot en met c, OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan. Op grond van artikel 12, sub d, OLW mag de rechtbank gelet op het voornoemde de overlevering voor het vonnis van 8 december 2016 alleen toestaan, indien de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft vermeld dat (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.